Gerlach I van Nassau

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
Gerlach I
Tekening van het grafmonument voor Gerlach I van Nassau en Agnes van Hessen in Klooster Klarenthal uit het Epitaphienbuch van Heinrich Dors, 1632
Tekening van het grafmonument voor Gerlach I van Nassau en Agnes van Hessen in Klooster Klarenthal uit het Epitaphienbuch van Heinrich Dors, 1632
Nassau wapen.svg Graaf van Nassau
Regeerperiode 12981344
Co-regent Rupert V (12981304)
Walram III (1312-1316)
Voorganger Adolf
Opvolger Adolf I van Nassau-Wiesbaden-Idstein
Johan I van Nassau-Weilburg
Huis Nassau
Vader Adolf
Moeder Imagina van Isenburg-Limburg
Geboren vóór 1288
Gestorven 7 januari 1361
Begraven Klooster Klarenthal
Partner Agnes van Hessen
Irmgard van Hohenlohe
Religie Rooms-Katholiek
Wapenschild
Wapen van de Walramse Linie

Gerlach I van Nassau (vóór 1288[1] - 7 januari 1361)[1][2][3][4][5] was graaf van Nassau uit de Walramse Linie van het Huis Nassau.

Biografie[bewerken]

Kasteel Sonnenberg
De Uniekerk te Idstein
Ruïne van Kasteel Löhnberg

Gerlach was een zoon van graaf Adolf van Nassau en Imagina van Isenburg-Limburg,[1][2][3][4] dochter van Gerlach I van Isenburg, heer van Limburg an der Lahn en Imagina van Blieskastel.[2][3]

Na de dood van Gerlachs vader in 1298 kon de aartsbisschop van Mainz, Gerhard II van Eppstein, samen met zijn familieleden de heren van Eppstein, Kasteel Sonnenberg innemen en zwaar verwoesten. Gerlach, op dat moment nog een kind, kon gered worden.

Gerlach volgde zijn vader op als graaf van Nassau samen met zijn broer Rupert.[4][6] Omdat Gerlach toen nog een kind was, zal hij de regering pas gevoerd hebben nadat Rupert in 1304 in Bohemen sneuvelde.[7] Volgens oorkonden regeerde Gerlach tussen 1312-1316 samen met zijn broer Walram.[3]

Gerlach was een vastberaden man, die zich verzoende met de vroegere tegenstanders van zijn vader en de reputatie van zijn huis na diens dood herstelde. In de politiek had hij meer geluk dan zijn vader en kon hij het bezit van zijn huis gestaag uitbreiden. Reeds op 29 augustus 1309 slaagde hij erin het lichaam van zijn vader naar de Dom van Speyer over te laten brengen. In dit verband liet hij op diens sterfplaats bij Göllheim het Koningskruis plaatsen. Het is het oudste wegkruis in de Palts.

Rijkspolitiek[bewerken]

Gerlach stond dicht bij het Huis Luxemburg en Hendrik VII en vergezelde Hendrik in 1312 bij diens keizerskroning in Italië. In 1310 vergezelde hij Hendriks zoon Johan, later koning van Bohemen, naar Praag.

Na de dood van Hendrik koos Gerlach partij voor de Habsburger Frederik de Schone, de zoon van Albrecht I van Oostenrijk, de voormalige vijand van Gerlachs vader. In 1318 hield hij als verdediger van Wiesbaden stand tegen de belegering van Lodewijk de Beier. Daarna ontving hij als beloning zijn eigen munt.

Pas in 1322, na de Slag bij Mühldorf, erkende Gerlach Frederiks tegenstander Lodewijk de Beier als Duits koning. Reeds in de Beierse Broederoorlog had Gerlach Lodewijks broer Rudolf I van de Palts gesteund en zich voor een landvrede ingezet. Rudolf was gehuwd met Gerlachs zuster Mechtild.

Na 1322 verzoende Gerlach zich met Lodewijk. In 1326 werd hij keizerlijk landvoogd van de Wetterau. In 1336 ontving hij de Biebricher Fährte als keizerlijk leengoed. In 1338 bezocht Lodewijk hem in zijn residentie Kasteel Sonnenberg en in datzelfde jaar was hij keizerlijke gezant naar de paus in Avignon.

Als een aanhanger van keizer Karel IV verscheen Gerlach in diens gevolg. Zijn tweede vrouw, Irmgard van Hohenlohe, verzocht in 1351 van Karel IV de stadsrechten voor Sonnenberg, die haar werden toegekend.

