Geschiedenis van Nieuw-Zeeland

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Wapen van Nieuw-Zeeland

Dit artikel geeft een beknopt overzicht van de geschiedenis van Nieuw-Zeeland.

Vroegste bewoners[bewerken]

Over de vroegste geschiedenis van Nieuw-Zeeland is men momenteel eigenlijk nog vrij onzeker.

Circa 26.500 jaar geleden vond een van de grootste vulkaanuitbarstingen uit de geschiedenis plaats op het Noordereiland. Deze 'Oruanui-uitbarsting' (met wereldwijde gevolgen) leidde tot de vorming van een krater op het Noordereiland die tegenwoordig bekendstaat als het Taupomeer. Tijdens een latere eruptie in 181 die tot in China en Rome de lucht kleurde, is het meer tot zijn huidige grootte uitgegroeid.

Volgens sommigen zou omstreeks 925 een Polinesische zeevaarder met de naam Kupe Nieuw-Zeeland ontdekt hebben. Hij zou vervolgens het land Aotearoa genoemd hebben, wat vrij vertaald in het Nederlands “het land van witte wolken” betekent. Hij bleef er echter niet, maar keerde na een korte exploratie van de eilanden terug naar zijn thuis, Hawaiki, een eiland in Oost-Polynesië. Van deze theorie is men echter niet volledig zeker, het zou dus ook een legende kunnen zijn.

Omstreeks 1200 kwamen de Maori’s aan op Nieuw-Zeeland. Zij kwamen (net als Kupe) ook uit Hawaiki en hadden hun thuis verlaten omwille van overbevolking, stammenoorlogen en epidemieën. Nieuw-Zeeland was, toen de Maori’s aankwamen, echter al een paar honderd jaar bewoond door primitieve stammen die afkomstig waren van eilanden uit Oost-Polynesië. Zij waren de Moriori’s en kwamen waarschijnlijk al in Nieuw-Zeeland aan omstreeks 700. Van hen zouden er toen ook naar de Chathameilanden gemigreerd zijn. De Moriori’s waren voornamelijk jagers en vissers. Sommige enkelingen deden echter ook aan landbouw. Het zijn deze mensen die verantwoordelijk waren voor het uitsterven van de vroege fauna van Nieuw-Zeeland, onder andere de moa (een grote niet-vliegende vogel). De inwoners van de Chathameilanden werden pas begin 19e eeuw in hun bestaan bedreigd door de Maori’s. De Maori’s hadden meer wapens en daardoor waren de Moriori’s zo goed als kansloos tegen hen. Men neemt aan dat in 1933 de laatste echte Moriori de pijp aan Maarten gaf.

Europese ontdekkers van Nieuw-Zeeland en naamsafkomst[bewerken]

In 1642 kreeg de Hollander Abel Tasman van gouverneur-generaal Anthony van Diemen en de Raad van Indië de opdracht om het grote “Zuidland” (ook wel Terra incognita australis genoemd) te gaan onderzoeken. Daarom vertrokken er in datzelfde jaar 2 schepen, namelijk de “Heemskerck” en de “Zeehaen” vanuit Batavia in Indonesië naar Mauritius om goederen af te leveren en om proviand in te slaan. Uiteindelijk, op 8 oktober 1642, koerste Tasman richting het huidige Australië. Tijdens deze reis arriveerde hij eerst echter op een onbekend land. Hij noemde het Diemensland. Diemensland was eigenlijk het huidige Tasmanië (een eiland ten zuiden van Australië). Het vasteland van Australië kreeg hij echter niet te zien.

Op 13 december 1642 zag Tasman dan als eerste Europeaan ooit het Zuidereiland van Nieuw-Zeeland. Vandaar zette hij zijn reis verder naar het noorden en op 19 december werd hij aangevallen door een groep vijandige Maori’s. Zij doodden enkele van zijn manschappen. Het nieuw ontdekte land werd door Tasman eerst “Statenland” genoemd. Later wijzigde men dit in Nieuw-Zeeland. Het land werd genoemd naar de Hollandse provincie Zeeland, een provincie waar vele Hollandse zeehelden vandaan kwamen. Tasman zeilde verder naar het noorden langs de westkust van het Noordereiland, er werden ook nog enkele kleine eilandjes ontdekt en daarna werd er terug koers gezet naar Batavia, waar Tasman op 15 juni 1643 aankwam. De VOC was eigenlijk teleurgesteld in de resultaten van Tasman. Hijzelf wist ook te zeggen dat de lokale bevolking heel vijandig was en dat handeldrijven er dus nog niet inzat.

