Grootneerlandisme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Groot-Nederland)
Ga naar: navigatie, zoeken
Locatie van Groot-Nederland binnen Europa en de EU. In deze versie is Brussel onderdeel van Groot-Nederland

Grootneerlandisme is het staatkundige streven om Vlaanderen en Nederland te verenigen in een unitaire, federale of confederale Nederlandstalige staat. Mogelijke benamingen hiervoor zouden zijn "Groot-Nederland" of "Dietsland") dit land zou dan een oppervlakte 55.065 vierkante kilometer hebben.

In de literatuur heet dit streven ook wel de Groot-Nederlandse gedachte. Onder die naam kwam dit streven voor het eerst naar voren in de jaren 1920. Het idee zelf bestaat echter al van voor de tijd van het Bilateraal plan ter verdeling van de Zuidelijke Nederlanden.

Er bestaat een begripsverwarring met de term Heel-Nederland (ook wel Bourgondicisme genoemd), waarbij de hereniging van België, Frans-Vlaanderen ("Zuid-Vlaanderen"), Nederland en Luxemburg beoogd wordt, zoals ongeveer in de tijd van de Zeventien Provinciën. Anders dan Groot-Nederland is dit een meertalige staatkundige grootheid. De Benelux heeft tussen 1950 en 1990 vorm gegeven aan deze gedachte die nu is overvleugeld door Europa.

Daarbij moet echter opgemerkt worden dat het huidige Nederland ook een meertalige staat is: in Friesland wordt immers Fries gesproken, op Bonaire Papiamento en op Sint-Eustatius, Sint Maarten en Saba Engels, wat tevens de officiële tweede taal is van de gemeente Amsterdam.[1][2]

Pleitbezorgers[bewerken]

Een groot pleitbezorger en autoriteit op dit gebied was de sociaaldemocratische historicus Pieter Geijl (1887-1966), met als grondlegging de essays De Groot-Nederlandsche gedachte I (1925) en II (1930) voor zijn visie. Daarna poogde Geijl in zijn vierdelige werk Geschiedenis van de Nederlandsche Stam (1930-1959, 1961-1962) een historische lijn in de samenhang van het Nederlands taalgebied te schetsen (tot 1798).[3] Ook heeft hij - vóór de Tweede Wereldoorlog - zich actief ingezet om zijn ideaal ingang te doen vinden: een hereniging van het Nederlands taalgebied zou bij de Nederlandse volksaard passen.

In 2005 vatte jurist en CDA-politicus Andries Postma[4] de argumenten hiervoor nog eens samen:

Aanhangers en aanhang[bewerken]

Kaart Nederland-Vlaanderen

De Groot-Nederlandse beweging ontstond aan het einde van de 19de eeuw. In België kwam de Nederlandstalige burgerij steeds meer in het geweer tegen de bevoorrechte positie van het Frans en de dienovereenkomstige achterstelling van het Nederlands door de overheid en in het openbare leven. De wens om de verbroken band tussen de Nederlandssprekenden te herstellen en de positie van het Nederlands in België te verbeteren leidde tot de oprichting van het Algemeen-Nederlands Verbond in 1895.

De Eerste Wereldoorlog verscherpte de tegenstellingen tussen Franstaligen en Nederlandstaligen in België. Zo leidde de 'Flamenpolitik' van de Duitse bezetter, die onder andere de bestuurlijke scheiding tussen een Nederlands- en een Franstalig deel van België inhield, tot een anti-Belgische reactie in de Vlaamse Beweging. Die anti-Belgische reactie werd nog gevoed door het aankaarten van soms overdreven misstanden in het Belgische leger, die bij de Vlaamse soldaten aan het front minder dan vaak voorgesteld een taalvraagstuk was. Niettemin versterkte de houding tegenover de Vlaamse soldaten de wens tot afscheiding van België en aansluiting bij Nederland.[5]

Het Algemeen-Nederlands Verbond kon aan het einde van de Eerste Wereldoorlog rekenen op een aanzienlijke aanhang in zowel Nederland als België, onder meer onder studenten. Onenigheid over de radicale koers van de Vlaamse Beweging leidde echter tot een afscheuring van de radicale studentenafdelingen in het Diets Studenten Verbond. Tijdens het interbellum was de Groot-Nederlandse gedachte ook populair in Nederland, zonder verbonden te worden met het opkomend nationaal fascisme.

