Geschiedenis van de Myceense beschaving

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Myceense beschaving
Geschiedenis
Myceense maatschappij
Myceense kunst
Myceense architectuur

De Myceense beschaving is een van de belangrijkste beschavingen geweest van het oude Griekenland. Over het algemeen worden de Myceners beschouwd als de eerste Grieken, door Homerus de Achaeërs genoemd. De opkomst van de Myceense beschavingen is dus het begin van de klassieke Griekse cultuur. De Myceners worden gezien als de eerste Grieken, omdat zij de eersten waren, zover wij weten, die Grieks of althans een Grieks dialect spraken.

De Achaeërs (2200-1600 v.Chr.)[bewerken]

Rond 2000 v.Chr. leefden er verspreid over heel Griekenland verschillende Indo-Europese stammen. Deze waren rond 2200 v.Chr. Griekenland binnengekomen. Zij hebben de oudste fase van de Griekse taal meegenomen en ook hun cultuurelementen en karaktereigenschappen, waren in de latere Griekse cultuur doorgedrukt. Zo vereerden zij ook hetzelfde pantheon als dat, wat door de klassieke Grieken werd vereerd. Belangrijke goden waren onder andere Zeus, Hera, Poseidon, Hermes, Athene en Dionysus. Pas na ca. 1900 v.Chr. begonnen deze stammen, die samen de Achaeërs worden genoemd, een Grieks volk te vormen. Voor 1600 v.Chr. hebben zij het schiereiland Peloponessus bereikt en de oorspronkelijke voor-Griekse bevolking onderworpen. De Achaeërs hebben echter wel veel van de oorspronkelijke bewoners overgenomen. De op Peloponessus wonende Achaeërs worden ook wel Myceners genoemd.

De bloeiperiode (1600-1200 v.Chr.)[bewerken]

Toen de Myceners zich rond 1600 v.Chr. op de Peloponessus hadden gevestigd, begon de bloei van een nieuwe beschaving. Dit kon doordat ze zich blijvend op het schiereiland vestigden en niet verder reisden, vanwege het reizen kon voor 1600 ook nog geen beschaving ontstaan. De periode van bloei duurde zo’n vier tot vijf eeuwen. De periode tijdens deze bloei wordt de Myceense beschaving genoemd, naar de belangrijkste stad: Mycene. De tijdgenoten van de Myceners waren onder andere de Egyptenaren, de Hettieten, de Mitanni en de Minoërs. Vooral met deze laatste beschaving hadden de Myceners veel contact. Mede dankzij dit contact kon de Myceense beschaving floreren. De Myceners waren een krijgsvolk, ze woonden in burchten, vestingen boven op akropolissen. Het rijk bestond uit verschillende kantons met elk een eigen hoofdplaats, de kantons samen vormden een militaire aristocratie. De inkomsten van de verschillende kantons waren gebaseerd op landbouw en veeteelt. De Myceners leefden daarnaast vooral van handel en plunderingen. Zo kwamen de Myceners al gauw in conflict met het rijk van Knossos op Kreta. Ze hebben veel op dat eiland geplunderd en waren verantwoordelijk voor de ondergang van de Minoïsche beschaving, die ergens in de 14e of 15e eeuw v.Chr. plaats vond.

Tussen 1400 en 1200 kende het Myceense rijk een periode van expansie. De Myceners hadden door intensief scheepvaartverkeer hun invloed in het oostelijke deel van de Middellandse Zee en tot in Italië vergroot. In dit hele gebied hadden de Myceners handelscontacten met andere volken, plunderen deden ze daarnaast nog steeds. De belangrijkste handelspartners waren de Egyptenaren uit het Nieuwe Rijk en de volken die in Klein-Azië leefden.

De ondergang (1200-1000 v.Chr.)[bewerken]

Na ruim 200 jaar overwicht van de Myceense beschaving in het oostelijk Middellandse Zeegebied, begon de neergang van de Myceense beschaving. Er waren drie belangrijke factoren. Ten eerste ging het economisch slecht in het rijk. Daarnaast was er onderlinge rivaliteit tussen verschillende volken in het gebied. De belangrijkste oorzaak is het binnenvallen van andere volken vanuit het noorden van Griekenland. De verwarring van deze tijd strekte zich uit over een groot deel van het mediterrane gebied, zie: brandcatastrofe

Rond 1150 begonnen de invallen van onder anderen de Doriërs. Er werd veel gevochten tussen de Myceners en de vijandelijke volken. De Myceners verlieten de steden en de politieke eenheid verdween. Ze werden naar het zuiden en het oosten van de Peloponessus gedreven en verslagen. De Ioniërs namen de kust en Klein-Azië in waar de Myceners ook macht hadden. De Myceense beschaving ging ten onder terwijl de Doriërs zich verspreidden over de Peloponessus en de Ioniërs zich over Griekse eilanden. Rond 1000 v.Chr. was er een einde aan de Myceense beschaving gekomen.

Tijdsindeling over Kreta[bewerken]

Minoïsche beschaving:

  • Prepalatiale periode (Vroege Bronstijd) ca.3200 v.C.-ca.1950 v.C.
  • Palatiale periode ca.1950 v.C.- ca.1375 v.C.
    • Proto-palatiaal ca.1950 v.C.-ca.1700 v.C.
    • Neo-palatiaal ca.1700 v.C-ca.1450 v.C.
    • Laat-palatiaal ca.1450 v.C.-ca. 1375 v.C.[1]

(Dit is het einde van de feitelijke Minoïsche beschaving)

Myceense beschaving:

  • Myceens Kreta ca.1375 v.C.-ca.1111 v.C.
  • Doriërs vallen Kreta binnen ca.1111 v.C.

(Dit is het einde van de feitelijke Myceense beschaving)

Zie ook[bewerken]

Noot[bewerken]

  1. Gebaseerd op de synthese van LESLEY FITTON J., Minoans, The British Museum Press, London, 2002 (Peoples of the Past)