Geschiedenis van de Surinamers in Nederland

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Geschiedenis van Suriname

Wapen van Suriname



Portaal  Portaalicoon  Suriname
Portaal  Portaalicoon  Geschiedenis

De geschiedenis van de Surinamers in Nederland beschrijft wanneer, waarom en hoe de Surinamers naar Nederland zijn gekomen. Bij de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 kregen Surinamers de keuze: de Nederlandse nationaliteit behouden en emigreren, of de Surinaamse nationaliteit krijgen en blijven. Velen kozen voor Nederland en vestigden zich aldaar. Na de onafhankelijkheid gingen nog steeds veel Surinamers naar Nederland, dat kon vanwege de Toescheidingsovereenkomst, waarin werd bepaald dat Surinamers tot vijf jaar na de onafhankelijkheid alsnog voor de Nederlandse nationaliteit konden kiezen, mits zij naar Nederland emigreerden.

Surinamers vormen een etnisch en cultureel zeer diverse gemeenschap. Zowel in Nederland als in Suriname wonen Hindoestanen, Creolen, marrons, inheemsen, Javanen, Chinezen en Portugese Joden (Sefardische Joden).

Voor de oorlog[bewerken | brontekst bewerken]

Tot de Tweede Wereldoorlog waren er een zeer gering aantal Surinamers in Nederland, in 1935 telde Nederland zo'n 200 Surinamers. Ze waren student, sporter of jazzmuzikant.

Wegens de uiterlijke overeenkomst die Afro-Surinamers met Afro-Amerikaanse jazzmuzikanten hebben, konden de Surinaamse jazzmuzikanten inspelen op het al bestaande positieve beeld van de Afro-Amerikaanse jazzmuzikanten. Om nog meer op de Amerikaanse iconen te lijken veranderden de Surinamers zelfs hun namen.[1]

De Surinaamse studenten die naar Nederland kwamen, maakte deel uit van de elite uit Paramaribo. De elite bestaat uit stedelijke hiërarchie. De mensen die een opleiding hebben gevolgd vormen de bovenlaag van de elite. Het volgen van die opleiding kan alleen in Nederland.[2]

Na de oorlog[bewerken | brontekst bewerken]

Na 1945 kwamen steeds meer Surinaamse jongeren (alleen jongens) uit de Creoolse en Joodse elite in Amsterdam of Leiden studeren. Zoals de meeste studenten woonden zij op kamers, vaak bij een hospita die hen Hollandse pot voorschotelde. Na hun afstuderen keerde een aantal ex-studenten terug naar Suriname, maar er bleven ook veel Surinamers in Nederland wonen omdat Nederland hen betere carrièreperspectieven bood dan Suriname. Tot de jaren zeventig waren de meeste Surinamers in Nederland dan ook meestal hoogopgeleid, ze werkten onder andere in de medische wereld (arts of tandarts), het onderwijs en advocatuur. In die tijd kwamen er ook avonturiers en nieuwsgierigen naar het geïdealiseerde moederland, zonder daarvoor geschikte plannen of opleiding waren ze op zoek naar fortuin wat vaak resulteerde in teleurstelling. Hun aantal was echter gering.

