Geschiedenis van Niger

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Het moderne Niger
Grottekeningen van giraffen, steenbokken en andere dieren gevonden in een grot bij Tiguidit, in het zuiden van Niger
Het Songhai-keizerrijk op haar hoogtepunt rond 1500

Deze pagina geeft een overzicht van de geschiedenis van Niger, van de prehistorische tot de moderne tijd.

Vroegste tijd[bewerken]

Er hebben waarschijnlijk vanaf het begin van de mensheid mensen gewoond in het gebied van het hedendaagse Niger. In het naburige Tsjaad zijn er resten gevonden van Australopithecus bahrelghazali, een mensachtige die 2 tot 3.5 miljoen jaar geleden in het gebied zou hebben gewoond. Er is echter verder weinig bekend over de volken die Niger in de prehistorie bewoonden. In de bergen en woestijnen in het noorden zijn wel grottekeningen gevonden en resten van oude nederzettingen. Dit gebied is waarschijnlijk bewoond geweest vanaf 60.000 voor Christus. Wat nu de Sahara-woestijn is, bestond toen uit grote, vruchtbare graslanden waar herders vanaf ongeveer 7.000 voor Christus met hun schapen en geiten rondtrokken.

Andere archeologische opgravingen duiden erop dat het noordoosten van het huidige Niger in de periode 7700-6200 voor Christus bewoond zou zijn door vissers die woonden aan de rand van grote meren. Deze zouden echter zijn weggetrokken ten tijde van een grote droogte die mogelijk een millennium lang heeft geduurd, van 6200 tot 5200 voor Christus. Nadat deze droogte voorbij was, keerden de vissers ook weer terug en bleven daar 5200 tot 2500 voor Christus wonen. Vanaf het jaar 2000 voor Christus was er weer sprake van een ernstige droogte en breidde de Sahara zich weer snel uit, waarbij ook het noorden van Niger veranderde in een woestijn. De meeste mensen wonen daarom vandaag de dag bij het Tsjaadmeer, bij de Kaouar-oases, langs de zuidelijke grens met Nigeria en in het zuidwesten van het land.

Carthago en Egypte waren zeker vanaf 500 voor Christus belangrijke uitvoerroutes naar Europa voor West-Afrikaanse goederen, zoals goud, ivoor en slaven. Niger lag op de handelsroute tussen de koninkrijken rond het Middellandse Zeegebied en de koninkrijken rond de Sahel. Hoewel er bij klassieke schrijvers referenties zijn die duiden op directe handel tussen het Middellands Zeegebied en West-Afrika, verliep de meeste handel toch via tussenhandelaren die het gebied kenden en wisten hoe zij veilig moesten reizen in de zeer droge omgeving.

Recente archeologische vondsten bij Bura in het zuidwesten van Niger en in het nabijgelegen Burkina Faso hebben voor een deel de Bura-cultuur in kaart gebracht. De Bura bewoonden vanaf de 3e tot de 13e eeuw in nederzettingen die langs de Niger-rivier stonden.

Vanaf de 3e eeuw deed ook de kameel haar intrede in Niger. Deze werd geïntroduceerd door Berbers die reisden door het hele gebied van en rondom de Sahara. Door de kameel was het mogelijk structureler contact te onderhouden met omliggende volken. Het duurde echter pas tot de 7e-8e eeuw eer er vaste handelsroutes waren ontstaan. Dit ging gepaard met de komst van de islam naar West-Afrika. Er waren twee belangrijke routes: de eerste liep vanaf het moderne Marokko naar Niger-delta; de tweede via het hedendaagse Tunesië naar de omgeving van Tsjaadmeer.

