Granaat (munitie)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Granaten uit de Eerste wereldoorlog

Tot in de 19e eeuw waren granaten bolvormige projectielen van ijzer of staal, gevuld met springstof of andere strijdmiddelen en ontstoken door middel van een buis. Ze werden met de hand weggeslingerd of uit een vuurmond geschoten.

Een moderne granaat (in Frankrijk en vaak in België obus genoemd) is een type projectiel dat in verschillende vormen bestaat. Het kenmerk van een brisantgranaat is dat deze een stevige metalen wand en een hoog-explosieve lading heeft, die door een buis (ontsteker) tot detonatie wordt gebracht op het moment dat deze de meeste schade aan het doel zal toebrengen. Pantsergranaten echter hebben geen explosieve lading doch een zeer harde spits; ook zijn er dunwandige granaten (zie: Bijzondere ladingen).

Wapens[bewerken]

Wapens waarmee granaten worden afgevuurd:

Daarnaast bestaat ook een type dat met de hand wordt geworpen: de handgranaat. Deze heeft tegenwoordig de eivorm of is een cilindrische bus.

Buizen (ontstekers)[bewerken]

De buis (ontsteker) zorgt voor het detoneren van de hoofdlading of het vrijmaken van de inhoud van de granaat. De meeste buizen zijn uiterst complex van opbouw. De reden hiervoor is dat de buis met de granaat veilig getransporteerd moet kunnen worden en pas na het afvuren (en het krijgen van een rotatiesnelheid in een getrokken loop / schietbuis) plus een veilige vluchttijd geactiveerd mag worden.

De schokbuis is het meest gangbare type van ontstekingsmechanisme. Deze wordt geactiveerd op het moment van inslag. Er zijn twee instellingen mogelijk op een schokbuis namelijk superquick en delay. De eerste reageert onmiddellijk, de tweede reageert pas na zeer korte tijd. Meestal is dit zo'n 0,05 seconden. Hierdoor dringt de granaat in de grond / het gebouw voordat de explosie plaatsvindt. Reden hiervoor is dat een explosie in een ruimte een veel groter effect heeft dan een explosie tegen de wand ervan. Ook kan de granaat in een bebost gebied doordringen tot op het maaiveld in plaats van tegen het bladerdek te detoneren.

De tijdbuis wordt ingezet om een groot oppervlak te treffen. Voorbeelden hiervan zijn:

  • Gevechtsveldverlichting. De lichtgranaat maakt op een ingesteld ogenblik een fosforfakkel aan een parachute vrij.
  • Rookgranaaten om de bewegingen van eigen troepen te maskeren. Voor effectief gebruik moet de granaat de rookpotten op ca. 150 meter boven de grond uitstoten. Dit effect kan zowel met witte, of rode fosfor bereikt worden met brandstichting als bijkomend effect. Ook zijn er rookgranaten zonder fosfor die dus verminderd brandstichtend zijn.

De nabijheidsbuis die de afstand tot het doel met behulp van een kleine radar meet. Deze buis is duurder maar vereist geen verdere instellingen dan de afstand tot het object. Deze buis heeft vaak de gecombineerde instellingen van detonatie op het moment van inslag(super quick), vertraging(delay) en detonatie op 0-10 meter boven het maaiveld(Proximity).Doordat de nabijheidsbuis op de stand proximity op een afstand van 0-10 meter boven het maaiveld zal detoneren is het gebied wat bestrijkt zal worden door de scherfwerking van de granaat groter. Deze instelling zal gebruikt worden voor het uitschakelen van uitgestegen personeel en licht bepantserde voertuigen.

Bijzondere ladingen[bewerken]

Granaten kunnen naast een explosieve lading ook andere middelen bevatten:

  • Biologische stoffen gericht tegen mensen, dieren of planten (schimmels / virussen / bacteriën / toxinen).
  • Brandmiddelen om schade aan huizen of personen aan te richten (fosfor / napalm).
  • Chemicaliën om mensen / dieren / planten te doden of gevechtsonklaar te maken (gifgas).
  • Deelladingen. De granaat (clusterbom) splitst zich op in vele kleine explosieven of andere wapens. Een voorbeeld hiervan is: kleine pantserdoorborende holladingen aan parachutes tegen voertuigen en tanks.
  • Rookmiddelen om een aanval/terugtocht te maskeren.


Tijdens de Eerste Wereldoorlog zijn op het slagveld op grote schaal granaten gevuld met giftige gassen afgevuurd. In 1997 is er een wereldwijd verbod op het gebruik van dergelijke wapens ingesteld.

Het OPCW instituut van de Verenigde Naties, gevestigd in Den Haag, controleert op de wereldwijde naleving van contracten over chemische wapens.