Geschiedenis van Scandinavië

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De geschiedenis van Scandinavië is de gemeenschappelijke geschiedenis van de Scandinavische landenDenemarken, Noorwegen en Zweden.

Prehistorie[bewerken]

In het zeer bosrijke Scandinavië had men weinig behoefte om werktuigen uit mineralen te maken. Bijgevolg resten er ons maar weinig overblijfselen uit Scandinavië daterend uit de steen-, brons- of ijzertijd behalve enkele werktuigen uit steen, brons en ijzer, wat juwelen en versieringen en steenmannen (begraafplaatsen). Gelukkig bezitten we ook een wijdverspreide en rijke verzameling aan rotstekeningen, die ook wel petrogliefen worden genoemd.

Steentijd[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Synoptische tabel van de voornaamste prehistorische culturen van de Oude Wereld

Laat-paleolithicum[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie paleolithicum voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Een pijlpunt uit de Agrensburgcultuur.

Toen het ijs zich terugtrok graasden rendieren op de vlaktes van Denemarken en het meest zuidelijk gelegen punt van Zweden. Dit was het land van de Ahrensburgcultuur, stammen die in een enorm gebied van 100.000 km² jaagden en in tipi's op het toendra leefden. In dit gebied was er weinig bebossing hoewel er zachte berken en lijsterbessen waren, maar de taiga begon intussen langzaam te verschijnen.

Mesolithicum[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie mesolithicum voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In het 7e millennium v.Chr., toen het rendier en de jagers zich richting noordelijke Scandinavië hadden begeven, begonnen er bossen in het gebied te ontstaan. Een cultuur, Maglemosecultuur genaamd, was gevestigd in Denemarken en Zuid-Zweden, en ten noorden daarvan, in Noorwegen en meest zuidelijk gelegen gebied van Zweden ontstond de Fosna-Hensbackacultuur, die voornamelijk langs de rand van de bloeiende bossen was gevestigd. Het gebruik van vuur, boten en stenen werktuigen liet deze mensen uit de steentijd toe te overleven in noordelijk Europa. De noordelijke jager-verzamelaars volgden de kuddes en de zalmtrek, zich naar het zuiden begevend tijdens de winter, en opnieuw naar het noorden tijdens de zomer. Deze vroege volkeren hadden culturele tradities die leken op die uit andere gebieden in het verre noorden – waaronder het huidige Finland, Rusland en over de Beringstraat in de noordelijkste landstrook van Noord-Amerika (delen van het huidige Alaska en Canada).

Tijdens het 6e millennium v.Chr., was zuidelijk Scandinavië bedekt met weelderige gematigde breedbladige en gemengde bossen. In deze bossen zwierven dieren zoals de oeros, wisent, eland en het edelhert rond. Stammen, wiens cultuur Kongemosecultuur wordt genoemd, leefden van de jacht op deze dieren. Zoals hun voorgangers, jaagden zij ook op zeehonden en visten in de visrijke waters. Ten noorden van de Kongemosecultuur, leefden in het meest zuidelijke gebied van Noorwegen en Zweden andere jager-verzamelaars, wiens cultuur Nøstvet- en Lihultcultuur wordt genoemd, nakomelingen van de Fosna-Hensbackacultuur. Deze mensen jaagden nog steeds aan het einde van het 6e millennium v.Chr. in hun gebied, toen in het zuiden de Kongemosecultuur door de Ertebøllecultuur werd vervangen.

Neolithicum[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie neolithicum voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Tijdens het 5e millennium v.Chr. leerden de Ertebøllemensen pottenbakken van de naburige stammen in het zuiden, die begonnen waren het land en dieren te cultiveren. Spoedig begonnen ook zij het land te cultiveren en rond 4000 v.Chr. werden zij deel van de megalithische trechterbekercultuur. Tijdens het 4e millennium v.Chr. verspreiden deze trechterbekerstammen zich verder uit over Zweden tot aan Uppland. De Nøstvet- en Lihultstammen leerden nieuwe technologieën van de optrekkende boeren, maar niet de landbouw, en gaf zo aan het einde van het 4e millennium v.Chr. het ontstaan aan de touwbekercultuur. Deze touwbekerstammen hielden het verdertrekken van de boeren tegen en dreven hen zuidwaarts naar Zuidwest-Zweden, maar sommige geleerden zeggen dat de boeren niet gedood of weggejaagd werden, maar dat zij vrijwillig deelnamen aan de touwbekercultuur en werden opgenomen in deze. Tenminste een nederzetting schijnt gemengd geweest te zijn: de Alvastra paalnederzetting.

