Gerard Horenbout

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Gerard Horenbout, Sforza-getijdenboek - De evangelist Marcus, ca. 1519

Gerard Horenbout (Gent?, ca. 1465 - Londen, 1540), ook vermeld als Hornebolt of Horenbaut, was een Zuid-Nederlandse schilder en miniaturist die werkzaam was in Gent en later in Londen.

Biografie[bewerken]

Horenbout wordt voor het eerst vermeld in de archieven van de St. Lucasgilde in Gent in op 25 augustus 1487.[1] Hij betaalde de volledige toegangsbijdrage wat betekende dat hij toetrad als schilder en verluchter, want gildeleden die zich beperkten tot illuminatie betaalden slechts een kwart van het toegangsgeld.[2] Van de vijf peters die hem patroneerden bij zijn aanvraag van het lidmaatschap van de gilde was er slechts één schilder, Lieven de Stoevere. Dit zou kunnen betekenen dat Horenbout zijn opleiding gekregen had in het atelier van deze artiest. Hij moet een vrij belangrijk atelier geleid hebben want twee van zijn leerlingen zijn gedocumenteerd. In 1498 nam hij een gezel in dienst, een zekere Hannekijn van den Dijcke en in 1502 nam hij een leerling aan voor de illuminatie, Heinric Heinricxzone.[2] Waarschijnlijk kregen ook zijn drie kinderen, Lucas, Suzanna en Joris een opleiding in het atelier van hun vader. Horenbout was kort na zijn toetreding tot het gilde gehuwd met Margaretha Saunders en ze hadde samen zes kinderen.

In 1515 wordt hij benoemd tot hofschilder van Margaretha van Oostenrijk. Hij staat in de rekeningen van Margaretha vermeld als paintre et enlumineur.[3] Horenbout zou een jaarrente van 40 pond beloofd zijn en hij mocht verblijven in om het even welke stad, maar moest op eenvoudig verzoek ter beschikking zijn van de landvoogdes. Horenbout bekloeg zich er later over dat zijn rente nooit was uitbetaald maar de rekeningen zouden geregeld zijn in 1519.[4] Horenbout ontmoette Albrrecht Dürer toen die op bezoek was in Antwerpen in mei 1521, want Dürer kocht bij zijn bezoek een miniatuur met een Salvator Mundi van Horenbouts dochter Suzanna.

Over zijn activiteiten tussen 1522 en 1528 is er geen documentatie bewaard, maar tussen 1528 en 1531 werkt hij aan het hof van Hendrik VIII in Engeland, waar hij in de hofrekeningen is terug te vinden. De redenen voor zijn oversteek naar Engeland zijn niet bekend, maar mogelijkerwijs was hij Lutheraan en zocht hij er veiligheid. [4] Of hij nog naar Gent terugkeerde is onduidelijk. Zijn dochter Suzanna huwde in Engeland met John Parker, Yeoman of the Wardrobe van de koning en was vooral bekend als een talentvolle miniaturiste. Ze was tevens eerste hofdame van Anna van Kleef en later van Catharina Parr.[5] Zijn zoon Lucas werd hofschilder aan het Engels hof, in de archieven wordt hij Hornebolte genoemd. Gerard overleed waarschijnlijk in 1540 of 1541.[6][7]

Sommige onderzoekers identificeren Horenbout met de Meester van Jacobus IV van Schotland[8] maar Brigitte Dekeyzer is het daar niet mee eens,[9] zij is van oordeel dat de twee miniaturen die in het Breviarium Mayer van den Bergh aan hem worden toegeschreven, volledig afwijken van die van alle andere meesters die aan het werk hebben meegewerkt, inclusief de Jacobusmeester. De zeer gedetailleerde composities en onder meer de prachtige weergave van de stoffen van de gewaden is uniek. Ook het enorme ruimte- en dieptegevoel dat hij weet te creëren komen bij geen enkele van de andere miniaturisten voor.

