Gouden Koets (Nederland)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De Gouden Koets op het Binnenhof
Toenmalig koningin Beatrix in de Gouden Koets
Aanbieding van de koets in 1898 in het Paleis voor Volksvlijt door de Amsterdamse bevolking aan de Koningin
Eerste gebruik van de Gouden Koets in 1901
De Gouden Koets (vanaf 0:45) op Prinsjesdag in 1925, waaronder aankomst van de Gouden Koets bij de Ridderzaal

De Gouden Koets is de koets waarmee de Nederlandse koning zich ieder jaar op Prinsjesdag begeeft naar de Ridderzaal van het Binnenhofcomplex om de troonrede uit te spreken. De Gouden Koets heeft langzamerhand de plaats van de oudere en eveneens zeer grote en kostbare Glazen Koets ingenomen. In het protocol zijn beide koetsen gelijkwaardig.

Beschrijving[bewerken]

LDe gouden koets van Karel X
De koets van Karel X in het museum in Versailles

De koets is een berline op acht veren. De koets is gemaakt van Javaans teakhout bekleed met bladgoud. Het werd in Amsterdam ontworpen en gebouwd tussen 1897 en 1898 door Rijtuigfabriek v/h Gebr. Spijker.[1]

Het rijtuig is gebouwd in Hollandse renaissancestijl. Als voorbeeld hebben de 18e-eeuwse, in de Franse tijd verloren gegane Nederlandse Karos van Staat en de in Versailles bewaarde koets die is gebruikt bij de kroning van Karel X gediend.[bron?] De bok is bekleed met rood laken. De koets is aan de buitenzijde voorzien van allegorische beeldhouwwerken en paneelschilderingen.

Geschiedenis[bewerken]

De Gouden Koets is een geschenk van de bevolking van Amsterdam aan koningin Wilhelmina. Het geld voor de koets was ingezameld door de Vereeniging van het Amsterdamsche Volk tot het Aanbieden van een Huldeblijk aan H.M. Koningin Wilhelmina. De koets was bedoeld als geschenk bij haar inhuldiging tot koningin op 6 september 1898. Wilhelmina wilde echter geen geschenken ter gelegenheid van haar inhuldiging aannemen en nam daarom de koets een dag later, op 7 september 1898, in ontvangst.

De koningin wilde graag met hoed kunnen staan in de koets, vandaar de gebogen vorm van de kroonlijst. De hoogte van de koets in combinatie met de nauwe toegangspoorten van het Binnenhof vormen een uitdaging voor de koetsier. De koets paste net onder de Stadhouderspoort door, maar sinds een straatverhoging in 1925 paste dat niet meer en de koets rijdt daardoor sindsdien via de Mauritspoort het Binnenhof op.[2][3]

De meer dan 100 koetsen en sleeën van het Koninklijk Staldepartement in Den Haag stonden in mei 1940 in de loodsen van de Koninklijke Stallen in de Haagse binnenstad. De Duitse bezetter heeft tijdens de oorlog meer dan de helft van de rijtuigen en sleeën gevorderd of gestolen. De Glazen Koets, de Gouden Koets en de Crème Calèche werden door het Nederlandse Ministerie van Onderwijs en Kunst op een lijst van museale objecten geplaatst. Zo beschermd hebben zij de oorlog doorstaan.[4] Het verhaal dat de Gouden Koets de oorlog in een hooiberg zou hebben doorgebracht wordt in de literatuur niet bevestigd.

Gebruik van de Gouden Koets[bewerken]

De koets mag uitsluitend worden gebruikt door het staatshoofd (met acht paarden) of door de troonopvolger (met maximaal zes paarden). Het inspannen van zes of acht paarden is uitsluitend een kwestie van protocol. Bij oefenritten wordt de koets door een tweespan getrokken. De Gouden Koets heeft geen eigen tuigage.

Op hun huwelijksdag, 7 februari 1901, reden koningin Wilhelmina en prins Hendrik voor het eerst in de Gouden Koets. Een maand later werd de koets in Amsterdam gebruikt bij de intocht van het koninklijk paar. Sinds 1903 maakt het staatshoofd in de regel één keer per jaar gebruik van dit rijtuig, en wel op Prinsjesdag. Daarvóór werd (vanaf 1840) altijd de Glazen Koets gebruikt. Ook bij de doop van prinses Juliana in 1909, het huwelijk van prinses Juliana en prins Bernhard in 1937, de doop van prinses Beatrix in 1938, het huwelijk van prinses Beatrix en prins Claus in 1966 en bij het huwelijk van prins Willem-Alexander en Máxima Zorreguieta in 2002 werd de Gouden Koets ingezet.

Aan weerszijden van de koets lopen vier lakeien. Hun taak bestaat vooral uit het openen en sluiten van het portier, het uitklappen van het ingebouwde trapje en het behulpzaam zijn bij het in- en uitstappen van de inzittenden van de koets.

Decoratie[bewerken]

Ornamenten[bewerken]

De beeldhouwwerken komen uit het Atelier Van den Bossche en Crevels. Aan weerszijden van de staatsiebok is het nationale rijkswapen opgenomen. De vier wieldoppen van de koets zijn zonnen die het "mild schijnende koningschap" uitbeelden. De spaken in de vorm van zonnestralen verlichten het firmament. De velgen zijn tussen de spaken voorzien van de tekens uit de dierenriem.

