Geschiedenis van de Molukkers in Nederland

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Molukse woonbarak in het Openluchtmuseum te Arnhem. De barak is afkomstig uit een woonoord bij Lage Mierde
Canon van Zeeland, venster 47 Molukkerkamp in Westkapelle, 1955

De geschiedenis van de Molukkers in Nederland beschrijft hoe de Molukkers naar Nederland zijn gekomen en hoe het hen in Nederland is vergaan.

Terminologie[bewerken]

Om de Molukkers in Nederland aan te duiden zijn een aantal namen in omloop die niet allemaal technisch gezien om dezelfde groep slaan. De tegenwoordig meest gebruikte is "Molukker", de term voor de oorspronkelijke inwoners van de eilandengroep de Molukken.[1]

Een van de eilanden in deze eilandengroep is Ambon. Voor 1970 werden de Molukkers dan ook vaak met "Ambonezen" aangeduid. De verwarring is begrijpelijk aangezien Ambonezen met ongeveer 90% de duidelijke meerderheid van de Molukkers in Nederland vormen. De twee begrippen zijn echter niet strikt genomen synoniemen, ook al worden ze zo gebruikt door zowel Nederlanders als Ambonezen.[1]

"Zuid-Molukkers" slaat strikt genomen op de voorstanders van de niet internationaal erkende Republiek der Zuid-Molukken en wordt voornamelijk in politieke contexten gebruikt.[1]

Geschiedenis[bewerken]

Voorgeschiedenis[bewerken]

Aankomst Molukkers in Nederland
Aankomst van Molukkers in Rotterdam, 1951

Na de bezetting van Nederlands-Indië van 1942-1945 door Japan in de Tweede Wereldoorlog wilde de Nederlandse regering haar gezag over de kolonie herstellen. De Indonesiërs kwamen daartegen in opstand en onder leiding van Soekarno brak tussen 1945 en 1949 een onafhankelijkheidsstrijd uit. Het heropgerichte Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL) kreeg van de Nederlandse overheid de opdracht de orde te handhaven en de vrijheidsstrijders te ontwapenen. Molukse beroepsmilitairen vormden een belangrijk deel van dit leger. Veel Indonesiërs beschouwden hen na de onafhankelijkheid dan ook als handlangers van de voormalige Nederlandse kolonisator. Desondanks kreeg men het aanbod om deel uit te gaan maken van het nationale Indonesische leger. Sommigen deden dat, maar veel anderen bleven trouw aan voormalige kolonisator.

Nederland had in jarenlange onderhandelingen de Indonesiërs een federale staatsstructuur opgedrongen waarin de Molukken een vorm van zelfbeschikking zouden krijgen. Omdat het land internationaal geen steun kreeg bij zijn pogingen een rol in de kolonie te behouden, moest het zich in 1949 definitief daaruit terugtrekken. Hoewel bij de soevereiniteitsoverdracht bedongen werd dat de federale structuur er zou komen, veranderde Indonesië al snel in een eenheidsstaat.

Toen als reactie op 25 april 1950 op de Molukse eilanden de Republik Maluku Selatan (RMS) werd uitgeroepen, deed Nederland dit af als een opstand van rebellen. De op dat moment nog in Nederlandse dienst zijnde Molukse militairen die op het eiland Java verbleven zaten mede als gevolg hiervan in een benarde positie. Na het uitroepen van de RMS vertrouwden de andere Indonesiërs hen helemaal niet meer, terwijl de Molukse militairen zich wilden aansluiten bij het leger van de RMS. Nederland wilde jonge betrekkingen met de voormalige kolonie niet verstoren en stond de wens van de Molukse militairen niet toe. De Molukse militairen ontvingen het dienstbevel om te verschepen naar Nederland waar zij voorlopig onderdeel zouden worden van het Nederlands leger. Door deze 'tijdelijke' oplossing werden de 4000 Molukse KNIL'ers daarom met hun gezinnen, in totaal ongeveer 12500 personen, met troepenschepen naar Nederland overgebracht. Daar kregen zij na aankomst - en velen zelfs al op de boot, vóór aankomst - te horen dat ze uit de militaire dienst waren ontslagen.

