Geschiedenis van Dordrecht

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kaart van Dordrecht uit 1652 van Blaeu

De geschiedenis van Dordrecht betreft de historie van de Nederlandse stad Dordrecht.

Ontstaan en etymologie[bewerken]

De stad Dordrecht ontstond aan het riviertje de Thuredrecht (Thuredrit(h), ca 1120), te midden van veenmoerassen. De Thuredrith was een, misschien gedeeltelijk gegraven, zijtak van de rivier de Dubbel en liep ongeveer langs de huidige Dubbeldamseweg, Blekersdijk en door de ruimte tussen het Bagijnhof en de Vriesestraat. De nederzetting die rond 1200 als Durdreth of Durthric wordt vermeld was dus naar het riviertje genoemd. Thuredrecht betekent zoveel als een doortocht of trekvaart, in dit geval tussen de Dubbel en de Merwede. Lang is gedacht dat de naam stond voor een "doorwaadbare plaats in de rivier Thure" en dat 'drecht', zoals bij Utrecht en Maastricht uit latijn 'trajectum' was afgeleid. In 1996 is deze verklaring losgelaten.[1] In een oorkonde uit 1049 werd voor het eerst melding gemaakt van Dordrecht. Graaf Dirk IV van Holland zou in dat jaar vermoord zijn 'bij Dordrecht' (apud Thuredrech) (zie Slag om Thuredrith). Inmiddels staat al heel lang vast dat deze oorkonde een vervalsing uit ca 1120 is.[2] De naam Dordrecht werd al in het oudst bekende stadsrecht van 1220 op de hedendaagse manier geschreven.

Middeleeuwen[bewerken]

het oudst gevonden stadszegel van Dordrecht uit 1255

De Hollandse graaf Willem I bevestigde in 1220 de stadsrechten van Dordrecht. Dordrecht noemt zich de oudste stad van Holland (niet heel Nederland), omdat de net iets oudere Hollandse stad Geertruidenberg sinds 1807 is toegevoegd aan de provincie Noord-Brabant. Het is echter waarschijnlijk dat Dordrecht eerder al een serie stadsrechten ontvangen heeft, want in februari 1200 wordt de nederzetting al 'oppidum' genoemd en heeft hij 'scabini' (schepenen). Dat houdt in dat het een stadsachtige plaats was (oppidum betekent versterkte en/of verdedigbare (handels)stad) waar schepenen de taak hebben de lokale rechten of wetten te handhaven. Lang niet alle stadsrechten zijn in origineel of in afschrift bewaard. Veel steden hadden rechten die kennelijk een uitbreiding van eerdere rechten waren; oudere rechten die we tegenwoordig niet meer kennen. In de volksmond werd en wordt Dordrecht soms toch de "eerste stad" genoemd: de stad heeft van alle in Noord- en Zuid-Holland liggende Hollandse steden ontegenzeggelijk de oudste papieren. In de 13e en 14e eeuw was Dordrecht een van de belangrijkste, zo niet de belangrijkste stad van het graafschap Holland en had als zodanig onder andere het "eerste recht". De stad Muiden kan zich overigens in zeker opzicht een nog oudere Hollandse stad noemen dan Geertruidenberg en Dordrecht. Muiden zou mogelijk al in 1122 stadsrechten hebben verkregen. Muiden ligt echter pas vanaf 1296 in Holland, dit nadat het Bisdom van Utrecht het Gooi had afgestaan aan het graafschap.

De positie als "eerste stad van Holland" betekende dat afgevaardigden uit Dordrecht voorrang hadden op de andere leden van de Staten van Holland en als eerste in aanmerking kwamen voor gezantschappen. De pensionaris van Dordrecht had recht op de functie van Raadspensionaris van de Staten van Holland.