Vanaf het midden van de jaren zestig daalden de boottarieven van Suriname naar Nederland. De wederopbouw in Nederland verliep voorspoedig en de werkgelegenheid in Nederland groeide. Vanaf 1965 arriveerden meer laagopgeleide Surinamers in Nederland die probeerden een baan te vinden, ook de uitbreiding van de verzorgingsstaat – Nederland kende in die tijd hoge uitkeringen die vrij makkelijk werden toegekend – lokte Surinaamse migranten naar Nederland. De overheid probeerde de stroom in te dammen, maar omdat sinds de invoering van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden in 1954 Surinamers de Nederlandse nationaliteit hadden konden ze niet geweigerd worden. Er kwamen in die tijd vooral Surinaamse Creolen naar Nederland. Naar het thuisfront stuurden ze flinke postpakketten waarmee ze beantwoordden aan het verwachtingspatroon van de familie. In hun zondagse pak gingen ze naast een mooie auto van een ander op de foto en stuurden deze foto's naar huis. In Suriname ontstond zo een beeld alsof het iedereen in Nederland voor de wind ging. Sinds het begin van de 19e eeuw was het migreren naar het moederland meer weggelegd voor de Surinaamse economische elite, zoals studenten of gepensioneerden. Sinds de jaren 50' kwamen er migranten uit verschillende beroepsgroepen. [3] De niet geschoolde Surinaamse Creolen hadden het echter minder goed dan ze voor deden komen: als ze al werk hadden, hadden ze vaak slecht betaalde banen als kermisklant, kleermaker, portier, barkeeper en colporteur. Ook werkten een opvallend aantal Creolen als souteneur. Surinaamse immigranten waren vaak werkloos en zo beginnen er steeds meer Surinaamse mannen op straat te hangen.[4] In de jaren 70 was de heroïnehandel in Amsterdam in opkomst. Deze handel was in handen van Chinezen, Creoolse Surinamers deden vaak dienst als dealer, ook waren er onder hen een groot aantal verslaafden, zij waren vooral te vinden rond de Wallen in Amsterdam[5]. Een op de zes van de verslaafden in de Nederlandse hoofdstad was Surinamer. De Chinese heroïne-importeurs die geen verblijfsvergunning of Nederlands paspoort hadden, moesten de heroïne verkopen en tegelijk de politie zien te vermijden. Daarom waren zij op zoek naar tussenhandelaren. Werkloze Surinamers namen deze kans omdat zij de inkomsten hard nodig hadden.[6] Daarnaast bestond een uitgebreid illegaal gokcircuit waar veel geld gewonnen en verloren werd: pokeren in de kroeg of gokken tijdens de paardenkoersen in Hilversum.

Deze groep bestond naast de nog steeds hoogopgeleide groep die almaar groeide omdat studenten bleven komen. Deze hoogopgeleide Surinamers vonden hun plek in alle takken van het onderwijs, de medische wereld en de kunst en cultuur. Etienne Robles de Medina heeft in Utrecht als hoogleraar cardiologie baanbrekend werk verricht. Zijn broer Stuart was een bekend kunstenaar. Ronald Nobrega was de populaire vrouwenarts in de veel bekeken televisieserie over de vrouwenafdeling van een ziekenhuis in 's-Hertogenbosch en op de middelbare school las men "De stille plantage" van Albert Helman.

Na de onafhankelijkheid[bewerken | brontekst bewerken]

Aangekomen Surinamers op Schiphol, augustus 1974

Tussen 1970 en 1980 verhuisde een grote groep Surinamers, inmiddels ook Hindoestanen, naar Nederland.[7] Het grootste aantal kwam naar Nederland rond de onafhankelijkheid van Suriname in 1975, de vluchten van Suriname naar Nederland zaten volgeboekt en er moesten extra vluchten worden ingezet. In 1975 kwamen er 40.000 Surinamers naar Nederland.[8] Voor de Nederlandse regering kwam dit totaal onverwacht, men ging ervan uit dat de Surinamers gelukkig zouden zijn met de onafhankelijkheid. Het Journaal toonde beelden van een bontgekleurde, zomers geklede mensenmassa met grote dozen en koffers op een winters Schiphol. Vaak waren de emigranten halsoverkop en onvoorbereid vertrokken. Nu of nooit, dachten velen. Ook was er angst in Suriname voor de oplopende spanning tussen Hindoestanen en Creolen. Nog afgezien van het grote aantal Surinamers dat naar Nederland trok, was het voor de Nederlanders ook even wennen aan deze groep. Men was vooral gewend aan hoogopgeleide Surinamers en nu kwam een zeer divers gezelschap het land binnen.

De grote toestroom van Surinamers zorgde voor problemen, Nederland had geen rekening gehouden met deze toestroom en er was aanvankelijk onvoldoende opvang/huisvesting. Dit leidde vanaf 1974 tot felle protesten van Surinaamse zijde. Een groot aantal Surinamers werd tijdelijk opgevangen, onder andere in kazernes. Met de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 wilde de Nederlandse regering meteen een einde maken aan het staatsburgerschap van Surinamers, om extra migratie te voorkomen. De nieuwe Surinaamse regering ging hier niet mee akkoord. Uiteindelijk werd een overgangsregeling van vijf jaar overeengekomen. Van 1975 tot 1980 bleef vrij verkeer van personen tussen Nederland en Suriname bestaan. Deze overgangsregeling leidde tot waar Nederland zo bang voor was: een grote stroom migranten. Surinamers hadden de indruk dat Nederland zijn deuren voorgoed voor hen zou sluiten. Dit deed velen besluiten van de 'laatste mogelijkheid' gebruik te maken, eerst vlak voor de onafhankelijkheid in 1975 en daarna vlak voor het aflopen van de overgangsregeling in 1980. In totaal zouden tussen 1970 en 1980 zo’n 300.000 Surinamers emigreren naar Nederland – dat was bijna de helft van de Surinaamse bevolking. Een relatief groot aantal vooral Creolen kwam in de jaren zeventig terecht in de Bijlmermeer, een vanaf 1966 gebouwde 'modelwijk' naar een concept van Le Corbusier. Op dit moment wonen er ook veel Creolen in Almere. De Hindoestanen werden meer verspreid over het land gehuisvest, later zouden deze Hindoestanen vaak naar de grote steden trekken, vooral naar Den Haag waar zich een grote Hindoestaanse gemeenschap heeft gevormd.

