Geschiedenis van Afrika

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Geschiedenis van de wereld

Theatrum Orbis Terrarum



Portaal  Portaalicoon  Geschiedenis

De Geschiedenis van Afrika vertelt de geschiedenis van de Sub-Sahara, Afrika ten zuiden van de Sahara, of ook wel Zwart-Afrika genoemd. Afrika ten noorden van de Sahara en Ethiopië waren een onderdeel van de Antieke en Klassieke wereld, door de Afrikanen zelf tot recent alleen mondeling overgedragen. We zijn voor een groot deel van de geschiedenis van het continent afhankelijk van de Europeanen, die vaak geen neutrale kijk hadden op de door hen onderworpen volken.

1rightarrow blue.svg Geschiedenis van Noord-Afrika

Archeologie en prehistorie[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie ook: Lijst van culturen van het Neolithicum in Afrika
Homo habilis; 2.3 tot 1,4 miljoen jaar geleden

Afrika is de bakermat van de mens. Als we de gegevens van de paleontologie en de archeologie mede in beschouwing nemen, heeft de mens in Afrika een lange geschiedenis.

Door fysisch-antropologen wordt Afrika beschouwd als de plaats waar de diersoort Mens voor het eerst ontstaan is. De verschillende mensachtigen, zoals Australopithecus afarensis en Homo habilis evolueerden later tot de moderne mens of Homo sapiens. Van zowel Homo habilis als de uitgestorven zijtak Homo erectus zijn diverse werktuigen (bijlen, pijlpunten etc) gevonden. De oudste vondsten van resten van onze eigen soort Homo sapiens sapiens komen uit Afrika. Veel van deze vroegste geschiedenis van Afrika is in nevelen gehuld. De oudste mensen in Afrika waren jagers en verzamelaars. Tegenwoordig leeft nog een klein aantal mensen zo, met name de bosjesmannen (!Kung,!Xam etc.) van het Kalahari-gebied. Een groot deel van Afrika bezuiden de Evenaar werd ooit door Khoisan-sprekende mensen bewoond. Zij waren jagers en verzamelaars, maar sommigen (bijvoorbeeld de Khoi van het Kaapland) gingen later over op veeteelt en landbouw. Na het einde van de ijstijd waren er perioden waarin de Sahara een groen en vruchtbaar gebied was. Zowel vanaf de kust van de Middellandse Zee als vanuit het zuiden vestigden er zich mensen. Het rund werd het eerst in dit gebied tot huisdier gemaakt. Met de uitdroging van de Sahara trokken de bewoners zich samen in een aantal oasen en -vooral- in het dal van de Nijl. Daar ontstond een van de vroegste georganiseerde beschavingen, het Oude Egypte. De economie van deze eerste staat dreef op de landbouw, voornamelijk het verbouwen van graan.

Verder zuidelijk was al vroeg het gebruik van ijzer en van landbouw en veeteelt doorgedrongen. Dit had tot gevolg dat de sprekers van Bantu-talen zich geleidelijk vanuit hun bakermat ergens bij het huidige Kameroen over heel centraal, oostelijk en zuidelijk Afrika begonnen te verspreiden.

Klassieke Oudheid: Egypte, Koesj, Rome[bewerken]

Koesjitische (Soedanese) Farao op de Egyptische troon

Egypte had al vroeg contacten diep het achterland in. Zo was Koesj dan weer deel van Egypte, dan weer een eigen staat die zelfs in de latere tijd Egypte zou overheersen. De Egyptische invloed strekte echter verder zuidelijk tot in het huidige Ethiopië toe.

Rond het begin van de jaartelling was de gehele noordkust van Afrika deel van het Romeinse Rijk. Zo is het continent ook aan zijn naam gekomen: Africa was de Latijnse naam voor de landstreek rond het huidige Tunesië. Noord-Afrika was een van de toonaangevende gebieden wat de cultuur betreft.

Met de komst van het christendom werd dit hele gebied aanvankelijk christelijk. Hoewel de sluiting van de Isis-tempel in Elefantine door de zuiderburen niet in dank werd afgenomen, drong het nieuwe geloof al spoedig ook in Nubië door. Later zou het zich ook naar Ethiopië verspreiden. Bij de komst van de islam bleef Nubië nog lang (tot 16e eeuw) aan het Koptische geloof vasthouden en voor Ethiopië geldt dat tot op de dag van vandaag.

Prekolonisatie periode[bewerken]

Ruïnes van Groot Zimbabwe

In de vijfde en zesde eeuw ontstonden in West-Afrika het grote rijk van het oude Ghanese rijk en van Kanem-Bornu, die in de elfde eeuw werden binnengevallen door de noordelijke buren. In 1230 viel de hoofdstad van Ghana. Van de dertiende tot halverwege de zestiende eeuw ontstonden daarop ten zuiden van de Sahara de grote islamitische rijken van Songhai en Mali (hoofdstad Timboektoe). Mekka is voor een groot deel gebouwd van geld van deze bloeiende koninkrijken. In dezelfde periode bloeide in zuidelijk Afrika de ijzertijdcultuur van Groot-Zimbabwe. Deze cultuur had, blijkens de in de forten gevonden voorwerpen, handelsbetrekkingen met onder meer China.