Ergens in de 13e eeuw werd in Dordrecht een Latijnse school opgericht. De rechtstreekse opvolger, het hedendaagse Johan de Witt-gymnasium, behoort daarmee tot de oudste gymnasia van Nederland. Van 1600 tot 1615 was Gerardus Vossius rector van de Latijnse school in Dordrecht. In 1299 werd Dordrecht belegerd door Zeeuwse huurlingen onder Aloud van Ierseke. De ware toedracht is tot op heden onbekend, maar men vermoedt iets met het stapelrecht en een groot conflict met de toenmalige schepenen van Dordrecht. In de 14e eeuw was Dordrecht een militair bolwerk waar veel oorlogstuig werd gemaakt zoals blijden, katapulten en koggen (vaartuig). Dit valt op te maken uit jaarrekeningen van Willem IV van Holland op zijn voorbereiding op het beleg van Utrecht in 1345[3] en later ook bij Filips de Goede.

In 1418 vond het Beleg van Dordrecht plaats. Jacoba van Beieren belegerde de stad samen met haar man Jan IV van Brabant. Ze wilden dat hun oom Jan van Beieren de stad zou verlaten. Het betekende ook een nieuwe opkomst in de Hoekse en Kabeljauwse twisten. In 1421 kwam Dordrecht op een eiland te liggen ten gevolge van de tweede Sint Elisabethsvloed, waarbij grote delen van het achterland (Groote of Hollandsche Waard) voorgoed verdronken. Door haar strategische ligging ontwikkelde de stad zich tot een belangrijke stapelplaats (stapelrecht vanaf 1299). Dordrecht verhandelde vooral wijn, hout en graan. In 1457 vond in Dordrecht een grote stadsbrand plaats. In 1481 werd Dordrecht door drie vendels vanuit Gorinchem ingenomen (zie Inname van Dordrecht), door Jan III van Egmont, die burgemeester Gilles Adriaanszoon wist te arresteren. Dit vanwege de partijstrijd, Hoeken tegen de Kabeljauwen.

In 1489 diende Dordrecht als basiskamp, waarvan de Jonker Fransenoorlog werd bestreden door Jan III van Egmont. De regent over de Nederlanden Maximiliaan van Oostenrijk verbleef zelfs enkele maanden in Dordrecht, waarbij hij menigmaal het Augustijnenklooster bezocht.[4] De Jonker Fransenoorlog werd beëindigd met de gevangenneming van Frans van Brederode, die in de Dordtse Puttoxtoren aan zijn verwondingen overleed.

Vroegmoderne Tijd[bewerken]

de Synode van Dordrecht van 1618-1619
Karel van Spanje verlaat Dordrecht in 1515, na ingehuldigd te zijn.
Dordrecht in 1565, door Jacob van Deventer
Zeevaardij bij Dordrecht in de 17e eeuw

Op 3 juni 1515 werd de latere Keizer Karel V (toen nog Karel van Spanje), ingehuldigd in Dordrecht om daar gehuldigd te worden als 'graaf van Holland'. Hij ging via het Groothoofdspoort de stad in.

In 1566 vond ook in Dordrecht een Beeldenstorm plaats, op 25 juni 1572 was de inname van Dordrecht een feit dankzij de hulp van de Watergeuzen. In 1572 kwam te Dordrecht de Eerste Vrije Statenvergadering bijeen. Vertegenwoordigers van alle Hollandse steden erkenden stadhouder Willem I, prins van Oranje, en steunden de opstand tegen de Spanjaarden. Hiermee werd een begin gemaakt met de vrije en onafhankelijke Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. In 1618-1619 vond in Dordrecht, bolwerk van de reformatie, de Synode van Dordrecht plaats, waarbij de remonstranten tegenover de contraremonstranten stonden en waar het besluit viel tot de Bijbelvertaling die in 1637 de Statenbijbel zou opleveren, de eerste officiële vertaling vanuit de grondtalen in de Nederlandse taal.