Bootvormige strijdbijl uit Närke.

Het is onbekend welke taal deze vroege Scandinaviërs spraken, maar naar het einde van het 3e millennium v.Chr. toe, werden zij overrompeld door nieuwe stammen waarvan vele geleerden menen dat deze Proto-Indo-Europees spraken, de strijdbijlcultuur. Deze nieuwe volken trokken verder naar Uppland tot aan de Oslofjord en zij legden vermoedelijk de basis voor de taal die de voorouder van de moderne Scandinavische talen zou zijn. Deze nieuwe stammen waren individualistisch en duidelijk patriarchaal met de strijdbijl als een viriel symbool. Zij waren herders van vee en met hun komst trad het grootste deel van zuidelijk Scandinavië het neolithicum in. Spoedig zou echter een nieuwe uitvinding haar weg naar Scandinavië vinden, dat een periode van culturele vooruitgang in Scandinavië zou inluiden: de bronstijd.

Bronstijd[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie bronstijd voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Petrogliefen van Scandinavië (Häljesta, Västmanland in Zweden). Composietbeeld. Bronstijd. De gliefen zijn geschilderd om hen zichtbaarder te maken. Het is onbekend of zij oorspronkelijk werden geschilderd of ingekerfd.

Hoewel de Scandinaviërs tamelijk laat door middel van handel deelnamen aan de Europese bronstijdculturen, vindt men in Scandinavische sites rijke en goed-bewaarde voorwerpen van wol, hout en geïmporteerd Centraal-Europees brons en goud. Tijdens deze periode ontstond in Scandinavië de eerst bekende geavanceerde beschaving in dit gebied, volgend op de steentijd. De Scandinaviërs namen vele Centraal-Europese en mediterrane symbolen over, terwijl ze tegelijkertijd nieuwe stijlen en voorwerpen creëerden. Myceens Griekenland, de Villanovacultuur, Fenicië en het oude Egypte zijn allen beschouwd geweest als mogelijke inspiratiebronnen voor Scandinavische kunstwerken van deze periode. De reden voor de buitenlandse invloed wordt gezocht in de barnsteenhandel, en barnsteen dat in Myceense graven van deze periode wordt gevonden, is teruggevoerd tot de Oostzee. Enkele rotstekeningen beelden boten af en de grote steenformaties bekende als steenschepen doen vermoeden dat scheepvaart een belangrijke rol speelde in het leven in die periode. Verscheidene petrogliefen beelden boten af die als zeer waarschijnlijk mediterraan geïdentificeerd worden.

Uit deze periode zijn er vele heuvels en velden met rotstekeningen bewaard, maar hun betekenis is sinds lang verloren gegaan. Er zijn ook talrijke bronzen en gouden artefacten. De eerder ruwe vorm van de rotstekeningen in vergelijking met de bronzen kunstwerken heeft geleid tot de theorie dat zij door een verschillende cultuur of verschillende sociale groepen werden gecreëerd. Tijdens de bronstijd bestond er geen geschreven taal in Scandinavië.

