Naar inhoud springen

Gerhart Hauptmann

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Nobelprijs voor Literatuur 1912  Gerhart Hauptmann
Gerhart Hauptmann
Persoonsgegevens
Geboortedatum 15 november 1862
Geboorteplaats Obersalzbrunn
Overlijdensdatum 6 juni 1946
Overlijdensplaats Agnetendorf
Geboorteland Pruisen
Nationaliteit Duitse
Handtekening Handtekening
Opleiding en beroep
Opleiding gevolgd aan Friedrich-Schiller-Universität JenaBewerken op Wikidata
Beroep toneelschrijver,[1] dichter,[2][1] liedtekstschrijver, romanschrijver, autobiograaf, scenarioschrijver, schrijver[2][3][4][1]Bewerken op Wikidata
Werken
Stroming(en) naturalismeBewerken op Wikidata
Bekende werken The Rats, The Assumption of Hannele, The WeaversBewerken op Wikidata
Erkenning en lidmaatschap
Lid van Durch!Bewerken op Wikidata
Werken in collectie Stedelijk Museum Amsterdam[5]Bewerken op Wikidata
Prijzen en onderscheidingen Nobelprijs voor de Literatuur (1912),[6][7] Orde van Verdienste voor Kunst en Wetenschap, Erering van de stad Wenen, Orde van de Rode Adelaar 4e Klasse, Goethe Prijs (1932), Beierse Maximiliaansorde voor Wetenschap en Kunst (1911), honorary doctor of the Leipzig University, eredoctoraat van de Universiteit van Oxford, honorary doctorate from Columbia University, eredoctor van de Karelsuniversiteit van Praag, Franz-Grillparzer-Preis (1896), Franz-Grillparzer-Preis (1899), Franz-Grillparzer-Preis (1905), Goethemedaille voor kunst en wetenschap, adelsschild van het Duitse Rijk (15 november 1922), Pour le MériteBewerken op Wikidata
Nobelprijs voor Literatuur
Jaar 1912
Reden "Hoofdzakelijk als erkenning voor zijn productieve, gevarieerde en buitengewone creaties in het domein van de dramatiek."
Dbnl-profiel
(en) IMDb-profiel
RKD-profiel
Website
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Gerhard Johann Robert (Gerhart) Hauptmann (Obersalzbrunn (Neder-Silezië), 15 november 1862Agnetendorf bij Hirschberg, Poolse bezettingszone, 6 juni 1946) was een Duits toneelschrijver. Aanvankelijk schreef hij realistische drama's, waarin hij aandacht schonk aan de slechte situatie van de armen, later ook meer symbolische stukken en werken gebaseerd op de Griekse mythologie. Hij geldt als medegrondlegger van het Duitse naturalisme. In 1912 ontving hij de Nobelprijs voor Literatuur. Hij behoorde enige tijd tot de Friedrichshagener Kreis, een kring van intellectuelen in Berlijn.

In de jaren dertig trok Hauptmann zich steeds meer terug uit het publieke leven. Hij liet zich niet uit over het nationaalsocialisme. In 1946 stierf hij op 83-jarige leeftijd in zijn geboortestreek Silezië, dat inmiddels in Poolse handen was gekomen en waar de meeste Duitsers werden verdreven naar Duitsland. Hauptmann mocht niet in Silezië worden begraven en werd later begraven op het kerkhof van het plaatsje Kloster op het Duitse Oostzee-eiland Hiddensee.[8] Zijn zomerhuis aldaar, dat hij in 1929 kocht, is thans een aan hem gewijd museum. Ook de villa in Erkner ten oosten van Berlijn waar hij woonde van 1885 tot 1889, werd een Gerhart Hauptmann Museum, evenals de huizen die hij bewoonde in Agnetendorf (nu Jagniątków), Schreiberhau (nu Szklarska Poręba) en Radebeul.

De uitvoering van zijn toneelstuk Vor Sonnenaufgang in het Lessingtheater in Berlijn op 20 oktober 1889 riep felle reacties op. Het stuk ging over seksualiteit, wreedheid en drankzucht. De vertwijfeling en vernedering van de mens werd getoond en er werd in dagelijkse taal en dialect gesproken. Het stampen, joelen en fluiten van het burgerlijke publiek escaleerde tot een enorm tumult en het toneelstuk kon slechts met moeite worden uitgespeeld.[9]

Boekomslag van Die versunkene Glocke door Heinrich Vogeler (1898)
  • Bahnwärter Thiel (1888)
  • Vor Sonnenaufgang (1889)
  • Einsame Menschen (1891)
  • Die Weber (1892)
  • Hanneles Himmelfahrt (1894)
  • Florian Geyer (1896)
  • Die versunkene Glocke (1897)
  • Fuhrmann Henschel (1898); Nederlandse vertaling: Voerman Henschel.
  • Der arme Heinrich (1902)
  • Rose Bernd (1903)
  • Die Ratten (1911)
  • Der Bogen des Odysseus (1914)
  • Hamlet in Wittenberg (1935)
  • Iphigenie in Delphi (1941)
  • Iphigenie in Aulis (1944)
  • Agamemnons Tod (1948)
  • Elektra (1948)