Gesinus Gerhardus Kloeke

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Gesinus Gerhardus (G.G.) Kloeke (Schagen, 10 juli 1887 - Leiden, 5 november 1963) was een taalonderzoeker, bekend door zijn werk De Hollandsche Expansie, over de invloed van prestigieuze dialecten op minder prestigieuze dialecten.

Leven en werk[bewerken]

Na zijn jeugd in Zwolle studeerde Kloeke onder meer in Duitsland. Hij promoveerde zowel in Leipzig (1914) als in Amsterdam (1922) op het proefschrift Der Vokalismus der Mundart von Finkenwärder bei Hamburg. Kloeke werd leraar Duits in Winschoten en aan het Stedelijk Gymnasium Leiden (1919-1925). In 1925 werd hij hoogleraar in Hamburg en in 1934 in Leiden (oratie: Deftige en gemeenzame taal). Kloeke's magnum opus is zonder twijfel De Hollandsche expansie in de zestiende en zeventiende eeuw en haar weerspiegeling in de hedendaagsche Nederlandsche dialecten uit 1927, dat later ook opgenomen werd in de basisbibliotheek.

Om onderzoek naar dialecten te vereenvoudigen, ontwierp hij een systeem van codes voor duizenden plaatsen en gehuchten in Nederland, Duitsland, Vlaanderen en Frans Vlaanderen. Dit coderingssysteem, bekend onder de naam Kloeke-tabel, wordt nog steeds gebruikt, bijvoorbeeld door het Meertens Instituut om dialectologische gegevens te ontsluiten. Kloeke was een veelzijdig wetenschapper, die ook over het Afrikaans schreef.

Tijdens de Duitse overheersing nam Kloeke in 1942 ontslag. In september 1945 werd hij in Leiden herbenoemd. In 1953 hield hij zijn afscheidsrede Progressief-conservatief.

Publicaties[bewerken]

  • De dialecten en de klankwetten (1921)
  • De ondergang van het pronomen du (1926)
  • Handleiding bij het Noord- en Zuid-Nederlandsch dialectonderzoek (1926, mit L.J.J. Grootaers)
  • De Hollandsche expansie in de zestiende en zeventiende eeuw en haar weerspiegeling in de hedendaagsche Nederlandsche dialecten: Proeve eener historisch-dialectgeographische synthese (1927)
  • Ostniederländische Diminutiva (1929)
  • Zum Ingwäonismenproblem (1932)
  • De Noordnederlandse tegenstelling West-Oost-Zuid weerspiegeld in de a-woorden, een dialectgeografische excursie om de Zuiderzee (1934)
  • Herkomst en groei van het Afrikaans (1950)
  • Gezag en norm bij het gebruik van verzorgd Nederlands (1951)
  • Het taallandschap van onze noordoostelijke provinciën (1955)
  • Een oud sjibboleth: de gewestelijke uitspraak van ‘heeft’ (1956)

Externe links[bewerken]