Guus Vleugel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Guus Vleugel
Guus Vleugel (1965)
Guus Vleugel (1965)
Algemene informatie
Volledige naam Augustinus Vleugel
Geboren 29 april 1932, Goes
Overleden 12 augustus 1998, Amsterdam
Land Nederland
Beroep Tekstschrijver
Dbnl-profiel
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Augustinus (Guus) Vleugel (Goes, 29 april 1932 - Amsterdam, 12 augustus 1998) was een tekstdichter, toneelschrijver en schrijver van (cabaret)liedjes en romans.[1] Hij werd met name bekend als vaste tekstschrijver van het cabaret Lurelei en Jasperina de Jong.

Jeugd en studentenjaren[bewerken]

Guus Vleugel wordt geboren op 29 april 1932 in Goes. Hij is de jongste zoon in een gezin van tien kinderen. Zijn vader is bakker. Hij groeit op in een zeer religieuze omgeving - zijn vader is ouderling in de Hervormde Kerk - maar voelt zich daarin niet thuis. Hij voelt zich anders dan de andere kinderen en heeft weinig aansluiting met ze. Het tekstdichten begint al in zijn jeugd. Al tijdens zijn gymnasiumtijd schrijft hij liedjes voor zijn plezier. Hij is eenkennig van aard en met een klasgenoot voornamelijk bezig met filosoferen over literatuur en het samen schrijven van gedichten. Hij houdt van Franse literatuur en vertrekt na het gymnasium naar Parijs, en leert daar het jongerenleven kennen in de homoseksuele scene. Na terugkomst in Nederland verhuist hij in 1952 naar Amsterdam, aangetrokken door de vrije geest en het literaire en culturele leven in de hoofdstad. Hij begint er een studie Franse taal en letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam. De studie wil echter niet vlotten, aangezien Vleugel zich meer en meer op het schrijven van liedteksten richt. Het is Wim Sonneveld die in 1954 zorgt voor de doorbraak. Sonneveld bestelt twee liedjes voor de ster van zijn cabaret, Conny Stuart: “Ik praat niet met de mensen mee” en “Diep in mijn hart ben ik een lellebel”. De invloed van Vleugels grote voorbeeld Annie M.G. Schmidt is met name in deze nummers goed te horen. Behalve deze twee nummers levert Vleugel meer tekstmateriaal voor het cabaretgezelschap van Sonneveld. In dezelfde periode laat Vleugel ook een andere kant van zijn talent zien, hij debuteert als dichter. Onder het pseudoniem Guus Valleide publiceert hij enige gedichtenbundels, zoals Een kleine luiheid (1956) met linosneden van Gerard Bruning.

Lurelei[bewerken]

In de jaren zestig stijgt de ster van Guus Vleugel als schrijver van liedjes voor het cabaret. Van 1962 tot 1968 is hij de vaste tekstleverancier van Lurelei, een cabaretgroep die is opgericht door Eric Herfst en Ben Rowold. De vileine teksten van Vleugel in nummers als God is niet dood en “Arme ouwe” leveren zelfs Kamervragen op. Voor het nummer “Arme ouwe”, waarin de toenmalige koningin Juliana wordt bezongen door een provo die toch maar geen rookbom naar de Gouden Koets wil gooien omdat de koningin hem zo aan z'n moeder doet denken, volgt zelfs een proces-verbaal voor majesteitsschennis. Meer en meer richt Vleugel zich op de ster van Lurelei: Jasperina de Jong. Samen met componist Ruud Bos schrijft Vleugel voor De Jong de Lurelei-musical “De stunt”. De opvoering is echter geen groot succes. De musical over de "hippe Amsterdamse incrowd" blijkt "te Amsterdams" en wordt buiten de hoofdstad weinig gewaardeerd. Na het stoppen van deze musical richt Vleugel zich op het schrijven van een "televisiestrip" voor Lurelei, genaamd "Rust noch duur", met in iedere aflevering een aantal liedjes voor Jasperina de Jong. Na 12 afleveringen valt het doek voor de KRO-serie en Lurelei stopt als groep.

De jaren zeventig[bewerken]

Na het uiteenvallen van Lurelei schrijft Guus Vleugel teksten voor twee theatershows van Jasperina de Jong: "De Jasperina Show" en "Jasperina's grote Egotrip". Met name de eerstgenoemde show is een gigantisch succes en toont de kwaliteit van de teksten van Vleugel, waarvan sommige in combinatie met de voordracht van Jasperina de Jong en muziek van Joop Stokkermans tot klassiekers in de Nederlandse liedkunst uitgroeien. Voorbeelden hiervan zijn "De non" ("Roll another one") en "Dobbe dobbe dobbe". Vleugel staat bekend om zijn lange, veelal satirische liedteksten met bloemrijk woordgebruik. In 1971 krijgt Vleugel een Gouden Harp en in 1973 de Van der Hoogtprijs voor zijn oeuvre. In de samenwerking tussen Vleugel en De Jong gaat het echter mis. Vleugel heeft al jaren last van depressies en moet vaak tot schrijven aangespoord worden. Gaandeweg groeien Vleugel en De Jong uit elkaar. Als Vleugel in 1975 samen met Annie M.G. Schmidt een musical voor Jasperina de Jong wil schrijven onder de titel “Badeloch” haakt de laatste af. De Jong ziet de samenwerking met Vleugel niet meer zitten. Annie M.G. Schmidt en Vleugel schrijven dan samen het cabaretprogramma “Je moet ermee leren leven”. De critici zijn verdeeld over de kwaliteit.

De jaren tachtig[bewerken]

Vleugel, die nog altijd kampt met depressies en verschillende zelfmoordpogingen heeft gedaan, lijdt onder het verbreken van de artistieke relatie met Jasperina de Jong. Als hij in 1978 echter een relatie krijgt met toneelschrijver Ton Vorstenbosch, gaat het langzaam aan weer beter met hem. Voor cabaretier Frans Halsema schrijft hij teksten voor de voorstelling “Je Moet Er Geweest Zijn”. In de jaren tachtig gaat Vleugel zelf weer met cabaret aan de gang. In 1981 speelt hij samen met een aantal beginnende cabaretiers de voorstelling ‘Verwende krengen’. Het wordt echter geen succes. Wel succesvol is hij met de teksten die hij tussen 1982 en 1988 voor Herman van Veen schrijft. In 1985 publiceert Vleugel de roman “Een valse nicht“ waarin hij op humoristische wijze het leven van een Amsterdamse homoseksueel beschrijft die zich begeeft in literaire kringen.

De jaren negentig[bewerken]

In de jaren negentig is Vleugel actief als columnist voor HP/De Tijd. Zijn columns verschijnen onder de titel "Mal du Siècle". Geliefd onderwerp in deze columns is de Nederlandse literatuur. Hij uit in de columns scherpe kritiek op schrijvers en televisiemakers. Verder richt hij op het schrijven van toneelstukken en musicals. In 1996 schrijft hij samen met Ton Vorstenbosch het toneelstuk “Srebrenica” . Het stuk wordt lovend ontvangen. Dat is helaas niet het geval met de musical ‘Facelift’, Vleugels laatste werk. Het stuk wordt door de pers gekraakt. Teleurgesteld trekt de dan al ernstige zieke Vleugel zich terug. Op 12 augustus 1998 sterft hij, 66 jaar oud, aan longkanker.