Deze routes waren relatief kort en daardoor begaanbaar. Een weg naar Libië was moeilijk te vinden vanwege de vele zandstormen en het gebrek aan oases in het betreffende gebied. Er werd ook gepoogd een handelsroute naar Egypte te vinden, maar pogingen daartoe werden in de 10e eeuw gestaakt. In de loop van de tijd maakte (delen van) Niger deel uit van grote koninkrijken, zoals het Koninkrijk Mali en het Songhai-rijk. Ook waren er verschillende Hausa-koninkrijken. In de 15e eeuw hadden de Toeareg, een nomadenvolk, veel macht. Zij vestigden zich vanaf de 10e eeuw in het gebied van het Aïrgebergte. Tegen de 15e eeuw hadden ze een rijk opgebouwd rond de stad Agadez. Zij vielen met grote legers andere volken, zoals de Songhai, aan en veroverden verschillende steden. Op hun beurt bevochten weer andere volken de Toeareg en veroverden grote delen van het rijk van de Toeareg, tot ook zij weer verdreven werden. Hierna vestigden zich ook Hausa en de Fulani-koninkrijken in het gebied.

Frans kolonialisme[bewerken]

Frans koloniaal Afrika rond 1918

Vanaf de 19e eeuw begon ook Europa interesse te krijgen in het gebied en verschillende Europese ontdekkers zoals de Brit Mungo Park en de Duitser Heinrich Barth reisden door het gebied om de monding van de Niger te ontdekken. Frankrijk probeerde het gebied vanaf het einde van de 19e eeuw in handen te krijgen. In 1895 vormde Frankrijk uit al het veroverd gebied Frans-West-Afrika, waar Niger een onderdeel vanuit maakte. Het duurde echter pas tot 1922 voordat de Fransen controle hadden over het gehele gebied toen de laatste Toeareg-opstandelingen werden verslagen. Het gebied werd daarna bestuurd door een gouverneur-generaal vanuit Dakar. De verschillende territoriums hadden ook een eigen gouverneur. De Franse grondwet van 1946 gaf maar beperkte macht aan lokale wetgevende vergaderingen.

Onafhankelijkheid (1958-1974)[bewerken]

Met de aanname van een nieuwe wet in juli 1956 gaf het Franse parlement meer mogelijkheden voor overzeese gebieden om een eigen regering te vormen, die zelf vorm kon geven aan interne zaken zoals onderwijs, gezondheidszorg en infrastructuur. Na de vestiging van de Vijfde Franse Republiek in oktober 1958 kregen de Franse gebieden in West-Afrika een referendum om al dan niet onderdeel te worden van de Communauté. Dit zou een gelimiteerde vorm van zelfbestuur toestaan en werd gezien als een stap in de richting van onafhankelijkheid.

De Progressieve Partij van Niger (PPN), van oorsprong een regionale afdeling van de Afrikaanse Democratische Groepering, onder leiding van Hamani Diori, vertegenwoordigden het ja-kamp. Er was ook een nee-kamp, dat geleid werd door Djibo Bakary, voorzitter van het Nigerese parlement. Hij leidde de partij Socialistische Beweging Afrika (SAWABA). In 1958 werden er ook verkiezingen gehouden en daarbij verkreeg PPN 54 van de 60 beschikbare zetels. SAWABA won slechts 4 zetels.

Op 18 december 1958 riep Niger zichzelf uit tot Republiek binnen de Communauté. Deze dag wordt ook gezien als de Nigerese Onafhankelijkheidsdag en is een feestdag in Niger. In datzelfde jaar nog werd Diori president van Niger. Hij bouwde een coalitie bestaande uit Hausa, Fulbe en Djerma-leiders. Bij het referendum in 1959 stemde een groot deel van de bevolking in met de vraag of Niger onderdeel moest zijn van het Communauté.

Diori had goede relaties met de Fransen. In 1960 verbood de Franse overheid alle politieke partijen in Niger, met uitzondering van de PPN. Daarmee werd Niger een eenpartijstaat. Veel leiders van SAWABA moesten vluchten naar het buitenland. In 1959 werd de Franse grondwet gewijzigd, zodat de lidstaten onafhankelijk konden worden, zonder de Communauté te moeten verlaten. In de loop van 1960 werden dan ook alle lidstaten onafhankelijk.

