Golden Hind

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Vlag van Engeland
Golden Hind
De Golden Hind, een moderne replica
De Golden Hind, een moderne replica
In de vaart genomen 1577
Uit dienst 1580
Eigenaren
Vroegere namen Pelican
Algemene kenmerken
Type Galjoen
Lengte 31 meter aan dek
Breedte 6,1 meter
Diepgang 2,7 meter
Deplacement 300 ton
Tonnage bruto 100–150
Voortstuwing en vermogen Zeil
Vaart 8 knopen (15 km/h)
Bemanning 80-85
Bewapening 22 kanonnen
Opmerkingen Zeiloppervlak: 386 m²
Afgebroken in de late zeventiende eeuw, er bestaan twee replica's
Portaal  Portaalicoon   Maritiem

De Golden Hind (Gouden Hinde) was een Engels galjoen dat bekend werd vanwege haar reizen als kapersschip, onder bevel van sir Francis Drake, rond de wereld tussen 1577 en 1580. Haar oorspronkelijke naam was Pelican, maar ze werd tijdens een reis in 1578 door Drake omgedoopt. Drake's sponsor was sir Christopher Hatton, wiens helmteken een gouden hinde (een vrouwelijk edelhert) was. Hatton was een van de belangrijkste sponsors van Drake's wereldreis. Er ligt een replica op ware grootte in Londen, op de zuidelijke oever van de Theems.

Geschiedenis[bewerken]

In 1577 sponsorde koningin Elizabeth sir Francis Drake als leider van een expeditie die beoogde rond Zuid-Amerika en door de Straat Magellaan te varen om de kusten die daarachter lagen te verkennen. De steun van de koningin was lucratief, Drake had immers officiële goedkeuring om winst te maken voor zichzelf en de koningin en ook om de Spanjaarden zoveel mogelijk te schaden. Dit zou uiteindelijk resulteren in de Spaans-Engelse Oorlog. Voor hij vertrok ontmoette Drake de koningin voor de eerste keer in levenden lijve waar ze hem zei: "We would gladly be revenged on the King of Spain for divers injuries that we have received." Drake's officiële taak was nieuwe handelsroutes te vinden, maar in werkelijkheid werkte hij als kaper, met de onofficiële steun van Koningin Elisabeth.

Drake registreerde zijn vlaggenschip in Plymouth in 1575. Het meeste werk werd verricht in 1576, en werd in 1577 afgerond. Het schip wordt beschreven als "een zestiende-eeuws oorlogsschip tijdens de overgang van de Kraak naar het Galjoen en had een deplacement van ongeveer honderd ton. Het werd eerst Pelican genoemd, maar werd op 20 augustus 1578 omgedoopt tot Golden Hind.

Drake vertrok in december 1577 met vijf kleine schepen en 164 bemanningsleden. Hij bereikte de Braziliaanse kust in 1578.

Op 1 maart 1579, in de Stille Oceaan voor de kust van Ecuador, veroverde de Golden Hind het Spaanse Galjoen Nuestra Señora de la Concepción. Dat galjoen had de grootste schat aan boord die tot dan veroverd was: meer dan 360.000 pesos (equivalent aan £480m in 2017). De schat, zes ton wegend, had zes dagen nodig om overgebracht te worden.

Op 26 september 1580 voer Drake de haven van Plymouth binnen met 56 van zijn oorspronkelijk 80-koppige bemanning nog aan boord. Zijn schip werd gelost bij Saltash Castle, onder toeziend oog van de wachten van de koningin.

Meer dan de helft van de opbrengst ging naar de koningin van Engeland en werd gebruikt om de jaarlijkse schuld af te betalen. De Golden Hind werd permanent in Deptford aan de monding van de Theems geplaatst als het eerste 'museumschip'.

Tussen 1580 en 1650 werd het schip gehandhaafd voor publieke tentoonstelling tot het uiteindelijk werd afgebroken omdat het hout verrot was.