Nadat hij gelijkaardige rotstekeningen in Qobustan gebied in Azerbeidzjan zag, ontwikkelde archeoloog en historicus Thor Heyerdahl de hypothese dat de Scandinavische oorsprong kan worden teruggevoerd tot de regio van het huidige Azerbeidzjan. Hij suggereerde eveneens dat, op basis van de Noorse mythologie en een 13e-eeuws verhaal, de Scandinavische hoofdgod Odin eigenlijk een oorsprong kent in Azerbeidzjan en vandaaruit naar Scandinavië kwam.[1]

De noordelijke bronstijd werd door een warm klimaat gekarakteriseerd (die met dat van de Middellandse Zee kan worden vergeleken), wat een betrekkelijk grote bevolkingsdichtheid toestond, maar de periode eindigde met een klimaatsverandering in een verslechterend, natter en kouder klimaat (soms gedacht geleid te hebben tot de legende van de Fimbulwinter) en het schijnt heel waarschijnlijk dat het klimaat de Germaanse stammen naar het zuiden continentaal Europa deed binnentrekken. Tijdens deze periode was er een Scandinavische invloed in Oost-Europa (en een duizend jaren later, gaven de talrijke Oost-Germaanse volkeren die zich beriepen op een Scandinavische oorsprong (bv. Longobarden, Bourgondiërs, Goten en Herulen) het ontstaan aan de naam Scandinavië (Scandza), dat is "baarmoeder van naties") in Jordanes' Getica).

Pre-Romeinse ijzertijd[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie ijzertijd voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De bronstijd eindigde zoals gezegd met een verslechterend, kouder en natter klimaat. En de pre-Romeinse ijzertijd is bekend doordat het aantal archeologische vondsten voor deze periode zeer pover is. Dit is ook de periode waarin de Germaanse stammen bekend geraken in de mediterrane wereld en aan de Romeinen.

In het begin was ijzer waardevol en werd het slechts voor decoratie gebruikt. De oudste ijzeren voorwerpen waren naalden, maar er zijn ook ijzeren zwaarden en sikkels gevonden. Brons bleef gebruikt worden gedurende heel deze periode, maar werd nu voornamelijk als decoratie gebruikt. De tradities waren een voortzetting van die uit de bronstijd, maar er waren sterke invloeden van de Hallstatt-cultuur in Centraal-Europa. Zij gingen verder met de bronstijdtraditie van crematie (zie urnenveldencultuur). Tijdens de laatste eeuwen verspreidde de Centraal-Europese La Tène-cultuur zich over Scandinavië vanuit Noordwest-Duitsland en er zijn vondsten voor deze periode uit alle provincies van zuidelijk Scandinavië. Van deze tijd hebben archeologen zwaarden, schildknoppen, speerkoppen, scharen, sikkels, tangen, messen, naalden, gespen, ketels, enz. gevonden. Brons bleef verder gebruikt worden voor torques en ketels, waarvan de stijl een voortzetting van die uit de bronstijd was. Een van de bekendste vondsten is de Dejbjergwagen van Jutland, een vierwielige wagen van hout met bronskleurige onderdelen.

Romeinse ijzertijd[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie ijzertijd voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Terwijl vele Germaanse stammen vaak in contact kwamen met de cultuur en de militaire aanwezigheid van het Romeinse Rijk, bevond het merendeel van Scandinavië zich aan de periferie van de Latijnse wereld. Met uitzondering van de korte verwijzingen naar de Zweden (Suiones) en de Gauten (Gautoi), bleef Scandinavië grotendeels onvermeld bij Romeinse auteurs.

In Scandinavië was een geweldige import van goederen, zoals munten (meer dan 7 000), vaten, bronzen beelden, glazen bekers, geëmailleerde gespen, wapens, enz. Bovendien was de stijl van metalen voorwerpen en keramische vaten uitgesproken Romeins. Voor de eerste keer verschijnen voorwerpen zoals scharen en pionnen. In de 3e en 4e eeuw werden sommige zaken overgenomen van Germaanse stammen die zich ten noorden van de Zwarte Zee hadden gevestigd, zoals de Hunnen.

Er zijn ook vele veenlijken uit deze tijd in Denemarken, Sleeswijk-Holstein te Duitsland en zuidelijk Zweden. Samen met de lijken, zijn wapens, huisraad en kleren van wol gevonden. Grote roeiboten uit de 4e eeuw, zoals de Nydamboot, zijn gevonden in de omgeving van Sleeswijk.