1650-1672: Eerste Stadhouderloze Tijdperk, ook wel de Ware Vrijheid genoemd. Na het overlijden van stadhouder Willem II zag men de kans zich te ontdoen van de stadhouders. In 1653 werd mr. Johan de Witt, zoon van mr. Jacob de Witt, als leider naar voren geschoven. Onder zijn leiding, als raadspensionaris, werd in 1654 vrede met Engeland gesloten, daarbij werd de Akte van Seclusie opgenomen. Deze moest voorkomen dat de zoon van Willem II stadhouder zou worden. Op 20 augustus 1672 echter werden Johan en zijn broer Cornelis de Witt in Den Haag gelyncht. Willem III, verdacht van het complot, werd datzelfde jaar stadhouder.

1702-1747: Tweede Stadhouderloze Tijdperk. Willem III stierf kinderloos en er werd geen stadhouder benoemd. Echter in 1747 werd Willem IV, de zoon van zijn verre neef Johan Willem Friso van Nassau-Dietz, erfstadhouder van alle gewesten. In 1766 treedt zijn zoon Willem V aan.

Exercitiegenootschap De Vrijheid 1783

1780-1787: Eerste Democratische Beweging. Dordrecht voerde een scherp anti-stadhouderlijke koers. Op 26 juli 1783 werd het exercitiegenootschap “De Vrijheid” opgericht. De Patriotten wilden de oude vrijheid heroveren op de Oranjes. Nederland was immers al ruim tweehonderd jaar een "republiek", erfopvolging hoorde daar niet in thuis. Alras volgden meerdere steden. Stadhouder Willem V vluchtte uit Holland. Dordrecht had nog een belangrijk aandeel in de patriottenopstand, want op 17 maart 1786 gingen de Dordtse raadspensionaris Cornelis de Gijselaar en burgemeester Ocker Gevaerts als vorm van provocatie in Den Haag door het stadhouderspoort met hun rijtuig het binnenhof op, waar ze door Oranjegezinden werden tegengehouden.[5] Op 18 september 1787 echter capituleerde Dordrecht voor de troepen van de Pruisische koning Frederik Willem, de zwager van Willem V. De Oranjerestauratie werd met kracht ingezet en de democratische beweging weggevaagd. Willem V werd in zijn positie hersteld. In 1815 nam zijn zoon Willem I, voorheen Willem VI, de titel Koning der Nederlanden aan. (zie ook Bataafse Republiek en Huis van Oranje resp. lijst van stadhouders in de Nederlanden)

Franse tijd (1795-1813)[bewerken]

Op 19 januari 1795 trokken 200 Franse troepen door de Rietdijkspoort (in navolging van de Franse Revolutie) de stad Dordrecht binnen. Ze verjoegen de Oranjegezinden die na 1787 weer de overhand hadden gehad. In eerste instantie waren de inwoners blij met hun komst, maar dit sloeg na enkele weken om. Dit omdat de regelgeving niet erg werd versoepeld en er inkwartiering plaatsvond; elk huishouden moest een Franse soldaat in huis nemen.[6] Tijdens de Franse bezetting werd binnen Dordrecht een Nationale garde opgericht waarbij alle mannelijke burgers tussen de 18 en 25 jaar binnen de stad zich moesten melden. Het financieel aantrekkelijke stapelrecht werd afgeschaft, Dordrecht verloor de positie van eerste stemhebbende stad in de Statenvergadering, de familiewapens worden in het streven naar gelijkheid van de grafzerken afgehakt, de wapenborden uit de kerken verwijderd en de gilden opgeheven.[7]

Op 5 oktober 1811 bezoekt Keizer Napoleon de stad Dordrecht, vanwege een waterlinie-inspectie, dit om een mogelijke Engelse invasie te voorkomen.[8] Op 22 november 1813 vonden de grootste ongeregeldheden plaats in Dordrecht, het Franse garnizoen dat om strategische redenen in Papendrecht was gelegerd, zag dat de Franse vlag was weggehaald aan de Dordtse kant en dat er leuzen als; oranje boven werden geroepen. Hierop opende men het vuur, waarbij een groot aantal huizen werd beschadigd en ook het Melkpoortje het moest ontgelden. Bij de burgers vielen er enkele gewonden en 1 dode. 's Avonds roeide stadscommandant Matthijs Beelaerts naar Papendrecht om te onderhandelen. Hij moest de volgende dag 300 Franse soldaten weer toelaten binnen de stad.[9] Op 23 november vluchtten de Fransen echter opnieuw de stad uit bij het horen van de komst van Pruisische troepen en Russische Kozakken. Het betekende het einde van de Franse overheersing.

