Grofplaatrussula

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Grofplaatrussula
Grofplaatrussula (Russula nigricans)
Taxonomische indeling
Rijk:Fungi (Schimmels)
Stam:Basidiomycota
Klasse:Agaricomycetes
Onderklasse:Agaricomycetidae
Orde:Russulales
Familie:Russulaceae
Geslacht:Russula
Soort
Russula nigricans
(Bull.) Fr. (1838)
Verspreiding van de grofplaatrussula in Europa
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Grofplaatrussula op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De grofplaatrussula (Russula nigricans) is een algemeen voorkomende paddenstoel uit de familie Russulaceae. De paddenstoel heeft als alle russula's een broze structuur doordat deze is opgebouwd uit draadvormige hyfen en groepjes ronde cellen.

Eigenschappen[bewerken | brontekst bewerken]

De grofplaatrussula heeft een hoed die eerst wit is, later grijsachtig en daarna zwartig. De lamellen zijn dik en staan zeer ver uiteen. De steel is vrij lang. Het vlees is hard.

Voorkomen[bewerken | brontekst bewerken]

De periode van fructificatie is juli tot en met oktober. Deze russula leeft zoals alle russula's in symbiose met bomen. De zwam is niet kieskeurig en vormt mycorrhiza met eik, beuk, haagbeuk, berk, spar en zilverspar.

Naam[bewerken | brontekst bewerken]

De Latijnse bijnaam (epitheton) 'nigricāns' betekent 'zwart wordend'; dit omdat de paddenstoel zwart verkleurt. De Nederlandse naam verwijst naar de zeer grove lamelstructuur, een onderscheidend kenmerk voor deze soort.

Toepassingen[bewerken | brontekst bewerken]

De grofplaatrussula is zeer jong eetbaar, maar weinig smakelijk.