Diori was de president gedurende de jaren zestig. Hij werd in 1965 en 1970 – zonder enige tegenstand – herkozen. Diori kreeg in het buitenland veel rol, omdat hij vaak optrad als woordvoerder namens de Afrikaanse landen, en vaak probeerde te bemiddelen bij conflicten in andere Afrikaanse landen.

In zijn eigen regering was sprake van veel corruptie. Ook slaagde hij er niet in de noodzakelijke hervormingen door te voeren, waardoor het land aan het begin van de jaren zeventig niet bestand was tegen de grote hongersnood die de regio trof als het gevolg van droogte. Bovendien waren in zijn regering nooit leden met een Hausa of Fulbe-achtergrond vertegenwoordigd, terwijl deze toch 40 procent van de bevolking vormden.

De kritiek op Diori nam daarom toe in eigen land. In 1963 wist hij een coup te voorkomen en in 1965 ontkwam hij maar net aan een aanslag. Met behulp van Franse adviseurs en troepen slaagde hij erin aan de macht te blijven. Zijn relatie met Frankrijk raakte echter beschadigd tijdens een bezoek van Georges Pompidou toen Dioris’ regering haar ongenoegen liet blijken over de lage investeringen van Frankrijk met betrekking tot de uraniumproductie.

De problemen van Niger leidden tot grote civiele onrust. Diori benoemde alleen nog maar familie en bevriende Djerma in zijn regering. Hij benoemde zichzelf tot minister van Buitenlandse Zaken en Defensie.

Luitenant-kolonel Seyni Kountché leidde op 15 april 1974 een militaire coupe waarmee er een einde kwam aan de regering van Diori. Hij werd tot 1980 gevangengezet en had daarna tot 1987 huisarrest. Later werd hem toegestaan naar Marokko te emigreren.

Bewind Kountché-Saibou (1974-1990)[bewerken]

Kountché regeerde vervolgens het land van 1974 tot 1987 samen met een Hoge Militaire Raad. Zijn regering werd gekenmerkt door favoritisme en cliëntelisme ten voordele van de bewoners van het westen van Niger. Er was wel sprake van een toenemende welvaart, maar dit ging gepaard met een beperking van veel grondrechten. Ook werden veel mensen op arbitraire gronden gevangengezet. Er werden verschillende couppogingen gepleegd, maar deze mislukten allemaal. Kountché stierf in 1987 aan een hersentumor.

Ali Saibou, een neef van Kountché, volgde hem op. Hij liberaliseerde sommige wetgeving met betrekking tot grondrechten. Ook liet hij veel politieke gevangenen vrij, waaronder Diori. Daarnaast schreef hij een nieuwe grondwet. Ondanks zijn hervormingen kwam hij nog steeds in conflict met de vakbonden en studenten die eisten dat Niger weer een meerpartijenstelsel zou krijgen. De regering van Saibou stemde daar aan het einde van 1990 mee in. Nieuwe politieke partijen ontstonden en deze hielden in juli 1991 een Nationale Vergadering waarin gesproken werd over het proces om tot een nieuwe grondwet te komen en eerlijke, vrije verkiezingen. Onder leiding van prof. André Salifou kwam er overeenstemming over de vorming van een tijdelijke regering.

Democratie en coup (1990-2000)[bewerken]

Er werd in november 1991 een tijdelijke overgangsregering gevormd, die het land zou leiden tot alle benodigde maatregelen voor vrije verkiezingen zouden zijn genomen. In een referendum werd de nieuwe grondwet aangenomen en er werden verkiezingen gehouden voor verschillende provinciale en lokale organen. Ook ontstonden er veel nieuwe kranten, omdat het verbod op persvrijheid was opgeheven.