Velen werden in de eerste drie eeuwen niet meer gecremeerd, maar de traditie van crematie won terug aan populariteit.

Doorheen de 5e en 6e eeuw werden goud en zilver steeds alledaagser. In deze tijd werd het Romeinse Rijk door Germaanse stammen geplunderd, waarvan vele Scandinaviërs met goud en zilver terugkeerden. Er begon hierdoor een nieuwe ijzertijd in Noord-Europa: de Germaanse ijzertijd.

Germaanse ijzertijd[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie ijzertijd voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
De gouden Gallehus-hoorns.

De periode die volgde op de val van het Romeinse Rijk staat bekend als de Germaanse ijzertijd. Het wordt opgedeeld in een vroege en de late Germaanse ijzertijd, die in Zweden bekendstaat als de Vendeltijd, met rijke begrafenisgiften in het bekken van het Mälarmeer. De vroege Germaanse ijzertijd is de periode waarin de Denen voor het eerst opduiken in de geschiedenis en volgens Jordanes, waren zij een zijtak van de Zweden (suehans, suetidi) die de Heruli hadden vervangen.

Tijdens de val van het Romeinse Rijk was er een overvloed van goud dat Scandinavië binnenstroomde en er zijn prachtige kunstwerken in goud uit deze periode overgeleverd. Goud werd gebruikt om schedebevestiging en bracteaten te maken. Een opvallend voorbeeld zijn de Gallehus-hoorns.

Nadat het Romeinse Rijk was verdwenen, werd goud schaars en Scandinaviërs begonnen voorwerpen van verguld brons, met decoraties doorvlochten dieren in Scandinavische stijl, te maken. De decoraties in de vroege Germaanse ijzertijd tonen dieren die eerder anatomisch getrouw zijn, maar in de late Germaanse ijzertijd evolueerden ze tot ingewikkelde vormen met dooreengevlochten en verstrengelde ledematen zoals die uit de Vikingtijd.

Vikingtijd[bewerken]

Kolonisatie en tochten van de Vikingen.

██ Vikinggebied

Nuvola single chevron right.svg Zie geschiedenis van de Vikingen voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De Vikingtijd is de naam van de periode tussen 793 en 1066 n. Chr. in Scandinavië. Dit beantwoordt aan de tweede helft van de vroege ijzertijd. Tijdens deze periode overvielen, koloniseerden en exploreerden de Vikingen grote delen van Europa, het Midden-Oosten, Noord-Afrika en bereikten zij zelfs Noord-Amerika, meer bepaald het huidige Newfoundland.

Het jaar 793, toen Noorse Vikings het belangrijke Britse eilandklooster van Lindisfarne plunderden, wordt gewoonlijk als begin van de Vikingtijd beschouwd en als eindpunt wordt het jaar 1066 genomen, toen Harald Hårdråde zijn onsuccesvolle invasie van Engeland ondernam en de Normandische verovering van Engeland slaagde.

De periode van 1100 tot 1600[bewerken]

Kalmarunie[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Kalmarunie voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De Kalmarunie (Deens/Noors/Zweeds: Kalmarunionen) was een door een personele unie (1397– 1520) vereniging van de drie koninkrijken Denemarken, Noorwegen en Zweden onder een enkele vorst. De landen hadden weliswaar hun soevereiniteit opgegeven, maar niet hun onafhankelijkheid, en uiteenlopende interesses (voornamelijk een Zweedse ontevredenheid met de Deense en Holsteinse dominantie) leidde tot een conflict dat de werking van de unie zou belemmeren van de 1430s tot de ontbinding in 1523.

De Noordse Zevenjarige Oorlog wordt gezegd ten slotte de unie te hebben gebroken en de status van Zweden als een Europese grootmacht zou hebben gevestigd.

Reformatie[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie reformatie voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De reformatie kwam rond 1530 overgewaaid naar Scandinavië. Scandinavië zou weldra het hartland van het Lutheranisme worden.

