Gotthardpas

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Gotthardpas
Pashoogte van de Gotthard
Pashoogte van de Gotthard
Hoogte 2108 meter
Coördinaten 46° 34′ NB, 8° 34′ OL
Van Göschenen
Naar Airolo
Stijging 8%
Wegdek asfalt
Winterafsluiting oktober-mei
Gotthardpas
Gotthardpas

De Sint-Gotthard, of Gotthardpas (Duits: Sankt Gotthard-Pass, Italiaans: San Gottardo), was tot de aanleg van de Gotthardtunnel een drukke noord-zuid-verbindingsweg over de Alpen, de belangrijkste in de Zwitserse Alpen. De pas verbindt Andermatt in de Urseren-hoogvlakte in het kanton Uri met Airolo in het Valle Leventina in het kanton Ticino, en is gelegen in het gelijknamige Gotthardmassief. Het massief is vernoemd naar de heilige Gotthard uit Beieren.

Gotthardstrasse[bewerken]

De "Gotthardstrasse" verbindt over zo'n 110 km de plaatsen Altdorf en Biasca terwijl de gelijknamige pas in Andermatt begint en in Airolo eindigt. Tussen 1819 en 1826 werd het eerste deeltraject gebouwd dat van Amsteg naar Göschenen loopt. Met de bouw van de eigenlijke pasweg werd pas in 1827 begonnen. De straat werd voltooid in 1830. De oorspronkelijke pasweg aan de zuidzijde is door een gemakkelijker tracé vervangen. De vroegere pasweg, met de naam Via Tremola, staat ook nog wel steeds open voor verkeer.

Geschiedenis van de Gotthardpas[bewerken]

De geschiedenis van de Gotthardpas begint al in de middeleeuwen. De Romeinen hebben hem waarschijnlijk niet gebruikt. Toen de Longobarden in het jaar 569 vanuit het zuiden oprukten om over de pas te komen, bouwden zij over de Reuss een in kettingen hangende brug. Ten tijde van Karel de Grote werd de pasweg voor lastdieren ingericht. De Langobardische brug werd in 1198 vervangen door de veel zekerdere (oude) Teufelsbrücke in de Schöllenenschlucht op de noordhelling. De hieruit ontstane toename van het verkeer over de pas was het beslissende moment dat tot oprichting van het Zwitsers Eedgenootschap in 1291 werd besloten. Het oudste gebouw aan de pasweg is de kapel die tussen 1160 en 1176 door de Milanese aartsbisschop St. Galdinus ter ere van de kort daarvoor heilig verklaarde Gotthard werd gewijd. In 1629 werd door Federico Borromeo een herberg op de pashoogte ingericht, die sinds 1683 door de Kapuzinern verzorgd wordt. In 1707 werd dan "des Urner Loches", een 64 m lange tunnel, geboord en daardoor werd de toegankelijkheid zeer verbeterd. Toch bleef de weg nog altijd maar een 3 tot 4 m breed trekpad voor lastdieren, verhard met grote stenen.

Van lastdierpad "Saumpfad" tot autosnelweg[bewerken]

De moderne versie van de "Teufelsbrücke"

Ondanks de centrale ligging werd de Gotthardpas pas laat ontsloten. Oorzaak hiervoor was de wilde Schöllenenschlucht die een onoverkoombare hindernis vormde. De in 1198 door de Urner gebouwde brug werd om die reden dan ook "Teufelsbrücke" ofwel Duivelsbrug genoemd. Het meesterwerk scheen de mensen een pact met de duivel toe. Met de bouw van de Teufelsbrücke en de Twärrenbrücke in het bovenste deel van de Schöllenen was de deur naar het zuiden geopend. Al snel ontdekten de kooplieden dat de snelste route naar Italië over de Gotthard voerde en de bevolking van de pasweg wist hieruit weer voordeel te behalen. Zij richtten zogeheten "Saumergenossenschaften" op die het alleenrecht hadden om de goederen over de pas te transporteren over het lastdierpad (Saumpfad).

