Godfrey Harold Hardy

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Godfrey Harold Hardy

Godfrey Harold Hardy (Cranleigh, 7 februari 1877Cambridge, 1 december 1947) was een Brits wiskundige.

Hij hield zich vooral bezig met getaltheorie en schreef er enkele standaardwerken over. In 1915 bewees hij, dat oneindig veel nulpunten van de Riemann-zeta-functie op de kritische lijn Re(z) = 1/2 liggen, een belangrijke stap in de richting van de Riemann-hypothese.

Hij was de eerste die de wiskundige genialiteit van Ramanujan erkende. Hij werkte veel samen met John Edensor Littlewood.

Werk[bewerken]

Hardy wordt gecrediteerd met het hervormen van het Britse wiskundeonderwijs door daar meer strengheid in aan te brengen. Al eerder was dat een kenmerk van de Franse, Zwitserse en Duitse wiskunde. Britse wiskundigen waren tot in zijn jeugd, in de ban van de reputatie van Isaac Newton (zie Cambridge Mathematical Tripos), grotendeels in de traditie van de toegepaste wiskunde blijven hangen. Hardy zat op de zelfde lijn als de cours d'analyse, de methode van wiskundeonderwijs die dominant was in Frankrijk. Hardy was een agressief promotor van het concept van de zuivere wiskunde. Hij zette zich in het bijzonder af tegen de hydrodynamica, dat een belangrijk onderdeel van het wiskundeonderwijs in Cambridge vormde.

Vanaf 1911 werkte hij samen met J.E. Littlewood. De twee werkten nauw samen in onderzoek aan de wiskundige analyse en de analytische getaltheorie. Dit leidde tot kwantitatieve vooruitgang in het probleem van Waring, als onderdeel van de Hardy-Littlewood-cirkelmethode, zoals dit bekend kwam te staan. In de priemgetaltheorie bewezen zij resultaten en een aantal opmerkelijke voorwaardelijke resultaten. Dit was een belangrijke factor in de ontwikkeling van de getaltheorie als een systeem van vermoedens; voorbeelden zijn het eerste- en het tweede vermoeden van Hardy-Littlewood. De samenwerking tussen Hardy en Littlewood is een van de meest succesvolle en bekende in de wiskundige geschiedenis. In een lezing in 1947, vertelde de Deense wiskundige Harald Bohr dat een collega zou hebben gezegd, "Tegenwoordig zijn er slechts drie echt goede Engelse wiskundigen: Hardy, Littlewood en Hardy-Littlewood."

Hardy is ook bekend voor het formuleren van het principe van Hardy-Weinberg, een basisprincipe in de populatiegenetica, dat hij onafhankelijk van Wilhelm Weinberg in 1908 opstelde. Hij speelde cricket met de geneticus Reginald Punnett die het probleem aan hem voorlegde en Hardy werd daarmee onbewust de stichter van een tak van toegepaste wiskunde.

Zijn verzamelde werken zijn in zeven delen gepubliceerd door de Oxford University Press.

Zie ook[bewerken]

Literatuur[bewerken]

Zie ook[bewerken]