Gouden appels van de Hesperiden

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Atlas brengt de gouden appels van de Hesperiden naar Herakles (zwartfigurige lekythos, ca. 490480 v.Chr., Nationaal Archeologisch Museum van Athene.).

De gouden appels van de Hesperiden waren appels die de Griekse mythologische held Herakles als opdracht moest stelen. Deze appels groeiden in de tuin van de Hesperiden, gelegen in het Verre Zuiden, voorbij Libië. Zij waren als huwelijksgeschenk door Gaia aan Hera gegeven toen zij trouwde met Zeus. Diegene die van de appels aten werden onsterfelijk.

Het elfde van de twaalf werken die Herakles voor Eurystheus moest verrichten, was het stelen van deze appels, die door de Hesperiden bewaakt werden, waarbij ze door geholpen werden door de slang of draak Ladon. Om erachter te komen waar de tuin van de Hesperiden was, had hij eerst de zeegod Nereus gedwongen hem te vertellen waar deze te vinden was. Over de manier waarop Herakles de appels vervolgens kreeg bestaan verschillende versies. Volgens Euripides pakte Herakles de appels zelf, na Ladon gedood te hebben. De versie op de metope van de tempel van Zeus in Olympia laat echter zien dat Herakles tijdelijk het hemelgewelf van Atlas op zijn schouders nam. Atlas zou dan voor Herakles de appels zijn gaan halen, en het hemelgewelf weer op zich genomen hebben. Vervolgens bracht Herakles de appels naar Eurystheus.

Ze staan ook wel bekend als twistappels, vanwege de rol die ze spelen in het verhaal over Paris en Aphrodite, waarin Paris moet kiezen wie de mooiste Godin is. De gouden appel is daarbij de prijs.

Verder lezen[bewerken]