Binnen Holland werd Dordrecht vanaf de 18e eeuw overvleugeld door Rotterdam.

Communicatie en vervoer ontwikkelingen[bewerken]

kaart met spoorlijn en station in Dordrecht

Dordrecht was gelegen op het klein eiland van Dordrecht zonder brugverbindingen met de buitenwereld. Behalve voor het vervoer op het eiland zelf, moest alles noodgedwongen vervoerd worden per boot. Van oudsher waren er veerdiensten naar Zwijndrecht en andere dorpen in de streek. In de 19e eeuw verzorgden stoomboten diensten met Rotterdam en andere steden. Vanaf 1855 was Moerdijk, ten zuiden van het Hollandsch Diep, per trein vanuit Antwerpen bereikbaar en waren er aansluitende veerdiensten tussen Moerdijk, Rotterdam en Dordrecht. In 1866 kwam in Moerdijk nog een SS station voor de treinen uit Breda. Op 1 januari 1872 werd het spoorwegstation in Dordrecht geopend, eerst nog voor de treinen uit het zuiden via de Moerdijkbrug en Lage Zwaluwe, vanaf 1 november 1872 ook voor de treinen naar Rotterdam. Vanaf dat moment was Dordrecht aangesloten op het spoornet. Pas veel later werden verkeersbruggen aangelegd, zoals in 1936 over het Hollandsch Diep.

Het spoorstation is op een afstand gelegen van de vroegere stadsmuren en bij de stadsweiden. Om de stad te verbinden met het station is een rechtstreekse doorsteek naar de stad aangelegd, de Johan de Wittstraat. Langs deze route is later een paardentramlijn aangelegd.

Paardentram omstreeks 1910

Op 23 november 1879 nam de Belgische maatschappij "Société anonyme Belge des Tramways de Dordrecht" (TD) een normaalsporige paardentramlijn van 1,8 kilometer, tussen Merwekade en het station, in bedrijf. Dit trambedrijf werd op 7 januari 1891 overgenomen door de Rotterdamsche Tramweg Maatschappij (RTM). Er was geen koppeling met de streektramlijnen van de RTM, die echter wel tot Zwijndrecht aan de overkant van de Oude Maas kwamen. De route van de lijn was: Merwekade, Boomstraat, Voorstraat, Nieuwbrug, Wijnstraat, Groenmarkt, Visbrug, Visstraat, Bagijnhof, Johan-de-Wittstraat en Stationsweg.[10] De paardentramlijn werd opgeheven op 16 maart 1919.[11]

Pas in de jaren dertig van de vorige eeuw werden de verkeersbruggen over de Oude Maas[12] en het Hollandsch Diep (Moerdijkbrug) aangelegd zodat de stad aangesloten werd op het landelijk wegennet.

In de binnenstad zijn twee stadsgrachten al vroeg als haven gebruikt (zie kaart van 1652). Later zijn er twee havengebieden met spooraansluiting bijgekomen:

  • Aan de Merwede: 1ste en 2de Merwedehaven
  • Langs het Mallegat, tussen de Oude Maas en Dordtsche Kil, die afgesloten is en waar diverse havendokken zijn bijgebouwd.

Op 1833 zijn de stadswallen, langs de huidige Spuihaven, die als verdegingsgracht dienstdeed, gesloopt.