Gerard Horenbout - portretten van Lieven van Pottelsberghe en Livina van Steelant, Museum voor Schone Kunsten te Gent

Paneelschilder en miniaturist[bewerken]

Van zijn hand is een deel van de illustraties in het Sforza-getijdenboek (British Museum, Londen), dat hij voor Margaretha van Oostenrijk voltooide en waarvoor hij in 1520 betaald werd. De Sforza getijden zijn het enige gedocumenteerde werk van Horenbout. Maar er zijn daarnaast een aantal miniaturen in bekende werken van de Brugs-Gentse school die aan hem worden toegeschreven, zoals de schitterende miniaturen van de maanden in het Breviarium-Grimani (Sint-Marcusbibliotheek, Venetië). Dit werk werd vervaardigd in Gent en Brugge tussen ca. 1515 en 1520. In dat laatste jaar was het in het bezit van kardinaal Domenico Grimani, hoewel niet zeker is dat hij ook de opdrachtgever was. Aan dit boek werd ook meegewerkt door onder meer Alexander Bening. Ook in het Breviarium Mayer van den Bergh zijn een paar miniaturen van zijn hand terug te vinden.

Er zijn van Horenbout eveneens een aantal schilderijen bewaard gebleven: o.a. het portret van keizer Maximiliaan I (Koninklijk Museum voor Schone Kunsten te Brussel) en de portretten van Lieven van Pottelsberghe en Livina van Steelant (olieverf op paneel, Museum voor Schone Kunsten te Gent). Laatstgenoemde portretten zijn vermoedelijk vleugels van een triptiek. Horenbout zette in zijn werk de zuivere Vlaamse traditie verder, maar nam in architecturale achtergronden toch Italiaanse motieven over. Karel van Mander beschreef in 1604 vrij gedetailleerd twee andere schilderijen van Horenbout, een altaarstuk besteld door Lieven Huguenois, de abt van de Sint-Baafsabdij en een tweezijdig beschilderd tondo, maar die werken werden nooit teruggevonden.[4]. Hij schilderde in 1522 voor Margaretha van Oostenrijk ook een portret van Christiaan II van Denemarken die een veilig onderkomen had gezocht in Antwerpen, maar ook dit werk is verloren gegaan.[2]

Naast miniaturen en schilderijen produceerde Horenbout met zijn atelier tussen 15088 en 1509 tien kartons voor tapijten besteld door de Broederschap van Sinte Barbara voor de St. Pharahildis kerk en voor de stad Gent produceerde hij een laart van de stad en de omgeving.. [5]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
Bronnen
  • G.-J. DE LANDTSHEER, Het Breviarium Grimani, Arcade, Brussel, 1977, blz. 37-39.
  • M. SMEYERS, Vlaamse miniaturen van de 8ste tot het midden van de 16de eeuw, 1998, Leuven, Davidsfonds (582 blz.)
  • G. DOGAER, Flemish Miniature Painting in the 15th and 16th centuries, Amsterdam, 1987 (192 blz.)
  • R.D.A. VAN ELSLANDE – A.M.J.DE KRAKER, De familie Horenbault: renaissancekunstenaars en cartografen te Gent en daarbuiten (ca. 1460 tot ca. 1630), in: Jaarboek 2004-2006 Oudheidkundige Kring “De Vier Ambachten”, Hulst 2007, blz. 7-172.
Referenties
  1. Lorne Campbell, Susan Foister, Gerard, Lucas and Suzanna Horenbout, in: Burlington Magazine 128, 1986, pp. 719-727.
  2. a b c Carlos Miranda Garcia-Tejedor, The Book of Hours of Joanna of Castile, M. Moleiro, Barcelona, 2005, p. 9.
  3. Schilder en verluchter.
  4. a b c Thomas Kren, Scot McKendrick, Illuminating the Renaissance: The Triumph of Flemish Manuscript Painting in Europe, 2003, The J. Paul Getty Museum, Los Angeles, p. 427.
  5. a b M. Smeyers, Vlaamse miniaturen van de 8ste tot het midden van de 16de eeuw, 1998, Leuven, Davidsfonds p.428.
  6. Brigitte Dekeyzer, Herfsttij van de Vlaamse miniatuurkunst - Het breviarium Mayer van den Bergh, Ludion, Gent-Amsterdam, 2004, p. 204.
  7. Biografie van het J. Paul Getty Museum.
  8. Thomas Kren, Scot McKendrick, 2003, p. 431.
  9. Brigitte Dekeyzer, p. 101.