De scharnieren en deursloten van de koets zijn versierd met motieven van de hond en de uil, symbolen voor trouw en waakzaamheid. Op de treden zijn waterlelies geschilderd, een symbool van voorzichtigheid. De zwemvogels die de bok schragen, stellen de snelheid voor.[5]

Op de kroonlijst van de koets zijn de wapens van de toenmalige elf provincies van Nederland te zien, alsmede het wapen van de stad Amsterdam, de schenker van de koets. Het ornament midden boven op de koets bestaat uit vier vrouwenbeelden. Zij stellen de vier sectoren van de economie voor: landbouw (met korenschoof en sikkel), handel (met staf en een leeuw), nijverheid (met hamer en een salamander als symbool van het vuur) en scheepvaart (met sextant en dolfijn). Zij dragen gezamenlijk een kussen met de scepter, kroon en rijkszwaard van het koninkrijk.[6] Om de vier hoeken van de bovenrand staan kinderfiguurtjes, die de Koninklijke wapens met lauweren omkransen. Cherubijntjes vlechten boven de portieren zegekransen om de Koninklijke initialen.

De lijst wordt op de hoeken ondersteund door vier atlanten. In hun handen dragen zij lantaarns. Deze lantaarns, met bovenop de Koninklijke kroon, werden zo ontworpen, dat ze, uitzonderlijk in die tijd, ook gebruikt konden worden voor elektrische verlichting. Onder de ramen van de koets loopt een fries, waarin in reliëf zijn gesymboliseerd: godsdienst, leger, recht, kunst, wetenschap en arbeid. De Gouden Koets is versierd met hoorns van overvloed en narren met in hun handen handvatten gemaakt van ivoor uit Sumatra, leliën en rozen - symbolen voor de trouw -, en een cartouche met het jaartal 1898.

Paneelschilderingen[bewerken]

De paneelschilderingen rondom het rijtuig zijn met olieverf op het teakhout geschilderd door decoratieschilder Nicolaas van der Waay. De zijkanten van de Gouden Koets verbeelden allebei het Heden, de achterzijde het Verleden, de voorzijde de Toekomst.

De paneelschildering aan de voorzijde symboliseert de toekomst met verbeterde sociale voorzieningen. Rechts staat een voorstelling van "het onderwijs aan het volk" en links "het recht, dat diegenen uit het volk beschermt, die hulp behoeven: een gekwetste arbeider, een blinde grijsaard, een weduwe en wezen". Onder deze voorstelling is in een bas-reliëf de "levensverzekering" weergegeven.

Op de achterzijde van de koets vereeuwigt de Clio, de muze van de geschiedschrijving, in het "Boek van de Tijd" de volkshulde bij de inhuldiging van koningin Wilhelmina. Op de achtergrond van deze voorstelling is een gezicht op Amsterdam met het Paleis op de Dam en de Nieuwe Kerk geschilderd met in de verte scheepvaart op het IJ en de Amstel.

Het linkerpaneel Hulde der Koloniën toont het eerbetoon van de toenmalige koloniën Oost- en West Indië. De hoofdfiguur is de Nederlandse maagd die het Nederlandse Gemenebest representeert met voor haar uitgespreid de huid van een karbouw als teken van grote verering. Aan haar rechterzijde een vergezicht op Oost-Indië met een Indische vorst, enkele Indische hoogwaardigheidsbekleders en een aantal autochtone bewoners. Aan haar linkerzijde een groep van vier personen die het brengen van beschaving en ontwikkeling aan de koloniën voorstellen en autochtonen bewoners met producten uit West-Indië.[7] Het paneel verwijst volgens historicus Susan Legêne van de Vrije Universiteit naar de ethische politiek die in die tijd speelde rond de koloniën.[8]

Aan de andere zijde is de Hulde van Nederland zichtbaar. Een jongetje dat 'jong Holland' symboliseert strooit lelies en rozen aan de voeten van het hoofdfiguur 'Nederland-Oranje' met allegorische personificaties aan haar rechterzijde van de vrede, het onderwijs, het geloof, de landbouw, de veeteelt, de handel en de nijverheid. Aan de linkerzijde personificaties van de muziek, de dichtkunst, de wetenschap, het recht en het leger.[9]

Interieur[bewerken]

De binnenbekleding van de koets is geheel met de hand geborduurd met zijden petit-point-naaldwerk. Dit borduurwerk werd verricht door huishoud- en kunstnaaldwerkscholen, het Burgerweeshuis en de vrouwenorganisatie Tesselschade Arbeid Adelt.[10] Vijftien miljoen steekjes waren nodig voor een ivoorkleurig fond met oranjebloesem en cherubijntjes. Het plafond is in vlakken verdeeld, waardoor zoveel mogelijk vrouwen de gelegenheid kregen aan de koets mee te werken. De vakken worden afgesloten met vergulde bogen, die zich in het midden samenvoegen en de in lauweren gevatte initialen van Koningin Wilhelmina vormen. Deze initialen worden beschenen door een matgouden zon. De zijwanden zijn geborduurd met de wapens van de provincies, het rijkswapen en twee Amsterdamse wapens: het oude wapen, vastgesteld in 1816, en het wapen uit 1898. Het tapijt op de vloer is versierd met tulpen, narcissen en hyacinten om het met Nederlandse bloemen bestrooide levenspad van de Koningin te symboliseren.[11]

Exposities[bewerken]

Onderhoud[bewerken]

Na Prinsjesdag 2015 is een ingrijpende en langdurige restauratie begonnen, die naar verwachting zeven jaar zal duren.[12] In de tussentijd zal het koningspaar de Glazen Koets gebruiken.

Na Kamervragen over de restauratie gaf premier Rutte aan dat het om werkzaamheden aan de draagriemen, de houten wielen, het houtsnijwerk, de sleetse textiele materialen en aan de koorden en kwasten op de bok gaat. De kosten van het groot onderhoud worden niet openbaar gemaakt. De opknapbeurt wordt uitgevoerd binnen de begroting van de koning, koning Willem-Alexander heeft de vrijheid binnen die begroting zelf te bepalen hoe hij dit geld uitgeeft.[13]