Een deel van de Groot Nederlanders keerde zich tegen de Walen die niet tot de Dietse gemeenschap zouden behoren. Een herstel van het Vereenigd Koninkrijk der Nederlanden binnen de grenzen van 1815-1830 zou niet Groot Nederlands maar "Bourgondisch" zijn.

Zuid-Afrika behoorde wèl tot die Dietsche gemeenschap. De gezamenlijke taal was het verbindend element waar gezamenlijke godsdienst en gezamenlijke geschiedenis, deze was immers lange tijd onderbroken, ontbraken.[6] Het Grootneerlandisme, dat in Vlaanderen en in Nederland enige aanhang geniet, wordt door sommigen in verband gebracht met het fascisme van het interbellum en de collaboratie tijdens de oorlog. In de jaren 30 was in Rotterdam al de Stichting Noord-Nederland-Vlaanderen opgericht. Deze stichting zou zo'n duizend leden gaan tellen.

De Tweede Wereldoorlog bracht niet alleen België maar ook Nederland onder Duitse bezetting. Even werd er gehoopt dat de Duitsers een Groot-Nederlandse staat zouden toestaan. De bezetter, en met name de SS, zag echter niets in dit idee; men wenste een Groot-Duits ofwel Groot-Germaans Rijk waarin de verschillen tussen Duitse en Nederlandse bevolkingsgroepen zouden moeten gaan verdwijnen en het Duits als de gezamenlijke standaardtaal zou moeten gaan worden. Na verloop van tijd werd alle Groot-Nederlandse propaganda verboden, en sommige groepen als Nederland Eén! gingen in het verzet tegen de nazi's. Vooraanstaande Groot-Nederlanders kwamen zelfs in een gevangenkamp terecht, zoals de liberale en principieel democratische Nederlandse professor Pieter Geyl en enkele Nederlandse leden van Verdinaso.

Na de oorlog werden nuances niet meer aanvaard en kreeg de Groot-Nederlandse gedachte het stigma van fascisme en collaboratie opgeplakt. Vele Vlaamse kopstukken van de Groot-Nederlandse gedachte voor 1940 hadden namelijk verregaand gecollaboreerd met de Duitsers, met name in het VNV, en hadden ook contacten onderhouden met de NSB. Zij werden berecht en een aantal zwaar gestraft. De NSB had op haar beurt de term 'Diets' gemonopoliseerd en de prinsenvlag misbruikt voor haar eigen politiek. Het misbruik voor persoonlijke en sectarische doeleinden had de Groot-Nederlandse gedachte in een kwaad daglicht gebracht in beide Benelux-staten.

Enkele decennia na de oorlog kwamen er in de politiek langzaamaan toch mensen die de gedachte opnieuw voorstelden. Eerst waren dit alleen radicale partijen, maar ook bij de gematigde partijen kreeg (en krijgt) het idee geleidelijk meer aandacht. Zij houden echter afstand omdat zij niet vereenzelvigd willen worden met rechtse extremisten die de gedachte uitdragen.

Het lijkt erop dat het idee in recente tijd nieuw leven kreeg ingeblazen. Misschien dat het oorlogstrauma omtrent de Groot-Nederlandse gedachte is uitgewerkt. In ieder geval blijkt uit verschillende opinie-onderzoeken dat een derde tot 50% van de Vlaming wel iets ziet zitten in de vorming van eerst een onafhankelijk Vlaanderen en naderhand een verdere samenwerking met Nederland, en dat van de Nederlanders twee derde dit ziet zitten. Hierin komt men overigens ook tegemoet aan de Europese gedachte die sociaal-economische verbanden over de staatsgrenzen heen wil bevorderen, maar zich daarbij niet in de traditie van een Groot-Nederlandse gedachte voelt staan.

