Grote Groene Muur (Afrika)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een groene buffer in de Sahel

In Afrika is in 2009 besloten om in de regio van de Sahel en de Sahara een grote groene muur aan te leggen: een lange strook bomen van 15 kilometer breed en bijna 8.000 kilometer lang, die loopt van het westen naar het oosten van het continent. Tot op heden (mei 2021) werden 20 miljoen hectare land hersteld.

De muur moet onder meer klimaatverandering en uitbreiding van de woestijn tegengaan. Hij zou het landschap transformeren naar een groener gebied en de levensomstandigheden van veel mensen verbeteren. Maar ondertussen is gebleken dat zo’n muur van bomen toch niet zo effectief is.[bron?] Een verzameling van realistische kleinere projecten moet nu de lokale bevolking en de natuur helpen.

De Afrikaanse Grote Groene Muur (AGGM) is een bomenmuur die loopt van Senegal, een land in het uiterste westen van Afrika, tot helemaal in het oosten van het continent, Djibouti. Het project van de Afrikaanse Unie ging in september 2011 van start. De muur moet de oplossing bieden tegen de oprukkende Sahara, droogte en landdegradatie. De woestijn breidt zich snel uit en dat heeft een negatief effect op de mensen in deze regio, mensen die ook nog eens tot de armsten van de wereld behoren. Verwoestijning wordt veroorzaakt door de invloed van de mens op het kwetsbare ecosysteem, door ontbossing en klimaatverandering.

In een land als Senegal heeft overbegrazing een negatieve invloed op het land. Er leven vooral nomadische herders, en door de dieren te veel te laten grazen kon het land zich niet snel genoeg meer herstellen. Leiders van 13 Afrikaanse landen hebben zich geëngageerd om de negatieve sociale, economische en ecologische effecten tegen te gaan met het AGGM-initiatief. Zo hebben Algerije, Burkina Faso, Tsjaad, Djibouti, Egypte, Ethiopië, Gambia, Mali, Mauritanië, Niger, Nigeria, Senegal en Soedan zich allemaal geëngageerd.

In Senegal werden al miljoenen bomen aangeplant en het gebeurde op een efficiënte manier. Rond de bomen werden de eerste zes jaar hekken geplaatst, zodat de wortels konden groeien tot aan het grondwater en de bomen zo hoog konden worden dat dieren niet meer bij de bladeren kunnen. De bomenmuur had ook al effect, want onder andere de temperaturen werden minder extreem in de regio. En bodemerosie veroorzaakt door de wind kwam minder voor, volgens plaatselijke wetenschappers.[bron?]

De Sahel en de Sahara zijn regio’s waar amper neerslag valt. Dat de bomen in deze omstandigheden overleven, is niet zo vanzelfsprekend. Daarnaast hebben in sommige regio’s politieke instabiliteit en terreur een erg negatieve impact.

Om deze redenen is de aanpak veranderd en is men afgestapt van een "eenvoudige" rij bomen. De Afrikaanse Grote Groene Muur is ondertussen geëvolueerd tot een verzameling van allerlei kleinere projecten die veel meer aansluiten bij de noden en werkwijzen van de lokale boeren. Duizenden initiatieven moeten de lokale bevolking helpen en de natuur verbeteren. Het zijn projecten waarbij bijvoorbeeld waterreservoirs voor het vee geïnstalleerd worden of waar aan kleinschalige irrigatie wordt gedaan. Op deze manier worden duurzaamheid, inspraak van de lokale bevolking en klimaatverbetering met elkaar verbonden.

De 11 betrokken Sahellanden, samen met de VN, willen dat dit ‘wonder in wording’ tegen 2030 klaar is. Dat betekent dat per jaar 8,2 miljoen hectare land hersteld moet worden aan een totaalkost van mogelijk 4,3 miljard dollar.