Een belangrijke opgave voor het kanton Uri was het onderhoud en de uitbouw van de weg. Voortdurend moest de weg verbeterd worden, bruggen hersteld en lawines geruimd worden. Vele eeuwen kon men slechts te voet over de pas. Pas nadat Uri tussen 1818 en 1836 de eerste rijweg had gebouwd, was de Gotthardpas ook per koets te berijden. Vanaf 1842 reed de legendarische postkoets met vijfspan over de pas. Toch hadden zij al na 40 jaar geen werk meer.

In mei 1882 werd na 10-jarige bouwtijd de spoorwegtunnel door de Gotthard geopend. In één klap keerde de rust op de pasweg weer terug. Maar niet voor lang want kort na 1900 doken de eerste auto's op en begonnen deze de pasweg te veroveren. Duidelijk werd dat de voor het koetsenverkeer gebouwde pasweg niet langer geschikt was voor de toenemende stroom auto's. In de dertiger en veertiger jaren van de 20e eeuw werden dan ook enkele delen van de Gotthardpasweg uitgebouwd en verbeterd. Van 1951 tot 1956 werd de Schöllenen uitvoerig uitgebouwd. Tussen 1962 en 1976 herbouwde het kanton de weg op hun grondgebied. Ondertussen had het Bund, gesteund door een wetsartikel dat op 6 juli 1958 met overgrote meerderheid was aangenomen door het Zwitserse volk, de bouw van de "Nationalstrassen" opgenomen. Er was sprake van de bouw van een autosnelweg van Bazel naar Luzern en een linksoeverige weg langs het Vierwoudstrekenmeer. Maar de Gotthard was in het geplande netwerk van doorgaande wegen niet opgenomen. Daarom werd in maart 1960 door de Nationalrat een motie ingediend voor een winterzekere verbinding door de Gotthard. Vraag was natuurlijk hoe dat bewerkstelligd moest worden en plotseling rukte de Gotthard op naar het centrum van alle plannen voor de Nationalstrassen met de projectering van de N2.

Chronologisch overzicht van de pasweg[bewerken]

1218/1226 - Ontsluiting van de Schöllenen door de "Twärrenbrücke", een 60 m lange aan kettingen opgehangen houten brug langs de Kirchbergfelsen, alsook de eerste houten "Teufelsbrücke" die ook wel de "siebenten Steg" werd genoemd, over de Reuss.

1230 - Op 24 augustus wijdt de aartsbisschop van Milaan op de pashoogte de kapel in die is gebouwd ter ere van de heilige Godehardus uit Beieren.

1236 - De eerst aantoonbare oversteek van de Gotthard als doorgaande weg van Duitsland naar Italië: Albrecht von Stade, een Benedictijnenabt uit het bisdom Bremen kiest deze route voor een pelgrimsreis op de terugweg van Rome naar Duitsland.

1550 - De Saumweg aan de Monte Piottino wordt duidelijk verbeterd en voor een deel opnieuw aangelegd. 10 jaar later wordt ook de Saumweg door de Biaschina uitgebouwd.

1595 - De nieuwe Teufelsbrücke, een stenen boogbrug, wordt gebouwd. Ze dient het verkeer tot 1830 en in 1888 stort ze in.

1615 - Op 5 oktober begint de eerste regelmatige "Lauferbotendienst" over de Gotthard van Zürich naar Bergamo door de Gebroeders Hess in Zürich.

1707 - De Ticiner bouwmeester Pietro Marettini breekt als vervanging van de Twärrenbrücke het Urnerloch door de Kirchbergfels uit. Deze eerste alpentunnel is 61 m lang en kostte 8149 gulden.

1775 - De Engelse mineraloog Greville steekt de Gotthardpas als eerste mens over in een koets. Dit was 55 jaar voordat de weg berijdbaar voor koetsen was gemaakt. Op heikele punten laat hij de koets uit elkaar nemen en naar een veiliger punt dragen.

