Naar inhoud springen

Grote rivieren van Nederland

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
NASA World Wind foto van Nederland vanaf de Noordzee richting het oosten

Met de grote rivieren bedoelt men de Maas en de Rijn die, van oost naar west, door centraal Nederland naar de Noordzee stromen.

Daarbij splitst de Rijn zich aan de oostgrens in een noordelijke tak, de Nederrijn - later de Lek, en een zuidelijke tak, de Waal - later de Merwede. Het gemiddelde debiet van de Waal bedraagt zo'n 1500 m3/s, dat van de Lek 429 m3/s, en dat van de Maas 230 m3/s.

Geografische grens

[bewerken | brontekst bewerken]

Het Rivierengebied is gemiddeld 25 km breed en 150 km lang. De grote rivieren vormen van oudsher zowel een verkeersader oost-west als een natuurlijke grens tussen noord en zuid in het landschap. Het Romeinse Rijk heeft deze rivieren als grens gebruikt (de limes), en ook in latere perioden vormde deze waterlinie een geducht obstakel. Franse koning Lodewijk XIV wist in het Rampjaar 1672 over de rivieren te komen, en ook de Franse generaal Jean-Charles Pichegru wist de rivieren in 1794 over te steken. De eerste vaste oeververbinding over de grote rivieren was de in 1870 geopende spoorlijn Utrecht - Boxtel. De Geallieerden slaagden er in 1944 tijdens de Slag om Arnhem niet in om de bruggen over de grote rivieren over te trekken.

Boven en beneden de rivieren: twee cultuurgebieden

[bewerken | brontekst bewerken]

De grote rivieren vormen een culturele grens tussen de traditioneel grotendeels protestantse gebieden ten noorden van de rivieren, en de katholieke gebieden ten zuiden ervan.

In plaats van 'ten noorden' of 'ten zuiden', spreekt men van 'boven' respectievelijk 'beneden' de rivieren, verwijzend naar de landkaart van Nederland. Een variant is boven - en onder - de Moerdijk, kort voor de Moerdijkbruggen, die over het Hollandsch Diep Zuid-Holland en Noord-Brabant met elkaar verbinden.