Japanse kwak

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Gorsachius goisagi)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Japanse kwak
IUCN-status: Bedreigd[1] (2016)
Ardea goisagi Fauna Japonica.jpg
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Chordata (Chordadieren)
Klasse:Aves (Vogels)
Orde:Pelecaniformes (Roeipotigen)
Familie:Ardeidae (Reigers)
Geslacht:Gorsachius
Soort
Gorsachius goisagi
(Temminck, 1835)
Geel: tijdens broedseizoen, Blauw: buiten broedseizoen, Groen: alle seizoenen
Geel: tijdens broedseizoen, Blauw: buiten broedseizoen, Groen: alle seizoenen
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Japanse kwak op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Vogels

De Japanse kwak (Gorsachius goisagi) is een vogel uit de familie der reigers (Ardeidae). Het is een bedreigde reigersoort die voornamelijk in Japan broedt.

Kenmerken[bewerken | brontekst bewerken]

De Japanse kwak is gemiddeld 49 cm lang. Het is een ietwat gedrongen, kleine reiger met een relatief korte en brede snavel. Zijn kop, rug en de bovenkant van de vleugels zijn kastanjebruin. Zijn hals, borst en buik zijn licht gekleurd met bruine strepen. De poten zijn donkergroen.[2]

Verspreiding en leefgebied[bewerken | brontekst bewerken]

De vogel broedt in Japan, er is een melding van een broedgeval op Taiwan en er zijn broedgevallen in Zuid-Korea. Verder zijn er waarnemingen in het voorjaar en de zomer gedaan in Rusland (Sachalin). Deze reiger overwintert voornamelijk op de Filipijnen, maar er zijn ook winterwaarnemingen uit Hongkong, Indonesië, Brunei en Palau. De Japanse kwak heeft als leefgebied dichte loofbossen maar altijd in de buurt van water. De vogel foerageert soms in moerassen, rijstvelden en akkerland. De vogel is alleen actief in de schemering.[2]

Voeding[bewerken | brontekst bewerken]

Zijn dieet bestaat voornamelijk uit regenwormen, slakken, krabben en kevers.

Voortplanting[bewerken | brontekst bewerken]

De Japanse kwak broedt van mei tot juli. Het vrouwtje legt drie of vier eieren in een nest hoog in de bomen. Na ongeveer 17 dagen komen de eieren uit en de jongen verlaten na 35 dagen het nest.

Status[bewerken | brontekst bewerken]

De Japanse kwak heeft een beperkt en bedreigd broedgebied en daardoor is de kans op uitsterven aanwezig. De grootte van de populatie werd in 2016 door BirdLife International geschat op 600 tot 1700 volwassen individuen en de populatie-aantallen nemen door habitatverlies. Het leefgebied wordt aangetast door ontbossing waarbij natuurlijk bos wordt omgezet in gebied voor agrarisch gebruik en menselijke bewoning. Daarnaast is er nog jacht op deze reiger en worden eieren en jongen gepredeerd door ingevoerde Siberische wezel (Mustela sibirica). Om deze redenen staat deze soort als bedreigd op de Rode Lijst van de IUCN.[1]