De presidentsverkiezingen werden gewonnen door Mahamane Ousmane namens de Democratische en Socialistische Vergadering (CDS), maar met steun van andere partijen. Zijn coalitie viel in 1994 echter uit elkaar, en daardoor had hij geen meerderheid meer in het parlement. Ousmane schreef nieuwe verkiezingen uit, maar daarin behaalde zijn partij geen meerderheid. De Nationale Beweging voor de Ontwikkeling van de Maatschappij (MNSD) won de verkiezingen en daarom moest Ousmane Hama Amadou, leider van het MNSD, benoemen tot premier. De regering van Ousmane sloot in april 1995 een vredesakkoord met rebellengroepen bestaande uit Toeareg en Toubou. Deze waren in 1990 in opstand gekomen, omdat zij vonden dat onvoldoende werden gehoord en bediend door de centrale regering. Verschillende van de rebellen werden opgenomen in het leger, terwijl anderen – met Franse hulp – terugkeerden naar hun burgerlijk leven.

De nieuwe regering was echter niet veel tijd gegund. Op 27 januari 1996 pleegde kolonel Ibrahim Baré Maïnassara een coup en greep de macht. Hij stelde een nieuwe grondwet op en schreef nieuwe verkiezingen uit voor mei 1996, waaraan hij zelf deelnam. Voor de verkiezingen zette hij echter de Kiescommissie af en stelde een nieuwe aan. Die riepen hem uit tot winnaar met meer dan 50 procent van de stemmen.

Maïnassara probeerde zijn coup naar het buitenland toe te rechtvaardigen, maar had het vertrouwen verloren van donorlanden en de handel en economische steun aan Niger droogde op. Bovendien negeerde Maïnassara de internationale boycot tegen Libië en dreef handel met het land. In eigen land schond hij veel grondrechten en zette oppositieleiders en journalisten.

In april 1999 verloor Maïnassara het leven bij een aanslag tijdens een coup door Daouda Malam Wanké. Deze vestigde een overgangsregering om een nieuwe grondwet op te stellen. De nieuwe grondwet werd in juli 1999 aangenomen. De nieuwe parlements- en presidentsverkiezingen verliepen eerlijk. De uitkomst was dat Mamadou Tandja de nieuwe president was en dat een coalitie van MNSD en CDS een meerderheid had in het parlement.

Periode Mamadou (2000-2009)[bewerken]

Nigerese soldaten van het 322e Parachute Regiment, in Maradi, april 2007
Tandja Mamadou in 2007

Gedurende de eerste helft van het nieuwe decennium verliep alles rustig. In 2004 werd Tandja herkozen als president. Zijn partij MNSD had een meerderheid in het parlement en in veel lokale en provinciale parlementen.

In 2007 brak er echter een opstand uit. De rebellen hadden zich verenigd in de Mouvement des Nigeriens pour la Justice. Zij bestonden voor een groot deel uit Toeareg en wilden dat er meer geld zou worden uitgegeven voor ontwikkeling in het noorden. De rebellen vielen militairen aan en legden vooral in het noorden landmijnen. De opstand had rampzalige gevolgen voor de opkomende toeristenindustrie en jaagde bedrijven weg die wilden investeren in mijnbouw en oliewinning. De regering van Niger heeft geweigerd met de rebellen te onderhandelen totdat zij de wapens neerlegden.

Niger kwam in juni 2009 opnieuw in een crisis terecht. De tweede termijn van Tandja als president zou aan het einde van dat jaar aflopen en hij kon zich volgens de grondwet niet opnieuw verkiesbaar stellen. In een referendum wilde hij vragen langer te mogen aanblijven maar een constitutioneel hof verbood dit. Daarop riep Tandja in juni 2009 de noodtoestand af en kondigde aan voortaan per decreet te gaan regeren.[1] Veel internationale donoren schortten vervolgens de betaling van hulpgelden op.[2]

Nieuwe coup (2010-heden)[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Staatsgreep in Niger (2010) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In februari 2010 werd er opnieuw een coup gepleegd door het leger en Tandja werd afgezet. De groep coupplegers noemde zichzelf de Opperste Raad voor Herstel van Democratie. Ze stelden officier Salou Djibo aan als leider van een nieuwe militaire regering.[3] De regering schreef nieuwe verkiezingen uit voor het begin van 2011. Deze verkiezingen werden gewonnen door Mahamadou Issoufou die aantrad als nieuwe president.

Bronnen, noten en/of referenties