Joodse gemeenschap in België

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Joden hebben een lange geschiedenis in België. Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog waren er zo'n 100.000 Joden in het land, maar na de oorlog en de Holocaust was dat nog de helft daarvan.

Geschiedenis[bewerken]

Vroege geschiedenis[bewerken]

De eerste Joden kwamen samen met de Romeinen op het grondgebied van het huidige België aan rond het jaar 50 n.Chr.

De Joden leefden voornamelijk langs de weg Brugge-Keulen, maar waren nauwelijks aanwezig in het graafschap Vlaanderen. Sint-Truiden was voor de Joden een bovenlokaal centrum met een vroeg kerkhof en gezaghebbende rabbijnen. In Brabant is er een traceerbare aanwezigheid vanaf de 13e eeuw: Jodoigne, Leuven (1220), Tienen (1232), Brussel, Zoutleeuw (1253), Mechelen (1273). Vooral de Brusselse gemeenschap was talrijk. In 1261 beval hertog Hendrik III bij testament de uitdrijving van de joden en cahorsijnen, tenzij ze handel wilden drijven 'zonder rente of woeker'.[1] Zijn echtgenote Aleidis van Bourgondië weifelde hoe ze aan deze wens gevolg kon geven zonder zich in een lastig parket te brengen. Ze besloot om Thomas van Aquino te raadplegen. Aquino antwoordde haar met het werk De regimine judaeorum.[2] Daarin adviseerde hij hare Excellentia om de joden met mate te belasten en om ze te verplichten tot het dragen van herkenningstekenen (zoals ingesteld door het Vierde Lateraans Concilie van 1215).

Het graafschap Henegouwen kreeg een belangrijke Joodse instroom na hun uitdrijving uit het Frankrijk van Filips de Schone (1307).

Tijdens de Armenkruistocht van 1309, niet los te zien van de recent neergeslagen stadsrevoltes, keerden de kruisvaarders zich tegen de Joden. Hertog Jan II van Brabant bracht hen in veiligheid in zijn kasteel van Genappe, waar ze prompt werden belegerd. Hij moest zijn leger sturen om hen te ontzetten. Enkele decennia later bracht de zwarte dood toch grootschalige vervolgingen. De pogrom die door Europa waarde, opgezweept door de flagellanten, bereikte Brabant. De Joden werden ervan beschuldigd de waterputten en de lucht te hebben vergiftigd. Hertog Jan III nam hen in bescherming tegen de volkswoede maar werd ondermijnd door zijn oudste zoon Hendrik. Volgens Gilles Li Muisit vonden in Brussel meer dan zeshonderd Joden de dood.[3] Ook in Antwerpen, Leuven, Mechelen, Hasselt en Sint-Truiden werden ze geviseerd. Volgens Li Muisit was er met Allerheiligen geen sprake meer van Joodse gemeenschappen in de besproken steden, al voegde hij eraan toe dat hij het had van horen zeggen. Molanus haalt enkele kronieken aan die de Brabantse Jodenvervolging nog twee jaar laten aanhouden.[4]

Ondanks de ramp kwamen nieuwe Joden naar Brabant, waarschijnlijk uit Franche-Comté en de Haute-Savoie. Ze kregen in 1370 te maken met een nieuwe episode van antisemitisme. Brusselse en Leuvense Joden werden terechtgesteld op de brandstapel nadat ze veroordeeld werden wegens diefstal en ontheiliging van hosties. Nog eeuwenlang werd deze valse beschuldiging gevierd als het Sacrament van Mirakel.

Sefardisme[bewerken]

Aan het einde van de vijftiende eeuw vestigden vele maranen (joden die zich bekeerden tot het christendom) zich in Antwerpen. Bekend is de bankiersfamilie Rodriguez d'Evora. In de zestiende eeuw vestigden vele Sefardische Joden, die uit Spanje verdreven werden, zich in België en Nederland.

18e, 19e en vroege 20e eeuw[bewerken]

Hoofdsynagoge in de Antwerpse Bouwmeesterstraat

Na 1713 maakte de Oostenrijkse overheersing in België een meer open Joodse gemeenschap mogelijk. In deze tijd vond er een grote immigratie van Asjkenazische Joden naar het land plaats. Keizer Jozef II gaf Joden het recht om handel te drijven, ambachten uit te oefenen en grond te bezitten. Ten slotte kregen ze ook het recht op eigen begraafplaatsen. De status van de Joden verbeterde nog tijdens de Franse en Nederlandse overheersing.

In 1830, wanneer België zich onafhankelijk verklaart, erkent het Nationaal Congres de joodse godsdienst. Op 17 maart 1832 wordt het Centraal Israëlitisch Consistorie van België opgericht. In 1865 wordt in Aarlen de eerste Belgische synagoge opgericht. De hoofdsynagoge in de Brusselse Regentschapsstraat wordt tussen 1876 en 1877 gebouwd. De hoofdsynagoge in de Antwerpse Bouwmeesterstraat wordt in 1892 gebouwd.