Vanaf de jaren 80[bewerken | brontekst bewerken]

Spreiding van de Surinamers in Nederland (2011)

Na 1980 kwamen er nog steeds immigranten uit alle Surinaamse bevolkingsgroepen naar Nederland, als gevolg van de verslechterde algemene toestand. In februari 1980 was de democratische regering ten val gekomen door een staatsgreep van sergeants onder leiding van Desi Bouterse. Na de decembermoorden van 1982, die een tegencoup moesten verijdelen, verslechterde de algemene politieke en economische situatie nog verder. Tussen 1986 en 1989 woedde de Binnenlandse Oorlog tussen het junglecommando van Ronnie Brunswijk en het regime van Desi Bouterse. In de jaren 90 emigreerde nog steeds een groot aantal Surinamers naar Nederland; de politieke situatie was wat verbeterd, maar de economische situatie in Suriname was nog altijd slecht.

Vanaf de jaren 2000[bewerken | brontekst bewerken]

Surinamers maken nu al bijna een eeuw deel uit van de Nederlandse samenleving. De Surinaamse gemeenschap in Nederland telde in 2008 volgens het CBS 335.779 leden.[9] Ter vergelijking: in Suriname zelf woonden in 2008 475.996 mensen. Geschat wordt dat zo'n 48% van de Surinaamse bevolking in Nederland tot de Creolen behoort en 43% tot de Hindoestanen. De overige 9% zijn Surinaamse Javanen, Chinezen, Joden etc.[10]

De Surinaamse gemeenschap blijkt erg verwikkeld te zijn in de Nederlandse. Dit is ook te zien in de huwelijken van Surinamers met autochtonen, in 2002 was dat van de mannelijke Surinamers bij 22% het geval en bij vrouwen 35%. In tegenstelling met andere grote groepen migranten, bij de Turkse en Marokkaanse gemeenschap komt dit percentage niet boven de 9%.[11]

De Afro-Surinaamse gemeenschap heeft meer aandacht gevraagd voor het slavernijverleden. Hiermee wijst de gemeenschap op het inmiddels ook weer openlijk racisme in de Nederlandse samenleving. Uit een rapport van het Sociaal Cultureel Planbureau uit februari 2017 bleek dat Surinaamse Nederlanders zich hier minder thuis voelen, hoewel hun structurele positie relatief goed is. Het Sociaal Cultureel planbureau concludeert dat: “Vooral jongeren en leden van de tweede generatie migranten zijn bezorgd over hun kansen en het maatschappelijk klimaat in Nederland”.[2]

In het Nederlandse taalgebruik hebben de Surinamers veel invloed gehad. Zowel in Suriname als in Nederland wordt het Surinaams-Nederlands gesproken. Van de Nederlandse Taalunie, een kennis- en beleidsorganisatie voor de Nederlandse taal, maakt Suriname, naast Nederland en Vlaanderen, deel uit sinds 2003. De Surinaamse taal die wordt gesproken heet het Sranan. Het Surinaams-Nederlands verschilt van het Algemeen Nederlands. Dit komt door een verschil in de uitspraak en de woordenschat. Een groot deel van de straattaal die in Nederland wordt gesproken is het Nederlands gemengd met elementen uit het Sranan.[12]

Aantal[bewerken | brontekst bewerken]

