Gerrit Potter van der Loo

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Gerrit Potter van der Loo ('s Gravenhage?, ? – ?, 14 november 1454), ook wel geschreven als Geryt Potter van der Loo, was lid van de raad van Holland onder Filips van Bourgondië.

Hij vertaalde omstreeks 1440-1445 de "Chroniques" van Jean Froissart in het Middelnederlands. Het handschrift is belangrijk voor de studie van het vijftiende-eeuwse Hollandse Middelnederlands als taal. Een van de handschriften wordt bewaard in de universiteitsbibliotheek van Leiden en werd tussen 1898 en 1909 gedeeltelijk uitgegeven door Napoleon de Pauw. De uitgave selecteert de gedeelten die handelen over de zevenjarige Gentse oorlog (vanaf 1379) tegen de graaf van Vlaanderen, Lodewijk van Male en bespreekt de heldendaden van Jan Hyoens, Filips van Artevelde en Frans Ackerman.

Biografie[bewerken]

Geboorteplaats en -datum[bewerken]

Gerrit Potter werd vermoedelijk geboren in 's Gravenhage of Voorburg, waar zijn vader Dirc Potter, een bekend dichter en diplomaat, huizen en landerijen in leen had. Nadat hij het landgoed De Loo in Voorburg in leen gekregen had ging hij zich Dirc Potter van der Loo noemen (of in Franstalige bronnen Thierry Potter de Loo). Gerrit werd genoemd naar zijn grootvader, die eveneens als klerk in grafelijke dienst was. Over zijn jeugd en opleiding is weinig bekend. Gezien hij echter in 1428 bij het overlijden van zijn vader genoemd wordt als erfgenaam van Dircs leengoederen, moet hij toen in elk geval meerderjarig zijn geweest (wat opgevat kan worden als meer dan 16 jaar). Daarenboven wordt zijn jongere broer, de kanunnik Jacob Potter van der Loo, omstreeks 1425 in de matriculen van de Universiteit van Parijs genoemd, wat aangeeft dat deze toen minstens 14 jaar geweest moet zijn. Jacob zou later het diploma van doctor in het kerkelijke recht behalen. Een geboortedatum aan het einde van de 14de of het eerste decennium van de 15de eeuw is voor Gerrit Potter met andere woorden aannemelijk. Vermeldingen van Gerrit Potter als schout van Lymmen in 1404 en informatie in bronmateriaal over de Arkelse Oorlogen onder graaf Willem VI van Holland worden doorgaans beschouwd als verwijzingen naar een oudere naamgenoot.

Gerrit en Jacoba van Beieren[bewerken]

De vroegst bekende verwijzing naar Gerrit Potter dateert van 1425 als Jan IV van Brabant hem een vrijgeleide geeft door zijn landen. Waarschijnlijk is Jan op dat moment zowel hertog van Brabant als graaf van Holland. In januari 1425 stierf immers Jan van Beieren, die tot dan toe de macht in Holland waargenomen had. Dit was erg tegen de wil van Jacoba van Beieren, zijn nicht en de rechtmatige opvolgster van haar vader Willem VI. Het graafschap Holland maakt een moeilijke periode door : na de dood van haar vader huwde Jacoba immers halsoverkop met haar neef Jan van Brabant in de hoop dat dit huwelijk haar de nodige ruggensteun als gravin zou geven. Het loopt echter anders. In haar strijd tegen haar oom Jan, die zichzelf als ruwaard opdringt, blijkt Jacoba's nieuwe echtgenoot te buigzaam en uiteindelijk wordt de heerschappij over Holland verpacht aan Jan van Beieren. Enkel het graafschap Henegouwen wordt haar gelaten. Teleurgesteld in haar echtgenoot en in de veronderstelling dat de paus de verbintenis tussen neef en nicht onwettig zal verklaren, huwt Jacoba een tweede maal, nu met Humphrey van Gloucester, broer van de Engelse kroonprins. Ook zijn steun kan niet baten. Als het huwelijk tussen Jacoba en Jan IV toch geldig blijkt te zijn trekt hij zijn steun zelfs terug.Het is waarschijnlijk dat Gerrit reeds in 1425 in dienst van de gravin was.

Bibliografie/werken[bewerken]

Vertaling van Chronique de Flandres (1386) van Froissart, overgeleverd in twee handschriften en een gedrukte uitgave:

  • 's Gravenhage, Koninklijke Bibliotheek, 130 B 21 (enkel boek III)
  • Leiden, Universiteitsbibliotheek, BPL 3, I & II (boek II en boek III)
  • Napoleon de Pauw, Jehan Froissart's Cronyke van Vlaenderen getranslateert uuten Franssoyse in Duytscher tale bij Gerijt Potter vander Loo, in de XVde eeuw uitgegeven, Gent, A. Siffer, 1898-1909, 4 delen (5 volumes) (naar handschrift BPL 3, I in Leiden)