De zeventiende eeuw[bewerken]

Opkomst van Zweden en het Zweedse Rijk[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Grootmacht
Zweden op het hoogtepunt van zijn territoriale expansie, na het vrede van Roskilde in 1658.

██ Expansie van Zweden

██ Huidige Zweden

De Zweedse macht begon zich uit te breiden onder de regering van Karel IX. Tijdens de Ingrische oorlog breidde Zweden zijn gebieden oostwaarts uit. Enkele andere oorlogen met Polen, Denemarken-Noorwegen en Duitse landen boden de gelegenheid voor een verdere Zweedse uitbreiding, hoewel er sommige tegenslagen waren zoals de Kalmaroorlog. Zweden begon zijn Rijk te consolideren. Enkele andere oorlogen volgden kort daarop, waaronder de Noordse Oorlogen en de Skånse Oorlog. Denemarken leed vele nederlagen tijdens deze periode. Ten slotte werd onder de regering van Karel XI het rijk geconsolideerd onder een semi-absolutistische monarchie.

De Dertigjarige Oorlog[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Dertigjarige Oorlog voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De Dertigjarige Oorlog was een tussen 1618 en 1648, voornamelijk in het Centrale Europese gebied van het Heilig Roomse Rijk, waarbij echter ook de belangrijkste continentale machten waren betrokken, uitgevochten conflict. De oorzaken voor het conflict waren zeer uiteenlopend. Hoewel het van in het begin een godsdienstig conflict tussen protestanten en katholieken was, was het zelfbehoud van de Habsburger ook een deel van de inzet van de strijd. De Denen en vervolgens Zweden kwamen verscheiden malen tussenbeide ter verdediging van hun eigen belangen.

De Deense interventie begon toen Christiaan IV van Denemarken (1577-1648), koning van Denemarken, zelf een Lutheraan, de Duitsers hielp door een leger aan te voeren tegen het Heilige Romeinse Rijk, daar hij vreesde dat de soevereiniteit van Denemarken als protestante natie werd bedreigd. Deze interventie begon in 1625 en duurde tot in 1629. Christiaan IV had ten zeerste van zijn beleid in Noord-Duitsland geprofiteerd (Hamburg was gedwongen de Deense soevereiniteit in 1621 te aanvaarden en in 1623 werd de toekomstige Deense kroonprins bisschop van Bremen-Verden gemaakt.). Als bestuurder had Christiaan IV het merkwaardig goed gedaan en voor zijn koninkrijk een niveau van stabiliteit en rijkdom bereikt dat praktisch ongeëvenaard was in de rest van Europa, dat door de Sonttol en de uitgebreide oorlogsschadeloosstellingen van Zweden werd betaald. Het enige land in Europa met een vergelijkbaar sterke financiële positie was, ironisch genoeg, Beieren. Het hielp ook dat de Franse regent kardinaal Richelieu - een goed katholiek! - bereid was om te betalen voor een Deense inval in Duitsland. Christiaan viel aan het hoofd van een 20.000 koppen tellend huurlingenleger Duitsland binnen.

De dood van koning Gustaaf II Adolf op 16 november 1632 in de Slag bij Lützen (schilderij van Carl Wahlbom).

De Zweedse interventie begon in 1630 en duurde tot 1635. Sommigen aan het hof van Ferdinand II geloofden dat Wallenstein de controle wilde krijgen over de Duitse Prinsen en aldus zijn invloed op de keizer te versterken. Daarop ontsloeg Ferdinand II Wallenstein in 1630. Hij zou hem later echter terugroepen, nadat de Zweden onder leiding van koning Gustaaf II Adolf van Zweden het Rijk aanvielen en een aantal beduidende veldslagen won.

Gustaaf II Adolf, zoals eerder Christiaan IV, kwam de Duitse Lutheranen te hulp, om te anticiperen op katholieke agressie tegen hun vaderland en om economische invloed te verkrijgen in de Duitse staten rond de Oostzee. Net zoals Christiaan IV werd Adolf door Richelieu, de eerste minister van Lodewijk XIII van Frankrijk, en de Nederlanders betaald. Van 1630 tot 1634 dreven ze de katholieke krijgsmacht terug en herwonnen een groot deel van de bezette protestante gebieden.

