Groot Vleeshuis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Het Groot Vleeshuis

Het Groot Vleeshuis in Gent is een voormalige overdekte markt en gildehuis. De verkoop van vlees werd in de middeleeuwen in vleeshallen of vleeshuizen gecentraliseerd om de verkoop van vlees te controleren. De thuisverkoop van vlees was verboden. Elke middeleeuwse stad had een of meer vleeshuizen.

In Gent had men in de late middeleeuwen een Groot Vleeshuis aan de Vismarkt (nu Groentenmarkt) en een Klein Vleeshuis nabij de Brabantpoort. Het Klein Vleeshuis bestond vermoedelijk reeds in de 14e eeuw. Het Groot Vleeshuis was meer centraal gelegen en reeds genoemd in de stadsrekeningen van het jaar 1332-1333. Toen moet het echter reeds vele jaren bestaan hebben want een eerste vermelding van het vleeshuis zou dateren uit 1251.

Het oudste vleeshuis was niet te vergelijken met het huidige gebouw. Het was een houten huis dat heel wat kleiner was en niet tot aan de Vleeshuisbrug reikte. Tussen deze brug en het oudste Vleeshuis was er een aanlegplaats om de vis vanaf de Leie naar de Vismarkt te kunnen lossen. De Groentenmarkt was tot 1690 de centrale visaanvoerplaats van Gent. Rond 1400 was dat houten vleeshuis sterk vervallen. De vleeshouwers lieten vanaf 1407 een nieuw gebouw optrekken dat groot genoeg was om aan elk lid van het grote ambacht een eigen vleesbank te verpachten. Tussen 1446 en 1448 werd in de zuidwestelijke hoek een kapel met vergaderzaal ingebouwd waarin nog een muurschildering bewaard is gebleven. Om de visaanvoer te kunnen blijven garanderen werden er onder het vleeshuis vier kanalen gemetseld. De platte visschuiten konden zoals voorheen vanuit de Leie rechtstreeks de Vismarkt bereiken. De gewelven van deze doorsteken zijn aan de zijde van de Leie nog goed zichtbaar.

In 1543 werden zestien penshuisjes aangebouwd. In deze winkeltjes werden ingewanden, darmvet en andere resten van slachtdieren naast pluimvee verkocht, wat niet toegelaten was in het vleeshuis. Het Groot Vleeshuis kwam op het eind van de 19e eeuw leeg te staan door de bouw van een nieuw vleeshuis naast de Vismijn aan het Sint-Veerleplein. Vanaf het einde van de 19e eeuw mocht het vlees ook thuis worden verkocht. Met het oog op de wereldtentoonstelling van 1913 besloot men het Groot Vleeshuis en de pensjeshuisjes te restaureren in de toestand van vóór 1744 naar plannen van architect Van Hamme. Het Groot Vleeshuis kreeg diverse nieuwe bestemmingen waaronder een markt voor fruit en groenten, Post en Telegraafkantoor, parkeergarage en gedeeltelijke vishandel. Het unieke hallengebouw werd in 1943 beschermd als monument en eind de jaren 90 aan een algemene restauratie onderworpen. Het gebouw wordt nu gebruikt als promotiecentrum voor Oost-Vlaamse streekproducten.

Externe link[bewerken]