Iets meer dan 100 jaar later maakte de Britse ontdekkingsreiziger James Cook tussen 1769 en 1774 twee reizen rond de wereld. Hij ontdekte op 7 oktober 1769 de oostkust van het Noordereiland met zijn schip de “Endeavour”. Hij ontdekte eveneens de doorgang tussen het Noordereiland en het Zuidereiland en slaagde erin om goede kennismakingen aan te gaan met de lokale bevolking.

De Hollanders en de Britten hadden aanvankelijk echter weinig interesse in Nieuw-Zeeland en richtten zich vooral op Nederlands-Indië (het huidige Indonesië) en India.

Britse kolonie[bewerken]

De eerste walvisvaarders bereikten Nieuw-Zeeland aan het begin van de 19e eeuw. Zij kwamen vooral van Tasmanië en Australië en vestigden zich in de Bay of Islands (het noorden van het Noordereiland). Het Verenigd Koninkrijk stuurde ook missionarissen naar dit gebied. De Fransen trachtten echter om Nieuw-Zeeland in te palmen en als reactie daarop tekenden de Britten samen met de Maori’s het Verdrag van Waitangi op 6 februari 1840. Daardoor werd Nieuw-Zeeland een Britse kolonie. Dankzij dit verdrag erkenden de Maori’s de soevereiniteit van het Verenigd Koninkrijk, kregen de Maori’s dezelfde rechten als de Britten en erkenden de Maori’s het bezit van hun grond. Dit laatste leidde tot vele interpretatieverschillen en uiteindelijk ontstonden er bloedige conflicten zoals de Taranaki-oorlog (Eerste Maori-oorlog). Hierbij werd de Britse nederzetting Taranaki in brand gestoken en verwoest. Een leger van duizenden Britse militairen nam hierop echter wraak in een strijd die nog 5 jaar zou duren. Omwille van deze conflicten werd in 1840 de New Zealand Company opgericht door Edward Gibbon Wakefield. Hierdoor werd besloten om de Nieuw-Zeelandse gronden tegen vaste prijzen te verkopen en met dat geld zou dan de overtocht van emigranten worden bekostigd. Zo was binnen enkele maanden alle grond verkocht. Toen de eerste kolonisten aankwamen, bleek er echter meer grond verkocht te zijn dan er werkelijk voorhanden was. De Britse regering sprong in de bres en ging op grote schaal land kopen waardoor de kolonisatie alsnog voltooid werd en de New Zealand Company kon worden opgeheven. Rond deze tijd werd ook de huidige hoofdstad Wellington gesticht.

In 1845 werd George Grey naar Nieuw-Zeeland gestuurd. Hij werd aangesteld als gouverneur en had de taak om de orde te herstellen. Hij trad met harde hand op, maar wist toch op eerlijke wijze het vertrouwen van de Maori’s terug te winnen. Op 23 december 1846 kreeg Nieuw-Zeeland een nieuwe constitutie. Het kreeg de namen New Munster en New Ulster en werd verdeeld in provincies. Elke provincie had een eigen gouverneur. In 1852 kwam er opnieuw een nieuwe constitutie. Nieuw-Zeeland werd nu van provinciale bestuursraden voorzien, een algemene raad naast de gouverneur en een algemeen vertegenwoordiger. Door dit systeem werden de 6 Nieuw-Zeelandse provincies plots 6 zelfstandige kleinstaten.

In 1856 kreeg Nieuw-Zeeland voor het eerst meer autonomie. De Maori’s voelden zich in deze tijd door de overvloedige blanke bevolking in het nauw gebracht. De blanke bevolking begon hierop schrik te krijgen van de Maori’s voor aanvallen. Het gevolg was de Tweede Maori-oorlog die van 1860 tot 1870 duurde. Het waren een reeks bloedige taferelen die hoofdzakelijk tot het Noordereiland beperkt bleven. De Maori’s trachtten tot een onderlinge eenheid te komen onder een koning maar slaagden daar niet in. Hun Hau-Haubeweging die in 1865 opgericht werd, was gebaseerd op een mengsel van eigen geloof en Bijbels geloof en richtte zich tegen het christendom en vreemde overheersing. Uiteindelijk verloren de Maori’s toch hun land door gedwongen verkoop of confiscatie. In 1861 was er ook een enorme toevloed van kolonisten gevolgd dankzij de ontdekking van goud in Otago. In 1862 werd het systeem van voorkoop van grond door de regering ontwikkeld, waardoor de laatste bescherming tegen de Maori’s hun grondverlies wegviel. In 1865 werd Wellington uitgeroepen tot nieuwe hoofdstad (voorheen kwam deze eer aan Auckland toe).