De achttiende eeuw[bewerken]

De Grote Noordse Oorlog[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Grote Noordse Oorlog voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
De Zweedse overwinning te Narva, 1700 door Gustaf Cederström, geschilderd in 1910.

De Grote Noordse Oorlog (1700 - 1721) was de oorlog die werd uitgevochten tussen een coalitie van Rusland, Denemarken-Noorwegen en Saksen-Polen (vanaf 1715 ook Pruisen en Hannover) tegen Zweden. Het begon door een gecoördineerde aanval op Zweden door de coalitie in 1700 en eindigde in 1721 met het sluiten van de vredes van Nystad en Stockholm. Door deze oorlog verdrong Rusland Zweden als dominante macht in de Oostzee en werd een belangrijke speler in Europese politiek.

Kolonialisme[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie kolonisatie en imperialisme, Deense Oost-Indische Compagnie en Zweedse Oost-Indische Compagnie voor de hoofdartikelen over dit onderwerp.

Zowel Zweden als Denemarken behielden van de 17e tot de 20e eeuw een aantal kolonies buiten Scandinavië. Denemarken had in de Noord-Atlantische Oceaan kolonies in Groenland en IJsland. In het Caribisch gebied stichtte Denemarken in 1671 een kolonie op St. Thomas, op St John in 1718 en kocht in 1733 Saint Croix van Frankrijk. Denemarken had ook kolonies in India, Tranquebar en Frederiksnagore. De Deense Oost-Indische Compagnie opereerde vanuit Tranquebar. Zweden richtte ook een Zweedse Oost-Indische Compagnie. Gedurende hun hoogdagen importeerden de Deense en Zweedse Oost-Indische Compagnieën meer thee dan de Britse Oost-Indische Compagnie - en smokkelden 90% ervan binnen in Groot-Brittannië, waar het met een enorme winst zou worden verkocht. Beide Oost-Indische Compagnieën gingen ten onder tijdens de napoleontische oorlogen. Zweden had een kortstondige kolonie in Noord-Amerika en bezat in het Caribisch gebied Saint-Barthélemy (1785-1878) en Guadeloupe.

De negentiende eeuw[bewerken]

Napoleontische oorlogen[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie napoleontische oorlogen voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Eerst slag bij Kopenhagen, 1801.

Zweden en Noorwegen[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie unie tussen Zweden en Noorwegen en Conventie van Moss voor de hoofdartikelen over dit onderwerp.

Finse Oorlog[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Finse Oorlog voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Industrialisatie[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie industrialisatie voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Scandinavisme[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Scandinavisme voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Een verzinnebeelding van het Scandinavisme.

Emigratie[bewerken]

Monetaire unie[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Scandinavische Monetaire Unie voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De twintigste eeuw[bewerken]

De Eerste Wereldoorlog[bewerken]

Alle drie de Scandinavische landen bleven neutraal in de Eerste Wereldoorlog. De oorlog heeft echter wel een beduidende uitwerking gehad op de economie van het gebied, voornamelijk ten gevolge van de Britse blokkade van Duitsland. Desalniettemin hebben zij dit probleem kunnen omzeilen door een handelsovereenkomst met Groot-Brittannië. Denemarken riep een groot deel van zijn leger op, maar Duitsland bleef in zekere mate nog steeds de Deense soevereiniteit schenden door bijvoorbeeld de Sont te ontginnen. Een betrekkelijk groot aantal etnische Duitsers uit Zuid-Jutland vocht mee in het Duitse leger.

Ontwikkeling van de welvaartsstaat[bewerken]

Alle drie landen ontwikkelden sociale bijstand-staten in de vroege tot het midden van de 20e eeuw. Dit kwam ten dele door het politieke overwicht van de sociaaldemocraten in Zweden en Denemarken en de Labourpartij in Noorwegen.

