Geseling

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Geseling, de zwaarste niet-verminkende lijfstraf, wordt uitgevoerd door middel van zweep- of stokslagen. Sinds midden 19de eeuw is de geseling geleidelijk in veel landen afgeschaft (in Nederland in 1854). In de Zuidelijke Nederlanden verdween zij uit het strafrecht vanaf 1797. Tot de inwerkingtreding van de Wet tot vaststelling van een nieuwe Beginselwet gevangeniswezen op 1 juni 1953 kon in de Bijzondere strafgevangenis te Leeuwarden naast andere tuchtrechtelijke straffen ook de lijfstraf worden opgelegd. Van deze mogelijkheid werd echter nimmer gebruikgemaakt.

Vooral in Engeland bestond lange tijd verschil in mening in hoeverre geseling (flogging) een geschikte straf is om misdaad te bestrijden en de tucht op scholen te handhaven. In 1948 is daar bij de Criminal Justice Act de lichamelijke straf afgeschaft.

In de middeleeuwen was geseling ook wel in gebruik om een beklaagde tot bekentenis te dwingen.

In de kloosterlijke ascese werd de geseling als zelfkastijding gebruikt om zich aan Christus meer gelijkvormig te maken en om lichamelijke bekoringen te bedwingen (flagellanten).

Zie ook[bewerken]