Gorée

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Eiland Gorée
Werelderfgoed cultuur
De haven van Gorée
De haven van Gorée
Land Vlag van Senegal Senegal
UNESCO-regio Afrika
Criteria vi
Inschrijvingsverloop
UNESCO-volgnr. 26
Inschrijving 1978 (2e sessie)
UNESCO-werelderfgoedlijst

Gorée (Wolof: Beer) is een eiland op drie kilometer van Dakar, voor de kust van Senegal. Het is slechts 900m bij 300m groot. Van de 16e tot de 19e eeuw zou het een van de centra van de trans-Atlantische slavenhandel zijn geweest.

Geschiedenis[bewerken]

Kaart van het eiland Goeree[1]

Het eiland werd in de 15e eeuw ontdekt door de Portugezen. In 1617 werd het gekoloniseerd door de Nederlanders die het tegen geringe kosten hadden gekocht van een chef van de Lebu, de lokale etnie. Een tijdlang was het in het bezit van de West-Indische Compagnie. Over de etymologie van de Franse benaming Gorée bestaan twee versies. Een zou verwijzen naar het Zuid-Hollandse voormalig eiland Goeree, een andere naar 'Goe Ree' oftewel Goede Rede.

De WIC bouwde twee forten op het eiland: Fort Nassau op de basaltrots en Fort Oranje beneden, ter hoogte van Rue Saint Joseph. In 1663 verloren de Nederlanders het eiland aan Engeland. Het jaar daarop heroverde Michiel de Ruyter het. In 1677 kwam het eiland in Franse handen.[2] In 1758 werd het weer Engels. In 1763 moesten de Engelsen het teruggeven aan de Fransen volgens de bepalingen van het Verdrag van Parijs. Later, na de val van Napoleon I, voegden de Fransen het bij hun kolonie Senegal. Gorée ontluikte als een belangrijk commercieel en militair centrum. Verder werd Gorée een van de Vier Gemeenten. Twee oude kustbatterijen bewaken er de haven: De Britten bouwden er een in 1785, de Fransen bouwden het fort D'Estrées – tegenwoordig het Historisch Museum. Het eiland bleef Frans tot de onafhankelijkheid van Senegal in 1960.

Door de invloeden van de verschillende overheersers (Portugezen, Hollanders, Britten en Fransen) heeft het eiland een bijzonder karakter. De felgekleurde huizen geven het een mediterrane tint, de architectuur heeft ook Arabische kenmerken. Er valt veel te zien waaronder verder nog het stadhuis, het Museum van de Zee, het nog niet gerestaureerde bestuursgebouw uit 1864, de Jardin Carré, het hospitaal, het Museum van de Vrouw in het fraaie huis van Victoria Albis, de kerk met smeedijzeren trap uit 1830, de moskee uit 1892, op de basaltrots de gemonteerde kanonnen van de Franse kruiser Vergniaud en het uitzicht.[3] Op het eiland wonen 1200 mensen van wie 800 moslims en 400 christenen.

Werelderfgoed[bewerken]

Het eiland staat sinds 1978 op de werelderfgoedlijst van UNESCO omdat het een van de belangrijkste getuigenissen zou zijn van de trans-Atlantische slavenhandel. Men kan er het Maison des Esclaves bezoeken, dat het enige overgebleven slavenhuis op het eiland zou zijn, en dat is gerestaureerd om aan het nageslacht de wrede geschiedenis van het eiland mee te geven.

Uit onderzoek blijkt echter een andere versie van de historische betekenis van het eiland. Volgens deze versie maakt het eiland deel uit van een mythe waarover de Franse krant Le Monde reeds schreef.[4] La Maison des Esclaves, gebouwd in 1784, was het huis van een welgesteld paar. In het huis woonden enkele huisslaven, mogelijk met een paar exportslaven.[5] Vanaf Gorée werden wel slaven getransporteerd, maar het eiland was bijlange na geen belangrijk transitoord voor slaven op weg naar Amerika.[6]

Trivia[bewerken]

Het fort D'Estrées op het eiland Gorée

In maart 1991 werd hier door 50 drummers en 80 zangers onder leiding van meesterdrummer Doudou N'Diaye Rose het album Djabote opgenomen. Deze cd en de daaraan gekoppelde documentaire zorgde voor een grote toename in de interesse voor sabarmuziek en -dans uit Senegal.[bron?]

De reggae band Steel Pulse heeft over het eiland Gorée het nummer Door of no return gemaakt, dat is verschenen op het album African Holocaust (2004). Marcus Miller noemde zijn nummer Gorée (Go-ray) naar het eiland.

Externe link[bewerken]