De Tweede Wereldoorlog[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie operatie Weserübung en Winteroorlog voor de hoofdartikelen over dit onderwerp.
De Duitse landingsplaatsen tijdens de initiële fase van operatie Weserübung.

Bij het begin van de Tweede Wereldoorlog, vreesden zowel de geallieerden als de asmogendheden dat hun vijanden de macht zouden krijgen over Scandinavië. Groot-Brittannië geloofde dat Duitsland een invasie plande en zag er niet naar uit in Scandinavië strijd te voeren. Tegelijkertijd vreesde Duitsland dat Groot-Brittannië basissen in het gebied voor zich zou kunnen winnen en meende een regelrechte invasie te mogen verwachten. Bovendien waardeerde Duitsland ten zeerste het ijzererts dat zij ontvingen vanuit Noorwegen en konden zij het zich niet veroorloven deze te verliezen. Zij wensten ook Noorwegen in te nemen omwille van zijn ijsvrije havens. Dit maakte van Noorwegen het voornaamste doelwit, met Denemarken op een tweede plaats om op die manier de Noorse invasie te vergemakkelijken. Na een maandenlange planning, viel Duitsland op 9 april 1940 zowel Denemarken als Noorwegen binnen.

Beide naties reageerden heel verschillend. Denemarken gaf zich louter twee uren na de invasie over, na zestien mannen te hebben verloren. Zij zochten burgerslachtoffers te vermijden en kregen hiervoor een voorkeursbehandeling door Duitsland. Noorwegen weigerde echter toe te geven en vocht moedig en met volle kracht terug. De westerse bondgenoten stuurden militaire hulp, maar de campagne werd niet doeltreffend gevoerd. Op 10 juni 1940 gaf het officiële leger van Noorwegen zich over aan de invallers.

De strategie van Denemarken bleek op langere termijn het voordeligste te zijn. Duitsland gunde hen onder meer door hun snelle overgave namelijk een behoorlijke autonomie. Een andere reden hiervoor was dat zij geen echte plannen hadden voor Denemarken. Na de inval wilden zij het simpelweg niet afstaan, daar ze het zagen als een permanent deel van hun rijk. Ook werden Denen door nazi-ideologen als mede-Germanen beschouwd, wat het land nog meer voordeel bood. Omwille van al deze redenen was Denemarken in staat het parlement, de koning en veel van hun normale binnenlandse functies te behouden. Desalniettemin groeide de verbittering tegenover Duitsland en kleine tegen Duitsland gerichte aanslagen werden alledaags. Duitsland reageerde uiteindelijk door het elimineren van de representatieve regering van Denemarken en het opleggen van de krijgswet.

Noorwegen werd veel ruwer behandeld tijdens hun bezetting. Oppositiepartijen werden geëlimineerd en de "Nasjonal Samling" (de Noorse fascistische partij) stelde alle regeringsambtenaren aan. Vidkun Quisling werd geïnstalleerd als Minister-President, een marionet naar het opperbevel in Berlijn. Vakbonden konden slechts blijven bestaan indien zij de nazicontrole aanvaarden. Deze repressieve maatregelen verzekerden dat er weinige samenwerking was. Ongeveer tien procent steunden de nazipartij, uit angst voor vervolging van hun families en als een manier om vitale voedselvoorraden te krijgen, en anderen steunden sommige van hun programma's. Niettemin was er een vijandige verhouding, met 8 Duitse soldaten voor iedere Noor.

Denemarken en Noorwegen waren ook verschillend in hun samenwerking met het genocidale beleid van Duitsland. Zo spanden de Denen zich in om Deense joden te beschermen. Meer dan 96% van de Joodse bevolking werd per boot in veiligheid gebracht naar Zweden, terwijl anderen met christelijke Deense families en organisaties hun toevlucht vonden. De Noorse politie daarentegen hielp bij de gevangenneming van Noorse joden. Sommige Noren slaagden er in om alles samen meer dan de helft van de joodse bevolking te redden van de vernietigingskampen, waarbij ze zelf risico liepen dat hun volledige familie zou worden gedood voor het helpen van joden.

