Grote Raad van Mechelen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De Grote Raad der Nederlanden te Mechelen was vanaf de vijftiende eeuw het hoogste rechtscollege in de Nederlanden. In het Frans sprak men van le grand conseil des Pays-Bas à Malines, in het Duits van der Grosse Rat der Niederlände zu Mecheln. De Raad was inderdaad bevoegd voor Nederlandstalige, Franstalige en Duitstalige gebieden. In het Luxemburgs zegt men nog altijd "mir ginn op Mechelen" (wij gaan naar Mechelen) als men zijn laatste troef wil uitspelen. De Grote Raad zetelde eerst in het Schepenhuis van Mechelen en vanaf 1616 in het Hof van Savoye aan de Keizerstraat.

Ontstaan en ontwikkeling[bewerken]

Het schepenhuis te Mechelen, zetel van het parlement tussen 1473 en 1477 en van de Grote Raad tussen 1504 en 1609
Het Hof van Savoye te Mechelen, zetel van de Grote Raad tussen 1609 en 1792

In de middeleeuwen lieten vorsten zich bijstaan door raadgevers, die samen met de vorst de hofraad (ook consilium of curia genoemd) vormden. Binnen de hofraad van de Bourgondische hertogen ging zich vanaf het midden van de 15e eeuw een aparte groep specialiseren in de rechtspraak uit naam van de vorst.

De Hofraad reisde aanvankelijk mee met de hertog. In 1473 liet Karel de Stoute voor het eerst zijn gerechtelijke raad achter in Mechelen; dit besliste hij in het Edict van Thionville. De vast residerende hofraad kreeg de benaming Parlement van Mechelen. Zij was bevoegd als hoogste rechtbank en als (politieke) Rekenkamer. Na zijn dood in 1477 schafte zijn dochter Maria van Bourgondië het parlement af, ter gelegenheid van het Groot Privilege. De hofraad werd terug een reizende instelling, ten behoeve van de hertogin.[1]

De slinger ging telkens heen en weer tussen de centralisatiedrang van de vorsten en het particularisme van de Staten. Ook de Franse koning zag een parlement in Mechelen, als tegenhanger van het Parlement van Parijs, niet zitten. Niettemin liet Filips de Schone de Grote Raad vanaf 1504 opnieuw permanent in Mechelen verblijven, maar zonder er nog de naam parlement aan te verbinden. De Grote Raad was enkel nog een rechtbank, geen politieke instelling meer.

In de zestiende eeuw groeide de territoriale bevoegdheid van de Grote Raad van Mechelen. Door de vestiging van het gezag van keizer Karel V over Doornik en het Doornikse, Utrecht, Friesland, Overijssel en Gelre omvatte het gebied nu het geheel van de zeventien Provinciën.

Daarna verloor de Raad alleen maar terrein. Na de Tachtigjarige Oorlog werden de Verenigde Provinciën onafhankelijk. In de Noordelijke Nederlanden werd de rechterlijke macht weer overgenomen door de provinciale raden en door de Hoge Raad van Holland, Zeeland en West-Friesland (1582). De Grote Raad van Mechelen behield alleen een rol in de overblijvende Zuidelijke Nederlanden, waarvan Frankrijk dan weer de meest zuidelijke provincie Artesië en delen van Vlaanderen, Henegouwen en Luxemburg annexeerde.

Een aantal provinciale raden verklaarden zich soeverein: in het begin van de 16e eeuw deden de raden van Brabant en Henegouwen dat al; op het einde (1782) ook nog de justitieraden van Luxemburg en Doornik. Zo bleven alleen nog Vlaanderen, Mechelen, Namen en Opper-Gelre over.

De Grote Raad ging ten onder bij de Franse Revolutie. Bij de eerste Franse inval in 1792 week de Raad uit naar Roermond, waar hij nog kon waken over het laatste niet bezette gebiedsdeel, de twaalf overblijvende gemeenten van Oostenrijks Gelre. Bij de tweede Franse inval in 1794 vertrok een deel van de raadsleden naar Regensburg en Augsburg, in keizerlijk gebied; een ander deel koos voor het nieuwe regime en ging in de nieuwe gerechtelijke instellingen zetelen.

Samenstelling[bewerken]

De samenstelling van de Grote Raad bleef al die tijd opmerkelijk stabiel. Men treft één voorzitter of president aan, vijftien of zestien raadsheren, één procureur-generaal, één substituut-procureur-generaal, één advocaat-fiscaal, een tiental bezoldigde secretarissen, twee of drie griffiers, advocaten en ten slotte ook deurwaarders.

Alle raadsleden werden benoemd door de vorst uit een kandidatenlijst van de Raad zelf. Zij moesten licentiaat of doctor in de rechten zijn van een van de universiteiten van de vorstelijke landen. Bij de in het rood geklede raadsheren waren er traditioneel een viertal geestelijken, later verminderd tot twee.

Onder meer de volgende personen zijn lid geweest van de Grote Raad van Mechelen:

Luisterrijke woningen in Mechelen herinneren nog aan hun verblijf, zoals het Hof van Busleyden, het Hof van Palermo en het Hof van Prant.

Bevoegdheden[bewerken]

Willem van Overbeke (Guillaume d'Overbeke) 1474–1529, secretaris van de Grote Raad van Mechelen.

De competentie van de Grote Raad kon sterk verschillen van periode tot periode en van provincie tot provincie. In de kleine heerlijkheid Mechelen oefende hij nagenoeg alle wetgevende en rechterlijke macht uit.

Hij was ook rechtbank in eerste en laatste aanleg voor personen en instellingen die onder de vorstelijke bescherming vielen. Leden van de hofhouding, ridders van het Gulden Vlies, en iedereen die door zijn titel of functie het privilegium fori had, kon enkel en alleen voor de Grote Raad gedaagd worden.

Voor het overige fungeerde de Raad als hof van beroep of hooggerechtshof ten overstaan van alle vonnissen van provinciale justitieraden en andere, lagere, rechtbanken in de XVII Provinciën (of wat daar later van overbleef). Hij oordeelde over zaken als privileges, mandementen, benoemingsbrieven, kapersbrieven, schenkingen van ambten en goederen, beden en andere belastingen, bezitsvorderingen, bevoegdheidsconflicten tussen verschillende besturen, vaak ook grensconflicten. Zaken van familierecht en erfrecht daarentegen behoorden veelal tot de bevoegdheid van de kerkelijke rechtbanken.

Archivalia over de Grote Raad van Mechelen bevinden zich met name in het Algemeen Rijksarchief te Brussel en de Archives Départementales du Nord te Rijsel. Door de rechtspraak over vele streken en over zaken van allerlei aard gedurende drie eeuwen neemt de Grote Raad een belangrijke plaats in de rechtsgeschiedenis van Nederland en België.

Zie ook[bewerken]