Groeneveld (Zuid-Holland)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Groeneveld
Voormalige gemeente in Nederland Vlag van Nederland
Wapen van Groeneveld
Details
Groeneveld (Zuid-Holland)
Groeneveld
Situering
Provincie Vlag Zuid-Holland Zuid-Holland
Gemeente Midden-Delfland en Westland
Coördinaten 51° 59′ 0″ NB, 4° 16′ 0″ OL
Overig
Voormalige gemeente 1795 - 1798 en 1817 - 1855
Opgegaan in Hof van Delft
Portaal  Portaalicoon   Nederland

Groeneveld is een voormalige ambachtsheerlijkheid en later een zelfstandige gemeente in de Nederlandse provincie Zuid-Holland. Het grondgebied viel grotendeels samen met de Groeneveldse polder. Sinds 2004 ligt het gebied in de gemeenten Midden-Delfland en Westland.

Ligging en grondgebruik[bewerken | brontekst bewerken]

Het grondgebied van de voormalige gemeente Groeneveld, komt overeen met de Groeneveldse polder en wordt in het westen begrensd door de Zweth, in het oosten door de Monsterwatering en in het zuiden door de Noordlierweg en de Lierhand. Galghoek, in het zuidoosten, gelegen tussen de Woudseweg, N223, Monsterwatering, de Zijde en de Oostbuurtseweg behoorde wel tot de Groeneveldse polder, maar niet tot de gemeente Groeneveld. Het oostelijk gebied van Groeneveld is een open weidegebied. Het westelijke deel en de Galghoek is bebouwd met kassen. In het noordwesten, aan de Zweth ligt het natuurgebied de Zeven Gaten.[1]

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

De monumentale boerderij Groeneveld voor de brand uit 1979.

Het gebied, gelegen ten noorden van de Lierbedijking, was het laatste stuk wildernis dat nog ontgonnen moest worden in de twaalfde eeuw, vanuit het grafelijke hof van Delft bezien. Daarom kreeg het de naam Groeneveld. Het ontginnen werd door de heren van Wassenaar georganiseerd in ruil voor grond en al in 1203 noemt Filips van Wassenaar zich heer van Groeneveld. Zijn kleinzoon Arent liet vervolgens tussen 1250 en 1260 een ridderhofstad Groeneveld bouwen in Groeneveld nadat hij het in 1228 in leen kreeg. Met een weg was de hofstede verbonden met de Zweth en een kulk verbond het met de Monsterwatering.[2] De kulk is er nog. De eerste die zich Van Groeneveld ging noemen was de zoon van Arent, Dirk. Het geslacht stierf vier generaties later uit met het kinderloos overlijden van Jan in 1459. Jaren daarvoor, in 1393 was de ridderhofstad verwoest in opdracht van graaf Albrecht van Beieren gedurende de Hoekse en Kabeljauwse twisten. Het kasteel werd weer opgebouwd, maar opnieuw verwoest in 1420. Op die plaats kwam een boerderij en een rechthuis, omdat Groeneveld een eigen ambachtsheerlijkheid was. De oude boerderij ging verloren bij een brand in 1979.[3]

Groeneveld was tot 1795 een ambachtsheerlijkheid of lage heerlijkheid met een omvang van 300 morgen. In de tijd van de Bataafse Republiek werd het eerst een municipaliteit (1795-1798) en daarna, samen met Hoog- en Woud-Harnasch, een gemeente (1798-1811). In 1812 ging de gemeente Hoog- en Woud-Harnasch met Groeneveld op in de nieuwe gemeente 't Woudt. Groeneveld werd in 1818 een zelfstandige gemeente. Zij werd opgeheven in 1855. Het grondgebied werd toegevoegd aan de gemeente Hof van Delft. Sinds 2004 behoort het westen van het gebied bij de gemeente Westland en het oosten bij Midden-Delfland.

Eigenaren[bewerken | brontekst bewerken]

Vanaf het begin van de 14de eeuw waren de heren van Groeneveld, uit het geslacht Van Wassenaer, eigenaar van het gebied. Sindsdien draagt het hun naam. Zij bewoonden een kasteeltje, dat in 1429 is verwoest. In de 18de eeuw stond in deze heerlijkheid nog de buitenplaats Hofzicht. De Groeneveldse molen is gebouwd in 1719.

Eigenaar Periode Wijze van verwerving
Maria van Utrecht ? - 1624
Jan Roo van Utrecht 1575 - ? Erfde heerlijkheid van zijn broer, Jacob van Utrecht
Reinier van Oldenbarnevelt 1592 - 1623 Erfde heerlijkheid van oudoom Jan Roo van Utrecht
Staten van Holland 1623 - 1624 De Staten confisqueerden de heerlijkheid Groeneveld na het complot tegen prins Maurits van Oranje
Jan van Oldenbarnevelt 1624 - 1633 Johan wordt weer in het bezit van de heerlijkheid gesteld na de onthoofding van Reinier.
Jacob van Oldenbarnevelt 1633 - 1649 Erf
Adriana Catharina van Naaldwijk (gedeeltelijk eigenaar) 1649 - 1651 Erfde heerlijkheid via grootmoeder Anna Weytsen
Anna Maria van Naaldwijk (gedeeltelijk eigenaar) 1649 - 1651 Erfde heerlijkheid via grootmoeder Anna Weytsen
Reinier van Naaldwijk (gedeeltelijk eigenaar) 1649 - 1651 Erfde heerlijkheid via grootmoeder Anna Weytsen
Johan van Naaldwijk 1649 - ? Erfde heerlijkheid via grootmoeder Anna Weytsen
Philips Doubleth 1651 - 1675 Gekocht van de kinderen van Francoise van Oldenbarnevelt en Adriaan van Naaldwijk
François Doubleth 1675 - 1689 Erfde heerlijkheid van vader
François Doubleth 1689 - 1726 Erfde heerlijkheid van vader
François Doubleth 1726 - 1764 Erf

Galerij[bewerken | brontekst bewerken]

Bron[bewerken | brontekst bewerken]