Godfried van Neder-Lotharingen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Godfried van Neder-Lotharingen (925/935 - Rome, zomer 964) was een zoon van Godfried, paltsgraaf van Lotharingen, en van Ermentrudis, dochter van Karel de Eenvoudige.

Hij was graaf van Henegouwen van 959 tot 964 en hertog van Neder-Lotharingen. Zijn vader kwam uit de familie van de Matfrieden en was een zoon van Gerard van de Metzgau en Oda van Saksen, de weduwe van Zwentibold en zuster van Hendrik de Vogelaar, de koning van Duitsland. Via zijn tante Oda of Uda van Metz, gehuwd met Gozelo van de Ardennen, graaf van Bidgau en van Methingau, was hij een neef van Godfried van Verdun.

In 958 maakte Bruno van Keulen, hertog van Lotharingen, een einde aan de opstand van graaf Reinier III van Henegouwen, stuurde hem weg en gaf Henegouwen aan Godfried van Neder-Lotharingen, een van zijn getrouwen, in eerste instantie nog als plaatsvervanger van hemzelf.

Omdat Lotharingen de voorbije 60 jaar vele opstanden gekend had, besliste Bruno van Keulen in 959 het hertogdom in tweeën te delen, Neder-Lotharingen en Opper-Lotharingen. Hij vertrouwde het bestuur over Neder-Lotharingen toe aan Godfried, die hertog van Neder-Lotharingen werd. In 962 kreeg hij ook de gouw Gulikgouw in beheer. Hij vergezelde Otto I de Grote op diens expeditie naar Italië om zijn excommunicatie ongedaan te maken, waar hij in 964 bij een epidemie in Rome overleed.

Zie ook[bewerken]