1799 - De Gotthard wordt oorlogsgebied. De Russische legers onder leiding van Generaal Aleksandr Soevorov steken de pas over. Bij de Teufelsbrücke komt het tot een treffen met de Fransen. De brug wordt zwaar beschadigd.

1805/1818 - Het kanton Ticino bouwt in etappes de nieuwe rijweg naar de Gotthard van Chiasso naar Giornico.

1818 - Op 3 mei besluit de Urner gemeente tot de bouw van een rijweg van Amsteg naar Göschenen. In 1824 wordt ze voltooid.

1828/1830 - Onder leiding van Karl Emanuel Müller ontstaat de rijweg van Göschenen tot Hospental door de Schöllenenschlucht en over de nieuwe Teufelsbrücke. De Ticiner ingenieur Colombara bouwt in opdracht Uris, het gedeelte van Hospental tot de kantonsgrens. Gelijktijdig wordt onder ingenieur Meschini het traject tussen Giornico en de kantonsgrens door de Biaschina, aan de Monte Piottino en de Tremola gebouwd.

1830 - Opening van de doorgaande pasweg over de Gotthardpas. De ruiterpost wordt vervangen door een wekelijkse driemalige postkoets tussen Flüelen en Chiasso.

1842 - De grote tijd van de Gotthardpost begint. Tussen Flüelen en Chiasso rijden nu in de zomer dagelijks vijfspanninge koetsen in beide richtingen met 10 plaatsen. In de winter worden de koetsen vervangen door colonnes van sleden met een paard.

1844 - De doorslag van de Stalvedrokloof bij Airolo.

1848 - Uit het Staatenbund wordt een Zwitserse Bundesstaat. De Reisepost wordt een aangelegenheid van het Bund. De reisduur van Bazel naar Milaan bedraagt dan 49 uur en 25 minuten.

1866 - Het Hotel Monte Prosa wordt aan de Gotthardpashoogte geopend.

1872 - Europa heeft last van spoorwegkoorts. De Gotthardbahn wordt gebouwd. Op 13 september beginnen de bouwwerkzaamheden van de Gotthardtunnel onder leiding van Louis Favre.

1875 - Er worden dit jaar 72.030 reizigers vervoerd door de Gotthardpost. Het grootste aantal tijdens haar bestaan.

1880 - Op 29 februari wordt de Gotthardtunnel doorslagen. Louis Favre beleeft dit heugelijke feit niet. Hij sterft aan een hartaanval in de tunnel op 19 juli 1879.

1882 - Op 1 januari wordt de spoorweg provisorisch eensporig in gebruik genomen. Op 1 juni wordt de Gotthardbahn officieel feestelijk geopend. De reistijd van Luzern naar Chiasso bedraagt nu 7 uur en 25 minuten. De Gotthardpostlinie beëindigt haar werkzaamheden.

1904 - Het grootste deel van het tracé van Goldau tot Chiasso is tot dubbelspoor uitgebouwd.

1906 - De Gotthardstrasse wordt van Göschenen af omhoog geopend voor autoverkeer. Weliswaar alleen op bepaalde tijden van de dag.

1909 - Opnieuw wordt een zomerpostkoetsendienst tussen Andermatt en Airolo geopend. Ze heeft nu echter alleen een lokaal toeristisch doel. In de herfst van 1921 rijdt de laatste koets over de Gotthardpas.

1920 - De Bergstrecke Erstfeld - Biasca van de Gotthardbahn is geëlektrificeerd.

1953 - Uri bouwt de Schöllenenstrasse en de pasweg tot de kantonsgrens volledig uit. De nieuwe Teufelsbrücke ontstaat.

1954 - De SBB zetten regelmatig rijdende autotreinen in die in de winter het gemotoriseerde verkeer door de spoortunnel tussen Göschenen en Airolo vervoeren.

1962 - Het kanton Ticino bouwt een nieuwe pasweg van de kantonsgrens tot boven Motto Bartola en vanaf 1972 tussen Motto Bartola en Airolo.

Zie ook[bewerken]