In de politiek[bewerken]

In de naoorlogse politiek hebben personen van diverse (politieke) stromingen zich eens of meermaals positief over dit idee uitgesproken. Deze zijn onder andere:

in het verleden, en in het heden:

Op 12 mei 2008 liet Geert Wilders (PVV) in De Telegraaf weten dat hij een fusie van Nederland en Vlaanderen wel ziet zitten. Als voordelen noemt hij de haven van Antwerpen, het goede schoolsysteem in Vlaanderen, een extra luchthaven, verbeterende werkgelegenheid en lagere belastingen. Wilders stelt dan ook voor, als navolging van eerdere peilingen, referenda te houden in zowel Nederland als Vlaanderen over de fusie. Hij is niet van plan zo'n fusie aan de Vlamingen op te leggen, maar zegt dat Balkenende over dit onderwerp met zijn Vlaamse collega's moet gaan praten.[8] Balkenende reageerde hierop door te zeggen dat het "lot van België niet aan ons is".[9] Vanuit belgicistische hoek reageerde Luc Van der Kelen met de woorden dat hij blij was dat de Vlamingen welkom zijn, maar een fusie niet ziet zitten.[10] Het Vlaams Belang zei het pleidooi van Wilders te steunen, hoewel een onafhankelijk Vlaanderen de hoogste prioriteit heeft, zien ze de Federatie der Nederlanden als een logisch en wenselijk vervolg hiervan.[11] Yves Leterme reageerde op 13 juni 2008 in de Volkskrant met de woorden dat een fusie tussen België en Nederland 'sciencefiction' is en dat Wilders te simplistisch denkt over de Belgische crisis. Leterme sprak wel zijn steun uit voor een verdere samenwerking in Benelux-verband, ook wilde hij een nauwere samenwerking met Noordrijn-Westfalen.[12] Op 7 juli kwam Wilders, samen met Martin Bosma, in de NRC met een vervolgstuk waarin hij duidelijk maakt dat er nu moet worden gehandeld omdat "het met de kunstmatige staat aan onze zuidgrens snel is gedaan." Wederom laat hij de gezamenlijke geschiedenis terugkomen en maakt hij duidelijk dat hij het volk wil raadplegen voordat er werkelijk stappen worden ondernomen. Aan het einde zegt Wilders: "Nederland moet de Vlaamse Leeuw aan de borst drukken. En zeggen: welkom thuis, we zijn je nooit vergeten."[13]

Onderzoeken naar ondersteuning van de Groot-Nederlandse gedachte[bewerken]

Het Algemeen-Nederlands Verbond en het opgeheven Algemeen-Nederlands Congres bundelden velen aan beide kanten van de grens en 'in de diaspora' die een op taal en cultuur gebaseerde Groot-Nederlandse gedachte aanhangen. Ook in de Marnixring, de Orde van den Prince en onder de abonnees van Ons Erfdeel en Septentrion vindt men veel Groot-Nederlanders terug. Grensoverschrijdend gemeente-overlegorgaan Benego bepleit op praktische gronden een Groot-Nederland.

Volgens een in het verleden door het Nederlandse dagblad De Telegraaf gehouden peiling onder 3500 lezers was een kwart van hen vóór het samengaan van Vlaanderen en Nederland. In Vlaanderen is de aanhang van het idee onduidelijker. Bij een onderzoek van Jaak Billiet van de Katholieke Universiteit Leuven uit 1999, bleek 1 à 2% van de Vlamingen gewonnen voor dit idee. Bij niet-representatieve opiniepeilingen op het internet lopen de resultaten uiteen: van 2% tot 51%. De tendens tussen 1999 en 2007 was wel stijgend.

