Geschiedenis van de scheikunde

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Wetenschapsgeschiedenis
Tabulae Rudolphinae: quibus astronomicae

Per tijdperk
Vroege culturen - Klassiek Oudheid - Middeleeuwen - Renaissance - Wetenschappelijke revolutie


Gerelateerde disciplines
Exacte wetenschappen :
Aardrijkskunde - Astronomie - Bestuurskunde - Biologie - Elektriciteit - Logica - Natuurkunde - Scheikunde - Wiskunde - Geneeskunde
Sociale wetenschappen :
Economie - Geschiedenis - Politicologie - Psychologie - Sociologie - Taalkunde
Technologie :
Computer - Landbouwkunde - Materiaalkunde - Scheepvaart


Achtergrond
Theorie en sociologie van de wetenschapsgeschiedenis
Wetenschapsgeschiedschrijving
Lijst van tijdlijnen over wetenschap
Categorie:Wetenschapsgeschiedenis


Portaal  Portaalicoon  Wetenschapsgeschiedenis

Portret van Lavoisier en zijn vrouw, door Jacques-Louis David

De geschiedenis van de scheikunde is een onderdeel van de wetenschapsgeschiedenis en begint met het onderscheid tussen scheikunde en alchemie door Robert Boyle in zijn werk The Sceptical Chymist uit 1661.[1] In de Oudheid was scheikunde voornamelijk verbonden met werktuiglijke handelingen. Het smelten van metalen zoals koper of ijzer uit ertsen, het maken van brons en glas, gebruik van kleurstoffen, het brouwen van bier, wijn produceren, leerlooien, het maken van zeep uit vetten, het maken van eenvoudige en natuurlijke geneesmiddelen of gif voor pijlen, ze kunnen allen als primitieve vormen van scheikunde worden gezien. Op dat moment was scheikunde eerder verbonden met ervaring en praktisch nut, terwijl de scheikunde van vandaag stoelt op een grote theoretische achtergrond en een groot aantal toepassingen in de industrie en laboratoria kent. Bovendien is de scheikunde in de loop der tijd verbonden geraakt met andere natuurwetenschappen, zoals natuurkunde, biologie en geologie.

Vroegste ontwikkelingen[bewerken]

Oorsprong[bewerken]

De studie en het gebruik van chemie is in feite ouder dan de moderne mens (Homo sapiens), omdat één van de eerste stukken technologie die onze nog meer op mensapen gelijkende voorouders zich eigen maakten het vuur was. Vuur is niets anders dan een wolk zich mengende gassen (brandstof en zuurstof uit de lucht) die met elkaar een chemische reactie aangaan en daarbij voldoende hitte vrijmaken om meer brandstof te vervluchtigen.

Hoewel de oorsprong van de scheikunde haar wortels heeft in het oude Babylon, Egypte, en vooral Perzië, kwam de moderne scheikunde op vanaf de tijd van Antoine Lavoisiers ontdekking van de wet van behoud van massa, en zijn weerlegging van de phlogistontheorie van verbranding in 1783. Michail Lomonosov vestigde onafhankellijk in de 18e eeuw een chemische traditie in Rusland. Lomonosov verwierp de phlogistontheorie ook, en liep vooruit op de kinetische gastheorie. Hij zag warmte als een vorm van beweging, en verwoordde het idee van behoud van massa.

Het vitalisme debat en organische chemie[bewerken]

Nadat de zaak over de aard van verbranding tot rust was gekomen, gaf Friedrich Wöhlers toevallige synthese van ureum uit anorganische stoffen in 1828 de aanzet tot een ander debat over vitalisme en het essentiële onderscheid tussen organische en anorganische stoffen. Nooit eerder was een chemische verbinding gesynthetiseerd uit anorganisch materiaal. Dit opende een heel nieuw onderzoeksgebied, en tegen het einde van de 19e eeuw konden wetenschappers honderden organische verbindingen synthetiseren. De belangrijkste waren mauve, magenta, en andere synthetische kleurstoffen, en stoffen zoals aspirine. De ontdekking droeg ook bij aan de theorie van de isomeren.

Het debat over atomisme[bewerken]

De hele 19e eeuw waren de chemici verdeeld over de atoomtheorie van John Dalton. Hoewel voorstanders zoals Amedeo Avogadro en Ludwig Boltzmann grote vooruitgang boekten in het uitleggen van het gedrag van gassen, werd dit debat pas in de eerste jaren van de 20e eeuw beëindigd door Jean Perrins experimentele onderzoek naar Einsteins verklaring van de Brownse beweging.

Alchemie[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Alchemie voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De alchemie (Arabisch: الكيمياء, al-kimia) is een natuurfilosofie van veel verschillende culturen uit vroeger tijden. Zo waren er alchemisten in het Oude Egypte, in het China van Lao Tzu, in het Hellenistische Griekenland van Alexander de Grote en in de 10e eeuw in het Midden-Oosten. Alchemisten poogden goud en andere edele metalen te produceren (volgens de leer van het corpuscularianisme) en zochten naar de steen der wijzen, maar er waren ook alchemisten die dit slechts beschouwden als een bijproduct van hun eigen innerlijke verandering.

Vooral sedert de renaissance ontwikkelde de alchemie in Europa zich stilaan tot een meer filosofische en spirituele discipline. Vanaf de 17e eeuw werd het geleidelijk vervangen door moderne scheikunde en farmacologie.

Het periodiek systeem[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Geschiedenis van het periodiek systeem voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Over de jaren werden er meer chemische elementen bekend, hetzij door toevallige ontdekking, hetzij door doelbewust onderzoek. Een grote doorbraak in structurering van deze lange lijst (en ook, uiteindelijk, in het begrijpen van de interne atoomstructuur) was Dmitri Mendelejevs en Lothar Meyers ontwikkeling van het periodiek systeem der elementen, en vooral Mendelejevs gebruik ervan om het bestaan en de eigenschappen van germanium, gallium, en scandium (die Mendelejev respectievelijk ekasilicon, ekaaluminium en ekaboron noemde) te voorspellen. Mendelejev deed zijn voorspelling in 1870; gallium werd in 1875 ontdekt, en bleek grofweg de eigenschappen te hebben die hij had voorspeld.

Bronnen en referenties[bewerken]

  1. (en) Robert Boyle's Sceptical chymist (1661), UNIVERSITY OF PENNSYLVANIA LIBRARY, 22 april 1999