Migratie Surinamers per jaar[13]
1965: 3052
1966: 3898
1967: 3953
1968: 4451
1969: 5937
1970: 7384
1971: 9493
1972: 8400
1973: 11.098
1974: 17.902
1975: 39.699
1976: 5757
1977: 4786
1978: 7388
1979: 18.162
1980: 18.988
1981: 4432
1982: 3431
1983: 5225
1984: 3488
1985: 5321
1986: 5311
1987: 6547
1988: 4130
1989: 5653
1990: 8416
1991: 8288
1992: 9134
1993: 9634
1994: 4778
Totaal 1965 t/m 1994 254.136
Gemeenten met hoogste aantal Surinamers
1. Amsterdam 64.629
2. Rotterdam 52.639
3. Den Haag 46.068
4. Almere 23.912
5. Zoetermeer 8641
6. Utrecht 7834
7. Zaanstad 5792
8. Haarlemmermeer 4791
9. Lelystad 4624
10. Capelle aan den IJssel 4597
11. Purmerend 3760
12. Eindhoven 3751
13. Nissewaard 3605
14. Tilburg 3443
15. Groningen 3415
16. Arnhem 3307
17. Schiedam 3074
18. Amstelveen 2841
19. Dordrecht 2615
20. Rijswijk 2561
Aantal Surinamers per provincie (2019)[14] %
Zuid-Holland 151.886 4,10
Noord-Holland 99.355 3,45
Flevoland 29.302 6,93
Noord-Brabant 19.472 0,75
Utrecht 19.254 1,42
Gelderland 12.072 0,58
Groningen 6223 1,06
Overijssel 5587 0,48
Limburg 3218 0,29
Friesland 3134 0,48
Zeeland 2490 0,65
Drenthe 1916 0,39
Totaal 353.909 2,03
Zuid-Holland 151.886 %
Rotterdam 52.639 8,16
Den Haag 46.068 8,56
Zoetermeer 8641 6,90
Capelle aan den IJssel 4597 6,87
Nissewaard 3605 4,25
Schiedam 3074 3,94
Dordrecht 2615 2,20
Rijswijk 2561 4,78
Delft 2454 2,37
Leidschendam-Voorburg 2380 3,15
Barendrecht 2271 4,66
Leiden 1848 1,47
Pijnacker-Nootdorp 1819 3,34
Vlaardingen 1539 2,12
Lansingerland 1517 2,46
Alphen aan den Rijn 1505 1,35
Albrandswaard 1051 4,15
Gouda 983 1,34
Ridderkerk 896 1,93
Westland 861 0,79
Zwijndrecht 712 1,59
Maassluis 658 2,00
Zuidplas 621 1,45
Hellevoetsluis 538 1,34
Papendrecht 530 1,64
Leiderdorp 482 1,77
Hoeksche Waard 465 0,53
Krimpen aan den IJssel 451 1,53
Hendrik-Ido-Ambacht 433 1,39
Gorinchem 349 0,95
Voorschoten 276 1,08
Oegstgeest 273 1,11
Wassenaar 270 1,03
Waddinxveen 260 0,91
Katwijk 260 0,39
Teylingen 217 0,58
Goeree-Overflakkee 196 0,39
Krimpenerwaard 195 0,34
Bodegraven-Reeuwijk 194 0,56
Kaag en Braassem 180 0,66
Noordwijk 176 0,41
Nieuwkoop 166 0,57
Sliedrecht 164 0,65
Midden-Delfland 147 0,75
Brielle 132 0,76
Lisse 126 0,55
Alblasserdam 103 0,51
Molenlanden 100 0,22
Hillegom 98 0,44
Zoeterwoude 86 1,01
Westvoorne 75 0,51
Hardinxveld-Giessendam 29 0,16
Noord-Holland 99.355 %
Amsterdam 64.629 7,48
Zaanstad 5792 3,71
Haarlemmermeer 4791 3,10
Purmerend 3760 4,69
Amstelveen 2841 3,12
Diemen 2414 8,26
Haarlem 2203 1,36
Hoorn 2066 2,82
Alkmaar 1480 1,36
Heerhugowaard 862 1,51
Den Helder 718 1,29
Hilversum 717 0,79
Uithoorn 626 2,12
Ouder-Amstel 509 3,65
Aalsmeer 483 1,52
Velsen 419 0,61
Gooise Meren 416 0,72
Heemskerk 381 0,97
Beverwijk 350 0,85
Huizen 329 0,79
Weesp 323 1,67
Landsmeer 218 1,89