Het ANP meldde op 21 augustus 2007 dat uit onderzoek van TNS NIPO[14] (in opdracht van RTL Nieuws) blijkt dat ruim 85 procent van de Nederlanders een intensievere samenwerking met Vlaanderen wel ziet zitten. Sterker nog, bijna twee op de drie Nederlanders zijn vóór een samenvoeging van de twee gebieden. Meer dan 60 procent van de Nederlanders denkt dat beide landen dan beter worden van een fusie. Verder blijkt dat één op de vijf Nederlanders vindt dat de Oranjes het koningschap in de nieuwe staat op zich moeten nemen, 16 procent vindt dat beide koningshuizen moeten worden afgeschaft en 17 procent vindt dat beide gebieden hun koningshuizen moeten behouden. Wel denkt 83 procent van de ondervraagden dat België desondanks toch zelfstandig zal blijven voortbestaan, tegenover 14 procent die denkt dat België zich zal splitsen. Een kwart van de Nederlanders steunt nietttemin de gedachte dat Vlaanderen en Wallonië van elkaar moeten scheiden. Als reactie hierop voerden zowel VRT als de Vlaamse krant Het Laatste Nieuws een internetpeiling uit in Vlaanderen. Beide tonen een uiteenlopend resultaat: VRT laat 36% optekenen, Het Laatste Nieuws 50,9% met 12,7% die die optie wil op langere termijn. Een echt duidelijk patroon tekent zich dus niet af in de peilingen.

Brussel[bewerken]

Het sterk verfranste Brussel wordt niet altijd meegenomen in het geografisch concept van Groot-Nederland. Hierdoor zou Brussel immers een enclave in Groot-Nederland vormen en omdat het geografisch in Vlaanderen ligt en niet tot Wallonië behoort. Volgens de een moet Brussel toch bij Groot-Nederland horen gezien zijn geschiedenis als van oorspong Nederlandstalige stad en/of omdat het de officiële hoofdstad van Vlaanderen (voor zowel het Vlaams Gewest als de Vlaamse Gemeenschap) is. Anderen vinden dat het vanwege zijn dominant geworden Franstaligheid bij Wallonië hoort en weer anderen zien Brussel liever als een soeverein, onafhankelijk Europees Hoofdstedelijk District wat de Europese hoofdstad vormt onder leiding van de Europese Unie, vergelijkbaar met Washington D.C. en het Australisch Hoofdstedelijk Territorium.[15][16]

Heel-Nederland[bewerken]

In de Vlaamse Beweging, bij de Vlaams-nationalisten, wordt de term Heel-Nederland gebruikt waar het volgens de definiëring in dit artikel Groot-Nederland zou moeten zijn. De schijnbare begripsverwarring heeft te maken met de perceptie van een volksnationalistische wereldbeschouwer: de Nederlandse natie zou zich definiëren als de volkseenheid die het Nederlands als taal hanteert. Daaruit volgt dat Nederland, Vlaanderen en ook Zuid- of Frans-Vlaanderen een organische eenheid vormen op grond van het Nederlandse volk dat daar al eeuwenlang verblijft. Hierachter gaat de gedachte schuil die de staatsvorming in Europa heeft bepaald: een staat berust op (de wil van) een volk.

Zie ook de opmerking over deze begripsverwarring bij Heel-Nederland.

Andere namen voor Groot-Nederland[bewerken]

Behalve Groot-Nederland (gepropageerd door Pieter Geyl) en Heel-Nederland (gepropageerd door bovenstaande Vlaams-nationalisten (onder andere Jan Derk Domela Nieuwenhuis Nyegaard), bestaan er nog andere namen voor de staat die Vlaanderen en Nederland zou moeten verenigen. Dietsland wordt ook vaak gebruikt. Dit slaat terug op het begrip Diets. Omdat deze benaming besmet is geraakt vanwege de collaboratiebewegingen in de Tweede Wereldoorlog (zie boven), wordt deze door velen ongeschikt bevonden. De Nederlanden of De Verenigde Nederlanden worden ook vaak genoemd, evenals De (Republiek der) Verenigde (of Herenigde) Provinciën.

Orangisme[bewerken]

De vlag leidt vaak tot verwarring met het begrip orangisme in Belgische zin. Veel orangisten zijn Groot-Nederlanders en vice versa, zeker sinds 1980. Orangisme is gericht op het Huis van Oranje-Nassau, grootneerlandisme echter op de meer staatkundige en culturele problematiek. Niettemin zijn de scheidslijnen in Vlaanderen vrij dun geworden, wegens de (vermeende) Fransgezindheid van de Belgische monarchie.

