Gorzów Wielkopolski (stad)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Gorzów Wielkopolski
Landsberg an der Warthe
Stad in Polen Vlag van Polen
vlag wapen
Gorzów Wielkopolski (stad)
Gorzów Wielkopolski (stad)
Situering
Woiwodschap Lubusz
District stadsdistrict
Coördinaten 52° 44′ NB, 15° 14′ OL
Algemeen
Oppervlakte 86,03 km²
Inwoners (2005) 125.578 (1460 inw./km²)
Identificatiecode 86101
Portaal  Portaalicoon   Polen

Gorzów Wielkopolski ([ˈgɔʒuf vʲɛlkɔ'pɔlski]?; Duits: Landsberg an der Warthe) is een stad in Polen. De stad is een zelfstandig stadsdistrict in het woiwodschap Lubusz. De oppervlakte bedraagt 86,03 km2, het inwonertal 125.578 (2005). De stad ligt aan rivier de Warthe.

Geschiedenis[bewerken]

De plaats werd in 1257 gesticht volgens het Maagdenburger stadsrecht onder de naam Neu Landsberg door markgraaf Johann I. Tot 1945 was de stad deel van de provincie Brandenburg in het Duitse Rijk. De Duitse bevolking werd vanaf 1945 tot 1949 verdreven door middel van deportatie. De nieuwe bewoners waren voor een groot deel afkomstig uit Groot-Polen. De nieuwe stad had belang als verbinding in de handelsweg van zuidoost naar noordwest, vanuit Silezië. Brandenburg richtte zijn in de 13de eeuw verworven gebieden oostelijk van de Oder en noordelijk van de Warthe in als de zogenaamde Neumark. De bewoners van dit gebied en van de nieuwe stad werden aangetrokken uit het noorden en noordwesten van het Duitse Rijk. Rond 1320 is sprake van een stenen omwalling met muren maar de stad ontwikkelde zich niet verder dan als een op- en overslagplaats voor goederen en de Dertigjarige Oorlog zou in de 17de eeuw voor lange tijd stagnatie met zich meebrengen. De margraven promoveerden tot keurvorst van Brandenburg en combineerden deze functie met die van hertog van Pruisen. Zij stelden de lutherse landskerk in. De stadsschool hervormde zich tot een gymnasium. Na de inlijving, in 1742, van Silezië door het koninkrijk Pruisen (dat Brandenburg als kern had) kwam de stad centraler te liggen en haar strategisch belang leidde ertoe dat een er een groot garnizoen werd gelegerd dat ca 1.000 van de ruim 5.000 inwoners omvatte. Tegelijk ontwikkelde zich een Joodse gemeente die zijn grootste omvang in 1875 bereikte met 600 gemeenteleden. Inmiddels had industrialisatie een aanzienlijke bevolkingsgroei teweeggebracht: 21.000 (in 1875) werd verdubbeld in 1910. Daarna viel de groei terug. De laatste ca 100 Joden werden in 1939 gedeporteerd naar kampen die vrijwel geen van hun overleefde. In februari 1945 werd de stad door het Sovjet-leger ingenomen en het kasernecomplex ingericht als concentratiekamp voor Duitsers. De bevolking, voor zover niet al gevlucht, werd gedeporteerd naar het westen (zie Verdrijving van Duitsers na de Tweede Wereldoorlog. De stad kreeg de naam ‘Gorzów nad Wartą’ om later de toevoeging Wielkopolski (dat is ‘in Groot-Polen’) te krijgen, wat historisch niet correct is omdat de die historische provincie ten oosten van de Neumark lag). Nieuwe bewoners kwamen inderdaad wel uit Groot-Polen (van 1815 tot 1919 de provincie Poznan). Zij konden een verlaten maar weinig verwoeste stad gaan bevolken. Gebiedsuitbreidingen en de bouw van een omvangrijke nieuwe stadswijk brachten het totaal aan inwoners in het jaar 2000 op het hoogtepunt van 126.000, waarna het stagneerde.

geboren in Landsberg-Gorzów[bewerken]

  • Friedrich Wilhelm von der Groeben (1774–1839), Pruisisch generaal
  • Gottfried Bernhardy (1800–1875), hoogleraar filologie in Berlijn en lid van o.a. de wetenschappelijke academies van Pruisen en Rusland
  • Julius Gottlieb Wilhelm Adolf von Zastrow (1802–1884), Pruisisch generaal
  • Eduard Boas (1815–1853), auteur van reisverslagen
  • Otto von Flotow (1822–1900), Pruisisch generaal
  • Arthur Moritz Schoenflies (1853–1928), wiskundige
  • Otto Antrick (1858–1924), fabrikant en socialistisch rijksdag afgevaardigde (SPD)
  • Georg Axhausen (1877–1960), grondlegger van de kaakchirirgie
  • Marie Juchacz (1879–1956), feministe, actief in de SPD, vluchtte in 1941 naar Amerika en keerde in 1949 terug
  • Victor Klemperer (1881–1960), hoogleraar Romaanse talen, wegens zijn joodse afkomst ontslagen en onder huisarrest gesteld, hield van 1933 tot en met 1945 een dagboek bij dat werd uitgegeven als ‘Ich will Zeugnis ablegen bis zum letzten’ en in het Nederlands is vertaald als Tot het bittere einde. Zijn studie van het nationaalsocialistisch taalgebruik verscheen als Lingua Tertii Imperii
  • Elisabeth Röhl (1888–1930), SPD-politica in het parlement van Weimar
  • Kurt Scharf (1902–1990), lutherse bisschop van Berlijn
  • Johannes Zoschke (1910–1944), lid van de communistische ondergrondse in Berlijn, ter dood veroordeeld
  • Rudolf Daber (* 1929), voorzitter ‘Gesellschaft für Geologische Wissenschaften der DDR’
  • Christa Wolf (1929–2011), schrijfster die ondanks haar kritische opstelling in de DDR als literair boegbeeld haar positie kon behouden
  • Gottfried Kiesow (1931–2011), voorzitter van de ‘Deutschen Stiftung Denkmalschutz’ (monumentenzorg) en oprichter van de academie voor restauratietechnieken
  • Kazimierz Marcinkiewicz (* 1959), conservatief politicus en premier van Polen
  • Marek Jurek (* 1960), conservatief parlementslid in Warschau en in Brussel
  • Dawid Kownacki (1997), voetballer


Stadsmuur
Uitzicht