Als enige van de drie Scandinavische landen, werd Zweden tijdens de oorlog niet binnengevallen en bleef nominaal neutraal. Zij cultiveerden met succes de vrede met de Duitsers en leverden hen de nodige grondstoffen. De Zweedse regering was heel voorzichtig om de nazi's niet voor het hoofd te stoten en ging zover dat ze krantenredacteurs overtuigde om artikels te censureren en de nazi's toelieten voorraden via Zweden naar Noorwegen te vervoeren tot eind 1943. Desalniettemin zouden zij ook van tijd tot tijd de geallieerden helpen. Zij boden ook de joden die waren gevlucht uit Denemarken asiel en boven een weinig hulp aan Finland tijdens de Winteroorlog.

Na de Tweede Wereldoorlog[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Scandinavische defensie-unie voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Na de Tweede Wereldoorlog waren alle Scandinavische landen het erover eens dat een soort van gezamenlijk defensiebeleid noodzakelijk was. Zij begonnen over een Scandinavische defensie-unie te onderhandelen. De drie Scandinavische landen zouden, indien zij lid werden van de bond, afzonderlijk soevereine landen zijn gebleven, maar in buitenlands beleid en veiligheidskwesties handelden als een eenheid. De voorgestelde unie werd door een gezamenlijke Scandinavische commissie tijdens de winter van 1948-1949 besproken, maar de Koude Oorlog-spanning tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie, en de voorbereidingen voor een westerse bond die zouden resulteren in het Noord-Atlantische Verdrag overschaduwde de bespreking. Toen het bekend geraakte dat de westerse bond niet in staat zou zijn de Scandinavische landen van strijdmachten te voorzien vooraleer tegemoet te komen aan hun eigen drukkende noden, bleek deze kwestie uiteindelijk het keerpunt voor Noorwegen te zijn, dat zich terugtrok uit de besprekingen. Denemarken was nog steeds bereid een alliantie met Zweden aan te gaan, maar de Zweden zagen weinige voordelen in dit voorstel en het plan werd opgeborgen. Noorwegen en Denemarken werden vervolgens verdragspartijen van het Noord-Atlantische Verdrag en leden van de NAVO. Zweden bleef neutraal na verhitte discussies. Sommigen menen dat het de verdienste van de Zweedse houding is dat Finland om buiten het IJzeren Gordijn bleef, daar de USSR zich mogelijk door een NAVO-lid als buurland zou hebben kunnen bedreigd gevoeld.

Europese integratie[bewerken]

De Noordse landen in 1952 stichtten de Noordse Raad en twee jaar later de Noordse paspoortunie.

Na een referendum in 1972 werd Denemarken het eerste Scandinavische lid van de EEG, die in 1973 zou worden omgevormd tot de EU. In 1995 sloot Zweden zich bij de EU aan. Na de val van de Sovjet-Unie, meende Zweden dit te kunnen doen zonder te provoceren. Noorwegen blijft buiten de Europese Unie na het referendum over het EG-lidmaatschap in 1972 en het EU-lidmaatschap in 1994, hoewel het de Schengenakkoorden ondertekende en lid is van de Europese Economische Ruimte. Geen van de Scandinavische landen heeft de Euro ingevoerd, want in zowel Denemarken als Zweden werd dit door een referendum afgewezen. Alle Scandinavische landen lijken in grote mate eurosceptisch te zijn, ondanks hun enthousiasme voor samenwerking en multilateralisme. Denemarken in 1992 stemde tegen het verdrag van Maastricht en veroorzaakte hierdoor opschudding binnen de EU. Hierdoor was men gedwongen om nieuwe onderhandelingen aan te gaan, waarbij onder andere de voorgestelde eenheidsmunt werd geschrapt.

Zie ook[bewerken]

Voetnoot[bewerken]

  1. T. Heyerdahl, Scandinavian Ancestry. Tracing Roots to Azerbaijan, in Azerbaijan International 8 (2000), pp. 78-83.

Referenties[bewerken]

Externe links[bewerken]