Lokale politiek[bewerken]

Gerlach stond de leengoederen in Hessen, die volgens de Prima divisio gezamenlijke bezit van de Walramse en Ottoonse Linie gebleven waren, af aan de Ottoonse Linie.[6] In 1319 stond hij Kasteel Frauenstein af aan het aartsbisdom Mainz.[6] Gerlach verwierf in 1326 de heerlijkheid Neuweilnau (en onderhorigheden waaronder, gedeeltelijk, Eisenbach)[6] en in 1327 het kasteel en de stad Katzenelnbogen van Johan van Nassau-Dillenburg.[6] Hij kocht in 1344 een deel van kasteel en heerlijkheid Löhnberg van de Ottoonse Linie.[6]

Gerlach was de bouwheer van de kerk te Idstein.[3] Deze kerk heet sinds 1817 Uniekerk.

Gerlach had vetes met Keur-Mainz, Keur-Trier en ook met de graven van Katzenelnbogen, hoewel hij een bloedverwant van deze laatsten was (zijn grootmoeder was een zuster van graaf Diederik V van Katzenelnbogen).

Gerlach droeg in 1344 zijn macht over aan de twee oudste zoons uit zijn eerste huwelijk,[6] hij bleef echter heer van Sonnenberg. Reeds in 1355 gingen Adolf en Johan over tot een verdeling van hun bezittingen. De halfbroers van Adolf en Johan, Kraft en Rupert, verkregen bij die verdeling Kasteel Sonnenberg en regeerden sindsdien samen als graven van Nassau-Sonnenberg.[6]

Gerlach werd begraven in Klooster Klarenthal bij Wiesbaden. Het grafmonument voor Gerlach en zijn eerste echtgenote werd in 1632 of 1650 uit de tot ruïne vervallen kloosterkerk overgebracht naar de Mauritiuskerk in Wiesbaden. Die kerk werd in 1850 door brand verwoest, het grafmonument ging daarbij verloren.

Huwelijken en kinderen[bewerken]

Gerlach huwde in 1307[8] met Agnes van Hessen († 13 januari 1332),[1][2][3] dochter van landgraaf Hendrik “de Jongere” van Hessen en Agnes van Beieren.[2][3] Ze werd begraven in Klooster Klarenthal.[2][3]
Uit dit huwelijk werden de volgende kinderen geboren:[1][2][3][4]

  1. Adolf (1307 - Idstein 17 januari 1370), volgde in 1344 zijn vader op.
  2. Johan (1309 - Weilburg 20 september 1371), volgde in 1344 zijn vader op.
  3. Adelheid († 8 augustus 1344), huwde 16 mei 1326 met Ulrich III van Hanau († tussen 31 augustus 1369 en 2 januari 1370).[2]
  4. Agnes († Klooster Klarenthal 16 mei ....), was non in Klooster Klarenthal.[3]
  5. Elisabeth († na 1370), huwde vóór 16 augustus 1326 met Lodewijk van Hohenlohe-Uffenheim († tussen 18 februari en 15 augustus 1356).[2]
  6. Gerlach (1322 - Aschaffenburg 12 februari 1371), was vanaf 1346 aartsbisschop-keurvorst van Mainz.
  7. Marie († vóór 1366), huwde vóór 1336 met Koenraad VI van Weinsberg genoemd van Breuberg († 1366).[2]

Gerlach hertrouwde vóór 4 januari 1337[2] met Irmgard van Hohenlohe († 11 mei 1372),[2] dochter van Kraft II van Hohenlohe en Adelheid van Württemburg.[2][3] Na de dood van haar echtgenoot werd Irmgard dominicanes in Klooster Liebenau bij Worms en stierf daar in een reuk van heiligheid. In dat klooster werd ze ook begraven.
Uit dit huwelijk werden de volgende kinderen geboren:[1][2][3][4]

  1. Crato († 1 oktober na 1361), werd domheer te Straatsburg in 1343, was graaf van Nassau-Sonnenberg sinds 1355.[2]
  2. Rupert (ca. 1340 - 4 september 1390), was graaf van Nassau-Sonnenberg sinds 1355.

Externe link[bewerken]

  • (de) Deutsche Inschriften Online. Beschrijving en afbeelding van het grafmonument voor Gerlach en zijn eerste echtgenote Agnes van Hessen.