Naar inhoud springen

Gewone vleugeltjesbloem

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Gewone vleugeltjesbloem
Gewone vleugeltjesbloem
Taxonomische indeling
Rijk:Plantae (planten)
Stam:Embryophyta (landplanten)
Klasse:Spermatopsida (zaadplanten)
Clade:Bedektzadigen
Clade:'Nieuwe' tweezaadlobbigen
Clade:Fabiden
Orde:Fabales
Familie:Polygalaceae (vleugeltjesbloemfamilie)
Geslacht:Polygala (vleugeltjesbloem)
Soort
Polygala vulgaris
L. (1753)
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Gewone vleugeltjesbloem op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Gewone vleugeltjesbloem (Polygala vulgaris) is een plantensoort uit de vleugeltjesbloemfamilie (Polygalaceae). De soort staat op de Nederlandse Rode lijst als algemeen voorkomend maar sterk afgenomen. De plant heeft de naam te danken aan het feit dat twee van de vijf kelkblaadjes groter zijn.

Gewone vleugeltjesbloem is een kruidachtige plant die een hoogte kan bereiken van 5–30 cm. Ze heeft verspreid staande bladeren. De bloeitijd van de soort strekt zich uit over mei tot juli. De bloeiwijze is vrij los. De bloemen zijn blauw, roze of witachtig van kleur en hebben drie kroonbladen. De schutbladen zijn 1–2 mm lang en even lang of iets korter dan het bloemsteeltje. Twee van de vijf kelkbladen zijn groter, hebben dezelfde kleur als de drie ontwikkelde kroonblaadjes en vormen de vleugels. De vrucht is een doosvrucht waaraan de vleugels blijven hangen. Ook is de doos voorzien van een klein mierenbroodje. De zaden zijn behaard.

De stijl heeft vlak onder de stempel een lepelvormig aanhangsel. Hierboven zitten de helmknoppen, waardoor het rijpe stuifmeel door het lepeltje opgevangen wordt. Als een insect de bloem bezoekt kleeft het op het lepeltje liggende stuifmeel aan het insect. Als geen kruisbestuiving optreedt zorgt de plant voor zelfbestuiving doordat aan het eind van de bloei de stamper naar beneden in het lepeltje buigt.

Gewone vleugeltjesbloem komt voor in vochtige tot droge, meso-oligotrofe, basische tot zwak zure bodems. Ze komt voor in graslanden, dwergstruwelen en zoomvegetatie op lichte plekken in bossen. Doordat de vleugels aan de doosvrucht blijven zitten, vindt de zaadverspreiding van de soort gedeeltelijk plaats via de wind. Vanwege de mierenbroodjes op de doosvrucht geschiedt de zaadverspreiding ook via myrmecochorie.

Gewone vleugeltjesbloem wordt vooral aangetroffen in de graslanden van de klasse van heischrale graslanden en de klasse van kalkgraslanden.

[bewerken | brontekst bewerken]