Rond de eeuwwisseling nam Antwerpen de rol van Amsterdam over als wereldcentrum van de diamant. Toen tussen 1914 en 1918 de Eerste Wereldoorlog uitbrak vluchtten veel Joodse diamantairs naar Nederland. Camille Huysmans haalde hen na de oorlog, in 1919, terug. Tijdens de jaren 20 immigreren veel Poolse en Roemeense Joden naar België en tijdens de jaren 30 veel Duitse en Oostenrijkse Joden.

Holocaust[bewerken]

Nationaal monument voor de Joodse slachtoffers van de Holocaust in België

Net voor de Tweede Wereldoorlog bereikte de Joodse gemeenschap een piek in België met zo'n 75.000 Joden (met concentraties van zo'n 35.000 in Antwerpen en 30.000 in Brussel). Zo'n 22.000 van de Joden waren Duitse vluchtelingen. Tussen mei 1940 en september 1944 werd België bezet door nazi-Duitsland. Er kwamen antisemitische acties in het ganse land, die echter op veel weerstand stuitten. Vele Belgische Joden werden gearresteerd, soms door de Belgische politie (3 acties in Antwerpen en 1 in Brussel), naar de Dossinkazerne in Mechelen gestuurd en naar concentratiekampen gevoerd, voornamelijk Auschwitz. België was het enige land waarin een deportatietrein halt hield om de gevangen Joden een kans te geven om te ontsnappen. Zo'n 25.000 Belgische Joden werden vermoord tijdens de Holocaust.

Naoorlogse geschiedenis[bewerken]

Na de Hongaarse Opstand in 1956 migreren er een groot aantal Joden naar Antwerpen. In 1959-1960 werden er in de omgeving van Brussel diverse winkels beklad met Jodensterren. Op 19 april 1970 werd er in Anderlecht een Nationaal Gedenkteken van Joodse martelaren ingehuldigd.

In 1980 wordt er een bomaanslag gepleegd op de Brusselse synagoge. Een jaar later wordt er ook op de synagoge in de Antwerpse Hoveniersstraat een bomaanslag gepleegd. In 2008 betaalde de Commissie voor de Schadeloosstelling van de Joodse Gemeenschap in België 35,2 miljoen euro uit aan Joodse slachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog.

Heden[bewerken]

Momenteel leven er zo'n 42.000 Joden in België.[bron?] De Joodse gemeenschap van Antwerpen is met 20.000 leden één van de grootste in Europa en Joods Antwerpen is een van de laatste plaatsen op de wereld waar het Jiddisch de eerste taal is. Ongeveer 95% van de Joodse kinderen krijgt een Joodse opvoeding. Er zijn 5 Joodse kranten en 45 synagogen in België.

Verder lezen[bewerken]

  • Christoph CLUSE, Studien zur Geschichte der Juden in den mittelalterlichen Niederlanden, Hannover, 2000
  • Jean-Philippe SCHREIBER, , L'Immigration juive en Belgique. Du Moyen Âge à la première guerre mondiale, Brussel, 1996
  • Jean-Philippe SCHREIBER, Politique et Religion. Le Consistoire Central Israëlite de Belgique au XIXième siècle, Brussel, Editions de l'Université de Bruxelles, 1995
  • Jo TOLLEBEEK, "Joden in de Zuidelijke Nederlanden, 12de-14de eeuw", in: Spiegel Historiael, vol. 19, 1984, p. 245-251
  • Jean Stengers, Les Juifs dans les Pays-Bas au Moyen Âge, Brussel, 1950
  • Eliakim Carmoly, "Essai sur l'histoire des israélites en Belgique", in: Revue orientale, vol. I, 1841, p. 42-259

Externe links[bewerken]

Voetnoten[bewerken]

  1. Roel Jacobs, Een kleine geschiedenis van Brussel, 2004, p. 62-63
  2. H. Pirenne, La duchesse Aleyde de Brabant et le 'De regimine judaeorum' de saint Thomas d'Aquin, in: Revue néo-scolastique de philosophie, vol. 30, nr. 18, 1928, p. 193-205
  3. De kroniek van Li Muisit is de enige bron die specifiek over Brussel handelt, en dus omzichtig te benaderen: Jean-Joseph De Smet, Recueil des chroniques de Flandre = Corpus chronicorum Flandriae, vol. 2, 1841, p. 342-343 (hoofdstuk: De captione et destructione Judaeorum).
  4. P.F.X. De Ram (red.), Joannis Molani Historiae Lovaniensium libri XIV, vol. II, 1861, p. 825 (De Judaeis inficientibus puteos)