Medemblik 215 0,47
Schagen 215 0,46
Wormerland 211 1,29
Heemstede 188 0,68
Castricum 164 0,45
Zandvoort 154 0,90
Stede Broec 149 0,68
Waterland 141 0,81
Langedijk 135 0,48
Wijdemeren 132 0,54
Hollands Kroon 131 0,27
Edam-Volendam 127 0,35
Heiloo 115 0,49
Enkhuizen 110 0,59
Oostzaan 109 1,11
Bloemendaal 109 0,46
Bergen 93 0,31
Koggenland 91 0,40
Blaricum 88 0,78
Uitgeest 84 0,62
Drechterland 83 0,42
Beemster 71 0,72
Laren 50 0,44
Opmeer 47 0,39
Texel 16 0,11
Flevoland 29.302 %
Almere 23.912 11,5
Lelystad 4624 5,93
Dronten 360 0,88
Noordoostpolder 241 0,51
Zeewolde 142 0,63
Urk 23 0,11
Noord-Brabant 19.472 %
Eindhoven 3751 1,61
Tilburg 3443 1,58
Breda 2058 1,11
Den Bosch 1878 1,21
Oss 650 0,71
Helmond 631 0,68
Meierijstad 506 0,62
Bergen op Zoom 477 0,71
Uden 447 1,06
Waalwijk 417 0,86
Roosendaal 415 0,53
Oosterhout 361 0,64
Geldrop-Mierlo 301 0,76
Etten-Leur 266 0,60
Veldhoven 256 0,56
Moerdijk 194 0,52
Boxtel 180 0,58
Halderberge 173 0,57
Best 151 0,50
Deurne 149 0,46
Valkenswaard 147 0,47
Geertruidenberg 144 0,66
Steenbergen 138 0,55
Heusden 136 0,30
Dongen 126 0,48
Sint-Michielsgestel 121 0,41
Waalre 115 0,66
Gilze en Rijen 104 0,39
Cuijk 103 0,41
Altena 102 0,18
Vught 100 0,37
Loon op Zand 97 0,41
Boxmeer 93 0,31
Nuenen, Gerwen en Nederwetten 88 0,37
Goirle 87 0,36
Woensdrecht 80 0,36
Bernheze 72 0,23
Gemert-Bakel 69 0,22
Oisterwijk 68 0,26
Drimmelen 62 0,22
Son en Breugel 61 0,36
Rucphen 61 0,27
Grave 52 0,41
Bladel 52 0,25
Laarbeek 47 0,21
Oirschot 46 0,24
Zundert 46 0,21
Cranendonck 45 0,22
Eersel 35 0,18
Landerd 34 0,21
Asten 34 0,20
Haaren 25 0,17
Hilvarenbeek 23 0,14
Bergeijk 22 0,11
Heeze-Leende 21 0,13
Someren 21 0,10
Reusel-De Mierden 20 0,15
Boekel 19 0,17
Sint Anthonis 18 0,15
Mill en Sint Hubert 12 0,11
Baarle-Nassau 11 0,16
Alphen-Chaam 11 0,10
Utrecht 19.254 %
Utrecht 7834 2,22
Nieuwegein 2381 3,77
Amersfoort 1701 1,08
Stichtse Vecht 1133 1,76
IJsselstein 969 2,83
Zeist 895 1,39
Houten 728 1,45
Woerden 534 1,02
Vijfheerenlanden 448 0,8
De Bilt 347 0,81
De Ronde Venen 445 1,01
Veenendaal 336 0,51
Soest 333 0,72
Utrechtse Heuvelrug 243 0,49
Leusden 177 0,58
Wijk bij Duurstede 146 0,61
Baarn 143 0,57
Bunnik 97 0,63
Lopik 81 0,55
Montfoort 71 0,50
Rhenen 47 0,23
Eemnes 45 0,49
Woudenberg 38 0,28
Bunschoten 37 0,17
Oudewater 35 0,34
Renswoude 10 0,19
Gelderland 12.072 %
Arnhem 3307 2,07
Nijmegen 1590 0,89
Apeldoorn 1054 0,64
Ede 633 0,54
Culemborg 389 1,34
Zutphen 303 0,63
Wageningen 293 0,73
Tiel 256 0,60
Zevenaar 252 0,57
Harderwijk 236 0,48
Wijchen 198 0,48
Nijkerk 195 0,45
Duiven 191 0,76
Rheden 183 0,41
Overbetuwe 177 0,36
Doetinchem 174 0,29
Beuningen 171 0,66
Renkum 162 0,51
Westervoort 157 1,04
Lingewaard 151 0,32
Berg en Dal 146 0,41
Barneveld 146 0,24
Ermelo 142 0,52
West Betuwe 135 0,26
