Graafschap Guînes

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Het graafschap Guînes (oud-Vlaams: Ghisene) was een graafschap in de pagus flandrensis, het latere graafschap Vlaanderen, in de 7e eeuw het hele gebied tussen de Somme en de Schelde.

Guînes of Ghisnes, Guynes of Guysnes, in het Nederlands ook Wijnen, is een stad in de Franse regio Hauts-de-France, dicht bij de Noordzee. Het graafschap omvatte naast de stad Guînes zelf, ook Aarde, Bredenaarde, Hardinghen, Tournehem-sur-la-Hem en de haven Wissant. Het was, op het ogenblik van de inname door Engeland, ingedeeld in 12 baronieën en evenveel parochies.

Het gebied hoorde oorspronkelijk toe aan de abdij van Sint-Bertinus. Karel de Kale bevestigde nog in 877 hun bezit. Nadien kwamen deze gebieden terecht bij het graafschap Vlaanderen. Er bestaan twee hypotheses over de wijze waarop Guînes terechtkwam bij Siegfried I van Guînes, bijg. de Deen:

Guînes onder de Franse lelie

Graaf Arnoud III werd bij de Slag bij Westkapelle op 12 juli 1253 gevangen door de Hollanders, en moest in 1285 zijn graafschap afstaan om zich vrij te kopen. Filips de Schone gaf het graafschap aan Jan II van Brienne, gehuwd met Arnouds kleindochter Johanna. Deze nam de titel aan van graaf van Eu en Guînes.

Graaf Rudolf II van Brienne was de laatste zelfstandige heerser. Bij het beleg van Caen in 1346 wordt hij door de Engelsen gevangengenomen. Hij wordt in 1350 vrijgelaten om zijn losgeld te gaan samenzoeken. In Parijs wordt evenwel gezegd dat hij slechts een spion van Engeland is. Jan II van Frankrijk, wiens eerste echtgenote Bonna van Luxemburg eertijds een minnares van Rudolf was, liet Rudolf daarop opsluiten in het Louvre en onthoofden. De koning hechtte het graafschap Guînes aan bij het kroondomein. Het gebied werd echter in 1352 door de Engelsen ingenomen en bleef onder Engelse controle tot 1558 toen hertog Frans van Guise het heroverde.

Zie ook[bewerken]