Moderne Tijd[bewerken]

Door de eeuwen heen heeft Dordrecht een sleutelpositie ingenomen bij de verdediging van Holland, tot ver in de 20e eeuw was Dordrecht ook garnizoensstad. In de Benthienkazerne aan Buiten Walenvest langs de Oude Maas waren pontonniers gelegerd. Tijdens de mobilisatie van augustus 1939 werden ook infanteristen en artilleristen naar Dordrecht gestuurd om het eiland te verdedigen.

Tweede Wereldoorlog (1940-45)[bewerken]

In mei 1940 gaf Luitenant-kolonel Josephus Adrianus Mussert leiding aan de verdediging van Dordrecht, Jo Mussert was een broer van Anton Mussert die na de Tweede Wereldoorlog geëxecuteerd werd omwille van hoogverraad. Toen het Nederlandse leger de strijd tegen de Duitsers opgaf en zich uit de stad terugtrok, vertrok de luitenant-kolonel op 14 mei 1940 naar Papendrecht. Hier kwam J.A. Mussert te staan tegenover reserve 1e luitenant A.J. Kruithof die Mussert verdacht van hoogverraad. Mussert weigerde zich over te geven en werd door Kruithof neergeschoten. Mussert leefde nog en werd vervoerd naar het ziekenhuis in Gorinchem, waar hij later die nacht om circa 02.00 uur is overleden aan zijn verwondingen. Later is Jo Mussert door toedoen van Generaal Winkelman postuum gerehabiliteerd; zijn nabestaanden ontvingen zelfs een schadeloosstelling. Luitenant Plasschaert won in de strijd om Dordrecht zijn Militaire Willems-Orde.

In de Tweede Wereldoorlog werd Dordrecht en omgeving het middelpunt van de strijd in de winter van 1944-1945. De grens tussen bevrijd en bezet gebied lag toen bij het Hollandsch Diep.

1950-heden[bewerken]

Na de oorlog begon men aan de wederopbouw en in Dordrecht werd mede ook door de stadsuitbreiding in de jaren 1950-1959 de wijken Crabbehof en Wielwijk aangebouwd.

In de jaren 50 van de 20e eeuw werd de snack de Frikandel in Dordrecht uitgevonden door slagersknecht Gerrit de Vries, hij komt in 1984 ook met de Mexicano. In de jaren 50 van de 20e eeuw is Dordrecht een echt voetbalbolwerk met drie clubs in het betaald voetbal, SC Emma (tot 58), EBOH (tot 62) en D.F.C. (tot 72). Daarbij speelt de familie van der Gijp (onder andere Cor van der Gijp en Wim van der Gijp) een grote rol met het behalen van het Nederlands elftal. DFC verandert in 1979 in DS '79 en later in FC Dordrecht en is tot op heden actief in het betaalde voetbal.

In de jaren 70 ontstaat de wijk Sterrenburg, gevolgd in de jaren 80 door de wijk Stadspolders.

Op 14 november 1992 mocht Dordrecht voor het eerst de landelijke Sinterklaasintocht houden, onder toenmalig burgemeester Jan Noorland.

In de jaren 1995-2010 is Dordrecht een plek waar vaak films en series worden opgenomen, onder andere: De Tasjesdief (1995), Wij Alexander (98), Kruimeltje (99), Pietje Bell (02), Zwartboek (06), The Blue Horse (09), Annie M.G. (10), Rembrandt en ik (10). Zelfs Jackie Chan kwam voor opnames naar Dordt voor zijn film Who Am I (99).

Op 12 november 2011 mocht de stad opnieuw de landelijke Sinterklaasintocht organiseren, dit keer onder burgemeester Arno Brok. De intocht eindigde op het Scheffersplein.

Op 27 april 2015 had Dordrecht de primeur om de eerste Koningsdag 2015 nieuwe-stijl te vieren. Dit omdat de voormalig Koningin Beatrix op 30 april 2013 aftrad en het geplande bezoek van dat jaar (2013) in 2014 door haar zoon en opvolger Koning Willem-Alexander werd goedgemaakt.