Van 1870 tot 1890 was één ministerie, onder Sir Harry Atkinson, aan de regering. Deze periode werd gekenmerkt door een diepe depressie en in 1875 werden regering en bestuur weer gecentraliseerd. In 1882 werden voor het eerst koelkamers via schepen naar Nieuw-Zeeland gebracht. Dit betekende voor het land een nieuwe bron van inkomsten, namelijk het fokken en slachten van schapen.

In 1881 werden maatregelen genomen tegen massale immigratie van Chinese arbeidskrachten. In 1887 werden de Kermadeceilanden geannexeerd en in 1900 ook de Cookeilanden, Savage-eiland en Suvoroveiland. In 1889 werd het mannenkiesrecht ingevoerd en in 1890 kwamen voor het eerst liberale en arbeiderspartijen aan het bewind. Door de voor die tijd unieke sociale wetgeving, staatssocialisme en economische planning werden in de volgende 20 jaar enorme vorderingen gemaakt. De landbouw werd geïntensiveerd, het kleingrondbezit werd begunstigd, in 1893 kregen vrouwen kiesrecht (Nieuw-Zeeland was hiermee het eerste land ter wereld met vrouwenkiesrecht), en in 1909 scheidde de Labour Party, die met de Liberale Partij één geheel vormde, zich als partij af. In deze tijd waren er veel stakingen in Nieuw-Zeeland. In 1912 kwam de conservatieve National Party weer aan het bewind. Intussen was Nieuw-Zeeland op 26 september 1907 een autonoom dominion geworden.

Tijdens de wereldoorlogen vormden de Nieuw-Zeelandse soldaten samen met de Australische soldaten het ANZAC (Australia, New Zealand Army Corps) dat in Europa, Afrika en Azië vocht tegen de Duitsers en de Japanners. In 1919 werd West-Samoa mandaatgebied van Nieuw-Zeeland. In 1930 werd Nieuw-Zeeland zwaar getroffen door de wereldcrisis en de regering ging over tot drastische bezuiniging en loonsverlaging. Daarnaast werd ook de uitgebreide sociale wetgeving buiten werking gesteld. De Labour Party kwam daarop in de oppositie terecht maar won in november 1935 opnieuw de verkiezingen. Hierdoor werd het bankwezen genationaliseerd, er werd een minimumloon ingevoerd en de spoorwegen werden genationaliseerd.

Onafhankelijkheid van Nieuw-Zeeland[bewerken]

In 1947 werd Nieuw-Zeeland voor het eerst onafhankelijk, autonoom lid van het Britse Gemenebest. 2 jaar later kwamen dan de conservatieven onder S. Holland weer aan het bewind, maar de politieke en sociale structuur onderging geen sterke veranderingen meer. In 1951 werd het Hogerhuis opgeheven. Tijdens de jaren 50 kende de Nieuw-Zeelandse landbouweconomie een enorme bloeiperiode en Nieuw-Zeeland werd enkele jaren het welvarendste land ter wereld. De inkomens waren dan ook een van de hoogste ter wereld. Men dacht er echter niet aan om in tijden van grote welvaart te gaan industrialiseren, waardoor Nieuw-Zeeland voor export nog steeds sterk afhankelijk was van het Verenigd Koninkrijk.

In 1957 kon Labour weer een regering vormen die onder leiding stond van Nash. In 1962 werd het Nieuw-Zeelandse mandaatgebied West-Samoa onafhankelijk. In 1964 steunde de toenmalige regering, onder leiding van de conservatieven, Maleisië in zijn conflict met Indonesië. Nieuw-Zeeland verleende ook steun aan de Amerikanen in hun Vietnampolitiek, en als gevolg hiervan verkreeg Nieuw-Zeeland hechte banden met de Verenigde Staten.

In de jaren 70 speelden de conservatieven hun meerderheid kwijt aan de Labour Party. De nieuwe premier David Lange kondigde toen een aanlegverbod aan voor door kernenergie aangedreven oorlogsschepen in Nieuw-Zeelandse havens. Dit leidde dan weer tot spanningen met de Verenigde Staten en Australië. Toen het Verenigd Koninkrijk in 1973 lid werd van de EEG, zorgde dat voor een economische ramp in Nieuw-Zeeland. Agrarische producten werden vanaf nu voornamelijk uit EEG-landen gekocht door het Verenigd Koninkrijk. Nieuw-Zeeland moest hierdoor geld lenen waardoor de buitenlandse schuld opliep met een enorme inflatie als gevolg. In 1975 won de National Party opnieuw de verkiezingen onder leiding van Muldoon. Zij bleven aan het bewind tot 1984. Muldoon verloor echter de verkiezingen van 1984 na een conflict over vakbonden. In 1985 werd het schip de “Rainbow Warrior” door de Franse geheime dienst in Auckland tot zinken gebracht.