Goudreserve

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Een goudreserve wordt door sommige instellingen, waaronder veel centrale banken, aangehouden als opslag van waarde. De hoeveelheid goud in de kluizen van dergelijke instanties als valutareserve was in juli 2017 meer dan 33.000 ton.[1]

Ook het Internationaal Monetair Fonds heeft een goudreserve, die bedraagt van 2800 ton. Het is echter niet duidelijk of deze reserve het bezit van het IMF is of dat van haar lidstaten. Driekwart van dat goud werd gedoneerd door de G5-landen; Duitsland, Frankrijk, Japan, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten.

Nederlandse goudreserve[bewerken]

De Nederlandsche Bank (DNB), met de Nederlandse Staat als enige aandeelhouder, heeft een goudreserve van 612,5 ton. Het grootste deel van dit goud bevindt zich in het buitenland. In de kelders van DNB aan het Frederiksplein in Amsterdam ligt 195 ton. Dat is 30,8% van de totale Nederlandse goudreserve. De rest wordt bewaard bij de Federal Reserve in New York (31,3%), de Bank of Canada in Ottawa (19,8%) en de Bank of England (18,1%).[2] Tussen 1992 en 1999 verkocht DNB zo'n 1100 ton van de goudvoorraad.[3]

In de Tweede Wereldoorlog roofden de Nazi's het niet-geëvacueerde goud uit de DNB kluizen, en verkochten dit om aan deviezen te komen. Onder andere Zwitserland kocht veel van dit roofgoud, en tegenwoordig bezit Zwitserland nog steeds 61.000 kilo geroofd Nederlands goud met een waarde van zo'n twee miljard euro.[4]

Na de Tweede Wereldoorlog was het grootste deel van het Nederlandse goud in het buitenland opgeslagen.

De Nederlandsche bank heeft in 2014 122,5 ton van het Nederlands goud dat in Amerika opgeslagen lag teruggehaald. Dit was toen vier miljard euro waard. In totaal lag vanaf toen 190 ton goud in Nederland opgeslagen, een derde van de officiële Nederlandse goudreserve.[5]

Belgische goudreserve[bewerken]

Tot het eind van de jaren 80 had België een goudvoorraad van 1303 ton.[6] Tussen 1998 en 2000 werd 1000 ton verkocht en in 2005 werd de laatste 30 ton verkocht. Per eind 2014 had België nog 227 ton aan goud in de reserves.

Het overgebleven Belgisch goud is verspreid geraakt in het buitenland. Het wordt bewaard bij de Bank of England, en in mindere mate de Bank of Canada en de Bank voor Internationale Betalingen. Een 'zeer beperkte' hoeveelheid wordt in de Nationale Bank zelf opgeslagen.[7]

Lijst van goudreserves[bewerken]

De volgende lijst van de top 20 van landen wat betreft goudreserves, gerangschikt op hoeveelheid in ton, is afkomstig van de World Gold Council en gold voor december 2018.[8]

Rang Land Gewicht in ton
- Totaal 33.050,7
1. Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten 8.133,5
2. Vlag van Duitsland Duitsland 3.369,7
Internationaal Monetair Fonds 2.814,0
3. Vlag van Italië Italië 2.451,8
4. Vlag van Frankrijk Frankrijk 2.436,0
5. Vlag van Rusland Rusland 2.066,2
6. Vlag van China China 1.842,6
7. Vlag van Zwitserland Zwitserland 1.040,0
8. Vlag van Japan Japan 765,2
9. Vlag van Nederland Nederland 612,5
10. Vlag van India India 586,4
Logo ECB Europese Centrale Bank 504,8
11. Vlag van Taiwan Taiwan 423,6
12. Vlag van Portugal Portugal 382,5
13. Vlag van Kazachstan Kazachstan 341,2
14. Vlag van Saoedi-Arabië Saoedi-Arabië 323,1
15. Vlag van Verenigd Koninkrijk Verenigd Koninkrijk 310,3
16. Vlag van Libanon Libanon 286,8
17. Vlag van Spanje Spanje 281,6
18. Vlag van Oostenrijk Oostenrijk 280,0
19. Vlag van Turkije Turkije 269,3
20. Vlag van België België 227,4

Zie ook[bewerken]