Een Groot-Nederlander kan streven naar een monarchie of Dubbelmonarchie, de terugkeer van het stadhouderschap, een republiek, een unie, een eenheidsstaat, een federatie of een confederatie. Dat alles kan natuurlijk desgewenst ook binnen de Benelux of de Europese Unie.

Vlag[bewerken]

Vaak gebruiken Groot-Nederlandse kringen de Prinsenvlag (oranje-blanje-bleu) als vlag, maar er zijn alternatieven.

Grootneerlandisten voeren meestal de Prinsenvlag, die voor het eerst in de Tachtigjarige Oorlog gebruikt werd door de aanhangers van Willem van Oranje, die de leider van de Opstand werd. Deze Geuzen waren vooral in Vlaanderen en later in Zeeand en Holland actief. De Pacificatie van Gent bepaalde in 1579 het grondgebied waar de Prinsenvlag symbool kon worden, maar door de invasie van en bezetting door Spaanse troepen moesten de dragers van de vlag zich georgrafisch terugtrekken in de gebieden die de Unie van Utrecht tekenden, het verbond tussen de Noordelijke Nederlanden en verscheidene Vlaamse en Brabantse steden. De latere Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden stelde de Prinsenvlag in als officiële vlag te land en ter zee. Daarom heeft de vlag historische waarde voor Grootneerlandisten.

De oranje-blanje-bleuvlag is tijdens de 17e en 18e eeuw geleidelijk vervangen door de huidige rood-wit-blauwe vlag, die uiteindelijk tijdens de Bataafse Republiek werd vastgelegd. Sindsdien is de Prinsenvlag ook gebruikt door orangisten, omdat de oranje kleur de verbondenheid met het huis Oranje-Nassau bleef benadrukken, hetgeen geleid heeft tot begripsverwarring met grootneerlandisme: orangisme en grootneerlandisme gaan niet noodzakelijk hand in hand. Na de afscheiding van België bleven delen van de Franstalige burgerij, ook in Vlaanderen en daar vooral in Gent, orangist. Zij steunden zijn economische politiek, niet zijn taalpolitiek.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Talen in Nederland, Rijksoverheid
  2. Amsterdam voert Engels als officiële tweede taal in
  3. Encarta-encyclopedie Winkler Prins (1993-2002) s.v. Geyl, Pieter Catharinus Arie. Microsoft Corporation/Het Spectrum.
  4. Nederland en Vlaanderen passen bij elkaar, door professor Andries Postma, op Verenigde Nederlanden [1] geraadpleegd op 23 maart 2008
  5. Zie De Schaepdrijver, Sophie; De Groote Oorlog', p. 103-173 en 255-289, Atlas, Antwerpen-Amsterdam 1999 (vierde druk).
  6. Briefwisseling Gerretson-Geyl Deel III Blz. 115
  7. Sven Gatz (VLD) en Bert Bakker (D66) willen volwassen discussie over Nederlandse Taalunie (NTU) Geraadpleegd op 12 mei 2008
  8. Fusie met Vlaamse deelstaat geraadpleegd op 12 mei 2008
  9. 'Balkenende: Lot België is niet aan ons', De Telegraaf, 13 mei 2008. geraadpleegd op 13 mei 2008
  10. 'Vlamingen hebben Wilders' toenadering niet nodig', PZC, 13 mei 2008.
  11. 'Vlaams Belang steunt Geert Wilders' pleidooi voor een Groot Nederland', De Morgen, 13 mei 2008. geraadpleegd op 13 mei 2008
  12. 'Yves Leterme: fusie met Nederland ‘science fiction’', De Volkskrant, 13 juni 2008. geraadpleegd op 13 juni 2008
  13. 'Nederland en Vlaanderen horen bij elkaar', NRC Handelsblad, 7 juli 2008. geraadpleegd op 13 juli 2008
  14. Meerderheid Nederlanders ziet samenvoeging Nederland en Vlaanderen wel zitten, TNS NIPO/ RTL Nieuws geraadpleegd op 23 maart 2008
  15. (en) McKinsey CEO Calls for End of Belgium, Resigns The Brussels Journal
  16. (en) Crisis in Belgium: If Flanders Secedes Wallonia Disintegrates The Brussels Journal