Geschiedenis van de Joden in Polen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Ontvangst van de Joden in Polen in het jaar 1096. geschilderd door Jan Matejko

De geschiedenis van de Joden in Polen is erg rijk en omspant ongeveer 1000 jaar. Polen was ooit thuishaven voor de grootste Joodse gemeenschap in Europa en was een centrum voor de Joodse cultuur. De geschiedenis loopt van een lange periode van religieuze tolerantie en welvaart onder de Joodse bevolking tot een bijna complete vernietiging door nazi-Duitsland in de twintigste eeuw tijdens de Duitse bezetting van Polen en de Holocaust.

Van aan de oprichting van het Koninkrijk Polen (1025) tot aan de vroege jaren van het Pools-Litouws Gemenebest (opgericht in 1569) was Polen één van de meest tolerante landen van Europa, wat betreft andere godsdiensten. Het land stond bekend als paradisus Iudaeorum (Latijn voor Joods paradijs) en was een unieke schuilplaats voor Europese Joden die vervolgd en verbannen werden uit andere landen. Tegen het midden van de 16de eeuw woonde 80% van de Joden in de wereld in Polen. Na de verzwakking van het Gemenebest en de religieuze strijd van de protestante reformatie en de katholieke contrareformatie begon de traditionele Poolse tolerantie vanaf de 17de eeuw af te nemen. Na de Poolse Delingen en de opheffing van Polen als onafhankelijke staat aan het einde van de 18de eeuw. De Poolse Joden stonden nu onder het gezag van het antisemitische Russische Keizerrijk, het keizerrijk Oostenrijk-Hongarije en het Koninkrijk Pruisen (later Duitse Keizerrijk). Nadat Polen opnieuw onafhankelijk werd na het einde van de Eerste Wereldoorlog was het nog steeds een centrum voor de Europese Joodse wereld met één van de grootste gemeenschappen van de wereld, 3 miljoen. Antisemitisme werd echter een steeds groter probleem.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Polen verdeeld tussen nazi-Duitsland en de Sovjet-Unie. In deze periode vond de verschrikkelijke genocide plaats die 90% van alle Joden vernietigde. Drie miljoen Poolse Joden vonden de dood tijdens de Holocaust en nog eens drie miljoen niet-Poolse Joden. De Tweede Wereldoorlog eiste het leven van één vijfde van de totale Poolse bevolking.

Na de oorlog verkozen de meeste van de overlevende 200.000 Joden om te emigreren uit de communistische, door Stalin beheerste Volksrepubliek Polen. Ze gingen voornamelijk naar de nieuwe staat Israël, die in 1948 uitgeroepen werd, of naar de Verenigde Staten of Zuid-Amerika. Hun vertrek werd bespoedigd door de vernieling van de meeste Joodse instituten, de pogroms die nog plaatsvonden na de oorlog en de vijandigheid van de communistische partij. Het merendeel van de nog overgebleven Joden verliet Polen eind jaren 60 door een antizionistische campagne, gesponsord door de Sovjet-Unie.

Na de val van het communistische regime in 1989 werd de situatie voor de Poolse Joden opnieuw normaal en de Joden die Pools staatsburger waren voor de Tweede Wereldoorlog mochten opnieuw Pools staatsburger worden. Religieuze instituten werden heropgericht, voornamelijk door de activiteiten van Joodse fondsen uit de Verenigde Staten.

De huidige Joodse bevolking in Polen wordt geschat tussen 8000 en 12.000, hoewel het effectieve aantal mensen met Joodse voorouders, inbegrepen hen die tegenwoordig niet actief verbonden zijn aan het Jodendom of de Joodse cultuur, een aantal maal hoger kan liggen. Dat komt doordat een deel van de Polen met Joodse wortels in de communistische periode hun nageslacht nooit heeft verteld over hun afkomst om antisemitisme te voorkomen.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]