Europese kolonisatie[bewerken]

Vijftiende eeuw[bewerken]

19e-eeuwse gravure van een slaventransport

Het rondden van Kaap Bojador in 1434 door de Portugezen kan worden beschouwd als het begin van de Europese ontdekkingsreizen. In 1441 kocht Antão Gonçalves de eerste zwarte Afrikaanse slaaf en het jaar erop kocht hij er nog eens tien. Ze werden "azenegue" genoemd. In 1445 stichtte Nuno Tristão de eerste factorij, Feitorias, op het eiland Arguin. Tegen dood van Hendrik de Zeevaarder in 1460 had men de West-Afrikaanse kust verkend tot aan Kaap Palmas, het begin van de Golf van Guinee.

In 1469 verleende koning Alfons V van Portugal het monopolie op de Golf van Guinee aan Fernão Gomes, een handelaar uit Lissabon, tegen een jaarlijkse huur van 200.000 réis. In het contract werd verder bepaald dat Gomes de ontdekkingen moest voortzetten en tot honderd leuga's (150 mijl) langs de kust verder moest varen. In die periode werden de goudmijnen van Elmina ontdekt, dit werd een drijfveer voor verdere zoektochten.

Tijdens de regeerperiode van koning Johan II van Portugal (1481-1495) ontdekte Diogo Cão de monding van de Kongostroom en rondde Bartolomeu Dias, Kaap de Goede Hoop. Tijdens die periode werden de eilanden Sao Tomé en Principe bevolkt.

Vasco da Gama was de eerste Europeaan die rond Afrika voer (1497-1498). Tijdens de historische reis in 1500 onder Pedro Álvares Cabral werd niet alleen Brazilië ontdekt, maar ook Madagaskar.

Zestiende eeuw[bewerken]

Dankzij het Verdrag van Alcáçovas had Portugal het monopolie over Zwart-Afrika. Sao Tomé en Principe werd een proefstation voor suikerrietplantages en zwarte slaven. Vanaf 1530 begon de uitbouw van Koloniaal Brazilië, daarvoor had men veel mankracht nodig, een grootschalige slavenhandel kwam op gang. Daarenboven zorgde de komst van de Europeanen in de Nieuwe Wereld voor massale sterfte bij de inheemse bevolking aan de voor hen nieuwe ziektes, zoals pokken, pest, tyfus, griep en mazelen. Ook het Spaanse Rijk had behoefte aan resistente arbeidskrachten. Luanda werd in 1575 de hoofdstad van Portugees-West-Afrika en de draaischijf van de zwarte slavenhandel. In 1580 stierf het Portugese koningshuis Aviz uit. Portugal en Spanje werden verenigd door de Iberische Unie (1580-1640).

Zeventiende eeuw[bewerken]

In 1652 stichtte de Nederlander Jan van Riebeeck namens de Vereenigde Oostindische Compagnie de Kaapkolonie aan de Tafelbaai waar nu Kaapstad is. Zijn negentig kolonisten, waaronder acht vrouwen, legden tuinen aan om fruit en groente te kweken voor de VOC-schepen. De slavenhandel zorgde voor het ontstaan van nieuwe koninkrijken zoals dat van de Ashanti, totdat de Europese kolonisatie ook deze van hun macht beroofde. Aan de noord-, west- en oostkust van het continent eiste ook de Arabische slavenhandel haar tol.

Negentiende eeuw[bewerken]

In de negentiende eeuw werd Afrika, net als veel andere gebieden, opgedeeld tussen hoofdzakelijk het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk. Ook Portugal en Duitsland hadden bezittingen in Afrika, evenals de Belgische koning Leopold II die in Congo een waar schrikbewind voerde. In 1879 leidde Britse expansie in Zuidelijk Afrika tot de bloedige Zoeloe-oorlog en van 1899 -1902 tot de Tweede Boerenoorlog met de Nederlandstalige kolonisten. De Kaapkolonie is slechts een voorbeeld van directe Europese kolonisatie (exploitatiekolonialisme). Groot-Brittannië, Frankrijk, België, Portugal en Italië hadden in 1914 bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog het grootste deel van Afrika in hun bezit. Alleen Liberia en Ethiopië waren onafhankelijke naties. Afrika was een periferiegebied dat de Europeanen gebruikten om er grondstoffen vandaan te halen en hun industrieproducten er weer te verkopen. Aan de andere kant zorgde de verbeterde medische zorg, die de Europeanen importeerden, voor lagere sterftecijfers. Blanken vestigden zich in Zuid-Afrika, Namibië en Zimbabwe en gingen daar de heersende klasse vormen. Pas na de Tweede Wereldoorlog kregen veel Afrikaanse koloniën hun onafhankelijkheid. De grenzen van de nieuwe staten waren echter lukraak door de Europeanen getrokken. Daardoor wonen in de meeste Afrikaanse staten meerdere volkeren en woont vrijwel elk volk in meerdere staten. Hierdoor waren de Afrikaanse natie-staten van meet af aan zwak.

Dekolonisatie[bewerken]

De laatste stuip van de Europese overheersing was de gewapende strijd in Zuidelijk Afrika. Zuid-Afrika, waar de blanke minderheid relatief groot is, kreeg pas in 1990 een niet op ras gebaseerde maatschappij. Hongersnoden, economische malaise, dictaturen en etnische conflicten komen veelvuldig voor (Biafra, Soedan, Congo, Rwanda enz.), het laatste als gevolg van de willekeurig getrokken grenzen. Afrika kent een zeer snelle bevolkingsgroei. De bevolking groeide tussen 1900 en 2010 van 120 naar 1.050 miljoen.

Zie ook[bewerken]