Haakwormen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
Haakwormen
Corynosoma wegeneri
Corynosoma wegeneri
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Onderrijk:Eumetazoa (Orgaandieren)
Superstam:Platyzoa
Stam
Acanthocephala
Kölreuter, 1771
Afbeeldingen Haakwormen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Haakwormen op Wikispecies Wikispecies
(en) World Register of Marine Species
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Haakwormen (Acanthocephala) vormen een stam van kleine ongewervelde en parasitaire wormen. De wetenschappelijke naam, Acanthocephala, is afgeleid van het Oudgrieks: ἄκανθος (akanthos - 'stekel')[bron?] en κεφαλή (kephalè - 'hoofd').

Kenmerken[bewerken]

  • Bilateraal afgeplat.
  • Tripoblast met pseudocoel.
  • Spiraal holoblastische klieving.
  • Protostoom.
  • Geen bloedvatenstelsel.
  • Zenuwstelsel: Ze hebben centraal ganglion in de proboscis receptaculum en hebben zenuwen naar de proboscis en het hele lichaam. Sensorische uiteinden aan de proboscis en de genitale bursa.
  • Excretiestelsel: Indien aanwezig, dan gebeurt dit met protonephridia met vlamcellen. Indien niet aanwezig, dan gebeurt de diffusie door de huid.
  • Spierstelsel: circulaire + longitudinale spieren
  • Voortbeweging: Passief in de gastheer
  • Ontwikkeling: Indirect, endoparasiet (Vb. in crustacea of insecta), Adult stadium: endoparasiet (Darm van vertebrata), heteroxeen
  • Habitat: Cosmopoliet, marien, zoetwater, terrestrisch


De meeste van de 1199[1] beschreven soorten worden 2mm tot 1m lang.

Voorkomen[bewerken]

Ze komen algemeen voor in het maag-darmstelsel van ongewervelden, vissen, amfibieën, vogels en zoogdieren.

Haakwormen danken hun naam aan het terugplooien van het kopuiteinde waardoor ze op een haak lijken. Ze zijn klein en hebben snijdende monddelen of tanden waarmee ze zich vasthaken aan de darmwand. De eitjes ontwikkelen in de buitenwereld tot larven die oraal opgenomen worden of door de huid van hun gastheer dringen (percutane besmetting) en pas na een reis door het lichaam in de darm belanden.

De larven dringen via de huid binnen en vinden hun weg via het hart, vervolgens de longen, de luchtpijp en de slokdarm naar de dunne darm, waar ze zich met bloed en darmweefsel voeden. Ze kunnen behoorlijke infecties in het spijsverteringsstelsel veroorzaken.

Taxonomie[bewerken]

De stam is als volgt ingedeeld:[1][2]

Zie ook[bewerken]