Goirkese kerk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Vooraanzicht
Schildering van Jos ten Horn

De Goirkese kerk is een kerkgebouw in Tilburg dat zich bevindt aan de Goirkestraat 68 te Tilburg en dat is gewijd aan de heilige Dionysius. Het is, na de Heikese kerk, de oudste kerk van Tilburg.

Geschiedenis[bewerken]

De evenals de oorspronkelijke Tilburgse parochie aan Sint-Dionysius gewijde parochie splitste zich daarvan af in 1797, hoewel de herdgang Goirke in 1715 reeds een schuurkerk bezat. Deze lemen schuurkerk stortte in 1724 in en werd steviger herbouwd. De pastorie werd in 1718 gebouwd. Deze kerk, hoewel sober van uiterlijk, bezat een betrekkelijk weelderig interieur. Toen de pastorie in 1724 werd uitgebreid, werd ook een doophuisje gebouwd. De pastorie werd in 1927 gesloopt, maar het poortgebouwtje met doophuisje en een beeld van de heilige Dionysius bleef behouden.

De schuurkerk werd, nadat dit in de Napoleontische tijd werd toegestaan, ook uiterlijk verfraaid en in 1814 werd een koepeltje geplaatst, dat in 1819 vervangen werd door een toren, waarin drie klokken werden gehangen. Sinds 1815 was er ook een uurwerk. De schuurkerk oogde echter niettemin armoedig en men wilde een nieuwe kerk, waartoe de bemiddeling van Koning Willem II werd ingeroepen. Het verzoek tot subsidie werd in 1834 gehonoreerd en het toegekende bedrag was met 25.000 gulden uitzonderlijk hoog.

De huidige kerk werd gebouwd van 1835-1839 en was een waterstaatskerk in een vroeg-neogotische stijl die ook wel stukadoorsgotiek of Willem II-gotiek wordt genoemd, en is een van de eerste uitingen van neogotiek in Nederland. Uitzonderlijk voor die tijd was bovendien dat de kerk een basiliek was en geen, zoals toen gebruikelijker, zaalkerk of hallenkerk. Er werden kruisribgewelven in de kerk aangebracht die uit stucwerk waren vervaardigd. De gevel was nog grotendeels neoclassicistisch in stijl en werd bekroond met een torentje met koepeldak. Architect was H. Essens, geboren in 1776 en Opziener van Publieke Werken. In 1902-1903 werd de kerk overigens verbouwd, waarbij de gevel en toren in neogotische stijl werden vernieuwd en de schilddaken boven de zijbeuken werden vervangen door lessenaardaken. Een volgende ingrijpende verbouwing vond plaats in 1938, toen het koor werd vervangen door een nieuw koor, een transept en een grote vieringtoren naar een ontwerp van Kees de Bever. Dit alles vond plaats in de traditie van de Delftse School. In de apsis werd een schildering aangebracht door Jos ten Horn. Men wilde ook het schip vernieuwen, maar dit is ten gevolge van de Tweede Wereldoorlog nimmer gerealiseerd, waardoor dit schip behouden bleef als één van de vroegste voorbeelden van neogotiek in Nederland. In 1966 werd de geveltoren afgebroken en niet vervangen.

Interieur[bewerken]

De kerk bezit een zilveren monstrans uit 1715, uitgevoerd in rijke barokstijl en uit de schuurkerk afkomstig. Voorts een 17e-eeuws schilderij, voorstellende Johannes in disco. Uit de eerste helft van de 18e eeuw stammen houten beelden van de heilige Norbertus en Quirinus. Uit het midden van de 18e eeuw dateert een houten beeld van de heilige Barbara. Het Smits-orgel is gebouwd in 1904.

Gedurende de 19e eeuw werd de inventaris uitgebreid met vooral aan de barok refererend meubilair, hetgeen in zekere zin niet overeenkwam met de stijl van de kerk. In de tweede helft van de 19e eeuw kwam daar verandering in door de reeks heiligenbeelden langs de pilaren van de kerk, terwijl omstreeks 1900 ook neogotische zij-altaren werden gebouwd, gewijd aan Maria en aan de Heilige Familie.

Zie ook[bewerken]

Bronnen[bewerken]