Doesburg 109 0,98
Montferland 109 0,30
Epe 86 0,25
Druten 85 0,44
Buren 79 0,29
Lochem 77 0,22
Winterswijk 71 0,24
Maasdriel 68 0,27
Brummen 63 0,30
Zaltbommel 61 0,21
Berkelland 53 0,12
Nunspeet 50 0,17
West Maas en Waal 49 0,25
Heumen 47 0,28
Elburg 47 0,20
Putten 44 0,18
Oost Gelre 44 0,14
Bronckhorst 44 0,12
Voorst 43 0,17
Oude IJsselstreek 40 0,10
Aalten 39 0,14
Oldebroek 30 0,12
Neder-Betuwe 30 0,12
Heerde 18 0,09
Hattem 17 0,13
Rozendaal 14 0,84
Scherpenzeel 14 0,14
Groningen 6223 %
Groningen 3415 1,47
Midden-Groningen 1385 2,27
Veendam 276 1,00
Delfzijl 269 1,08
Oldambt 217 0,56
Westerkwartier 212 0,33
Het Hogeland 126 0,26
Stadskanaal 115 0,36
Appingedam 80 0,68
Westerwolde 65 0,25
Pekela 39 0,31
Loppersum 24 0,24
Overijssel 5587 %
Enschede 1975 1,24
Zwolle 1254 0,98
Deventer 644 0,64
Hengelo 486 0,60
Almelo 336 0,46
Kampen 130 0,24
Steenwijkerland 110 0,25
Hardenberg 88 0,14
Hof van Twente 55 0,15
Oldenzaal 53 0,16
Losser 45 0,19
Dalfsen 40 0,14
Raalte 40 0,10
Twenterand 39 0,11
Olst-Wijhe 38 0,21
Borne 38 0,16
Rijssen-Holten 38 0,09
Zwartewaterland 36 0,15
Haaksbergen 35 0,14
Hellendoorn 33 0,09
Staphorst 20 0,11
Wierden 19 0,07
Ommen 18 0,10
Dinkelland 12 0,04
Tubbergen 5 0,02
Limburg 3218 %
Venlo 492 0,48
Heerlen 411 0,47
Maastricht 349 0,28
Roermond 329 0,56
Sittard-Geleen 322 0,34
Venray 300 0,69
Weert 161 0,32
Brunssum 83 0,29
Kerkrade 73 0,15
Echt-Susteren 67 0,21
Beekdaelen 67 0,18
Horst aan de Maas 65 0,15
Landgraaf 64 0,17
Peel en Maas 55 0,12
Leudal 50 0,14
Roerdalen 40 0,19
Gennep 32 0,18
Stein 30 0,12
Maasgouw 30 0,12
Eijsden-Margraten 30 0,11
Valkenburg aan de Geul 26 0,15
Mook en Middelaar 20 0,25
Beek 18 0,11
Bergen 17 0,12
Gulpen-Wittem 16 0,11
Nederweert 16 0,09
Simpelveld 13 0,12
Voerendaal 12 0,09
Beesel 12 0,08
Vaals 9 0,08
Meerssen 9 0,04
Friesland 3134 %
Leeuwarden 1499 1,21
Smallingerland 328 0,58
Heerenveen 321 0,63
Zuidwest-Friesland 251 0,27
De Friese Meren 148 0,28
Waadhoeke 101 0,21
Noordoost-Friesland 90 0,19
Tietjerksteradeel 82 0,25
Harlingen 81 0,51
Weststellingwerf 76 0,29
Opsterland 57 0,19
Ooststellingwerf 45 0,17
Achtkarspelen 27 0,09
Dantumadeel 21 0,11
Terschelling 4 0,08
Vlieland 2 0,17
Ameland 1 0,02
Schiermonnikoog 0 0
Zeeland 2490 %
Vlissingen 767 1,72
Middelburg 509 1,04
Goes 483 1,28
Terneuzen 211 0,38
Schouwen-Duiveland 99 0,29
Kapelle 71 0,55
Sluis 63 0,26
Reimerswaal 62 0,27
Borsele 60 0,26
Tholen 60 0,23
Veere 45 0,20
Hulst 41 0,14
Noord-Beveland 19 0,25
Drenthe 1916 %
Assen 469 0,69
Emmen 427 0,39
Hoogeveen 193 0,34
Meppel 186 0,55
Noordenveld 139 0,44
Tynaarlo 122 0,36
Coevorden 91 0,25
Midden-Drenthe 85 0,25
Aa en Hunze 65 0,25
Westerveld 52 0,26
Borger-Odoorn 46 0,18
De Wolden 41 0,17

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]