Eerste generatie[bewerken]

De eerste jaren woonden de 'Ambonezen', zoals ze toen meestal genoemd werden, in een 90-tal centrale woonoorden waaronder de voormalige concentratiekampen Westerbork en Vught.[2] Doelbewust werden de Molukkers buiten de Nederlandse samenleving gehouden. Ze mochten ook niet werken, want ze gingen immers weer terug. Al snel werd toch het onvermijdelijke duidelijk, Nederland zou ze niet terug naar de Molukken brengen.

De verhoudingen tussen de Nederlandse regering en de Molukkers bleven jarenlang zwaar belast door de plotselinge overkomst naar Nederland, het collectieve ontslag uit het leger en de weigering van de Nederlandse regering om zich actief voor het oprichten van een Molukse republiek in te zetten. In 1986 werden na langdurig overleg een Herdenkingspenning komst Ambonezen naar Nederland en een zogenaamde Rietkerk-uitkering vastgesteld.

Tweede generatie[bewerken]

In de jaren zeventig zorgde de tweede generatie Molukkers in Nederland voor opschudding met gijzelingen, waarbij ook doden vielen (zie ook Molukse acties). In 1975 waren er tegelijkertijd de treinkaping bij Wijster en de bezetting van de woning van de Indonesische ambassadeur in Wassenaar, in 1977 tegelijkertijd de treinkaping bij De Punt en de gijzeling in een lagere school in Bovensmilde, en in 1978 de gijzeling in het provinciehuis te Assen. De jonge Molukkers voelden zich miskend en eisten dat Nederland zich meer voor hun vrijheid in Indonesië zou inzetten.

Derde generatie[bewerken]

De huidige, derde generatie zet zich nog wel in voor het oude ideaal, maar beseft ook dat hun leven hier geworteld is. Vanuit Nederland probeert ze het idee van een zelfstandige Republik Maluku Selatan (RMS) levend te houden. Ze neemt tegelijkertijd veel meer deel aan de Nederlandse samenleving. Toch blijft er onrust in de Molukse gemeenschap aanwezig, zeker als de situatie op de Molukken slecht is. Het geweld daar in 1999 zorgde ook in de Nederlandse Molukse gemeenschap voor spanningen.

Talen[bewerken]

Historisch werden op de Molukken een groot aantal Austronesische talen gesproken, de bahasa tanah. Daarnaast wordt een op het Maleis gebaseerde creooltaal gesproken, het Ambonees Maleis ofwel Ambonees. De eerste generatie Molukkers in Nederland had dus op zijn minst een beetje kennis van de bahasa tanah en sprak ook vaak Ambonees. Ze waren bovendien bekend met een vorm van het Indonesisch die tijdens formele gelegenheden gebruikt werd en met een versimpelde vorm van het Maleis dat in het KNIL gebruikt werd, het Kazernemaleis ofwel Tangsi Maleis, waarover verder niet veel gekend is.[3]

De situatie bij de tweede en derde generatie was zeer anders. Zij hebben, dankzij het nederlandstalig onderwijs en door de invloed van de massamedia, een goede kennis van het Nederlands. Vooral bij hen die uit de Molukse wijken vertrokken zijn, zijn er zo een aantal eentalig nederlandstalige Molukkers.[3] Daarnaast werden de bahasa tanah voor hen verborgen gehouden. Men meende zo de eenheid in de gemeenschap te bevorderen. Hierdoor zijn een aantal bahasa tanah in Nederland uitgestorven. Zo zijn er bijvoorbeeld geen sprekers van het Saparua, hoewel mensen van het eiland Saparua juist een van de grotere deelgroepen van de Nederlandse Molukkers uitmaken.[4] Door dit innige contact met het Nederlands en de nadruk op het Ambonees ontstond een mengvorm van de twee, het Malaju Sini ("Maleis van hier"), dat hoofdzakelijk door de tweede en derde generatie Molukkers gebruikt wordt.[3]

De laatste tijd is er echter hernieuwd interesse voor de bahasa tanah. Er zijn taallessen voor enkele van hen en er is een trend waarbij podiumkunstenaars en dichters woorden uit de bahasa tanah gebruiken in hun werken. Ook is er eens sterk academisch interesse voor deze oorspronkelijke talen. Zo zijn van de 25 in Nederland gesproken bahasa tanah veertien in de Molukken zelf uitgestorven, waardoor zij enkel nog bij de Molukse Nederlanders bestudeerd kunnen worden.[4]

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]