Hannibal Barkas

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hannibal Barkas
Buste van Hannibal Barkas, (17de eeuw), Museum of Antiquities (Saskatoon), Saskatchewan
Buste van Hannibal Barkas, (17de eeuw), Museum of Antiquities (Saskatoon), Saskatchewan
Geboren 247 v.Chr.
Carthago
Overleden 183 v.Chr.
Libyssa, Bithynië
Slagen/oorlogen Tweede Punische Oorlog: Cannae, Trebia, Tiscinus, Trasimeense meren, Zama

Hannibal Barkas (Carthago, 247 v.Chr.[1] - Libyssa, 183 v.Chr.) was een Carthaagse generaal. Hij was de zoon van Hamilcar Barkas, eveneens een Carthaags legeraanvoerder.

Hannibal is bekend geworden als briljant generaal en grote tegenstander van de Romeinen in de Tweede Punische Oorlog. Zijn geniale tactiek leverde hem de bewondering op van vele latere legeraanvoerders zoals Napoleon, de hertog van Wellington en generaal H. Norman Schwarzkopf, de Amerikaanse bevelhebber tijdens de Golfoorlog van 1991. Tijdens de Tweede Punische Oorlog trok hij met zijn leger vanuit Iberia naar Italië over de Pyreneeën, de Rhône en de Alpen. In Italië behaalde hij veel overwinningen, maar kon of wilde Rome zelf niet belegeren. Na 16 jaar omzwervingen in Zuid-Italië werd hij onverrichter zake teruggeroepen naar Carthago, waar de Romeinen inmiddels een acute bedreiging vormden, en werd in de Slag bij Zama Regia verslagen.

Na de oorlog was Hannibal korte tijd als burgerlijk bestuurder werkzaam in Carthago. Omdat Rome zijn uitlevering verlangde, moest hij vluchten naar Syrië (het rijk der Seleuciden) en later naar Bithynië. Hij heeft nog vele jaren als rebel gevochten tegen de Romeinen, en collaboreerde met iedereen die Rome als zijn vijand zag. Uiteindelijk, op redelijk hoge leeftijd (+/- 60 jaar) kwam hem ter ore dat Rome op de hoogte was van zijn vaste verblijfplaats. Liever dan terecht worden gesteld door zijn aartsvijanden, maakte Hannibal door middel van gif een eind aan zijn leven.

Jeugd[bewerken]

Hannibal groeide op in de legerkampen (vooral Carthago Nova, het huidige Cartagena) van zijn vader Hamilcar Barkas. Zijn vader was generaal in de Eerste Punische Oorlog en heeft later het Iberisch Schiereiland gedeeltelijk veroverd. Mede vanwege de rol die vader gespeeld had, was Hannibal een gezworen vijand van de Romeinen geworden. Letterlijk, want toen hij nog een jongen was, dwong Hamilcar hem voor hun vertrek naar Iberia te zweren nooit een vriend te worden van de Romeinen (zie de historische en biografische werken van Cornelius Nepos, een biograaf en historicus uit de laatste eeuw voor Christus).[2] Veel informatie over Hannibal is afkomstig van Romeinse en Griekse schrijvers (Livius en Polybios). Zo geeft Livius een uitvoerige beschrijving van Hannibal in zijn werk Ab urbe condita.

Aanhalingsteken openen Toen hij als opvolger van Hamilcar was aangewezen, geloofden de veteranen dat deze hen in zijn bloei van zijn leven was teruggegeven. Met fiere tred en een strijdlustige blik in de ogen trad de jonge Hannibal hen tegemoet. Zijn gelaatstrekken, zijn lichaam – de gelijkenis met zijn vader was enorm.
Hannibals moed was weergaloos. Gevaar wuifde hij weg, zijn soldaten gaf hij een meer dan veilig gevoel. Door geen enkele inspanning raakte zijn lichaam vermoeid. Hij kon zowel koude als hitte verdragen en zijn eetlust werd bepaald door natuurlijke behoeften, niet door genotzucht. Voor slapen en waken maakte hij geen onderscheid tussen dag en nacht. De tijd die hij naast zijn activiteiten overhield, besteedde hij aan slaap, of dit nou om 3 uur ’s nachts of 4 uur ’s middags was. Een zacht bed was hierbij niet aan hem besteed. Als hij sliep dan deed hij dit te midden van zijn soldaten, bedekt met een soldatenmantel. Wat betreft kleding onderscheidde hij zich niet van de gewone soldaat; alleen zijn paard en wapens verrieden dat hij een generaal was. Als het tot een veldslag kwam, bevond hij zich in de voorste linies.
Al deze zeer sterke eigenschappen contrasteerden met zijn slechte eigenschappen. Hannibal was ongekend wreed en onbetrouwbaar, de waarheid liet hem koud, niets was voor hem heilig, met de goden had en deed hij niets; hij bracht geen offers en tartte ze.
— Livius, XXI 4.[3]
Aanhalingsteken sluiten

Legeraanvoerder[bewerken]

Ten tijde van de dood van Hamilcar Barkas in 229 v. Chr, was Hannibal al volwassen, maar nog niet oud genoeg om hem op te volgen als legeraanvoerder van Carthaags Iberia. Daarom werd zijn zwager Hasdrubal de Schone legeraanvoerder van Carthaags Iberia. Hasdrubal heeft onder zijn bewind het Ebro-verdrag ondertekend. Daarin stond dat al het land ten zuiden van de Ebro in de Carthaagse invloedssfeer lag, het land ten noorden daarvan in die van Rome. Carthago beloofde de Ebro niet te zullen oversteken. In 221 v. Chr werd Hasdrubal vermoord en nam Hannibal op zesentwintigjarige leeftijd de macht over.

Oorlog met Rome[bewerken]

Saguntum[bewerken]

De aanleiding van de Tweede Punische Oorlog lag in een geschil met de Iberische stad Saguntum. Dit lag ten zuiden van de Ebro en viel dus volgens het verdrag dat Hasdrubal met Rome had gesloten in de invloedssfeer van Carthago. Desondanks hadden de Romeinen wel een bondgenootschap met Saguntum gesloten. Interne strubbelingen leidden ertoe dat in Carthago de 'duiven' onder leiding van Hanno de Grote ten aanzien Rome macht verloren aan de 'haviken'. Hierop kreeg Hannibal toestemming om Rome te weerstaan en sloeg in 219 v.Chr. het Beleg van Saguntum. Saguntum vroeg Rome om hulp waarop deze van Carthago eiste de stad met rust te laten. Carthago beriep zich op het gesloten verdrag maar dit maakte op Rome weinig indruk. Echter, pas na de val van de stad verklaarde Rome Carthago de oorlog.

Tocht naar Italië[bewerken]

Hannibal trekt over de Alpen, detail van een fresco van ca 1510, Palazzo del Campidoglio (Capitolijns Museum), Rome
"Ik ga nu"

-aldus Livius in de inleiding van het twintigste boek van zijn grote werk 'Ab urbe condita', 'vanaf de stichting van de stad'-

"de gedenkwaardigste van alle oorlogen die ooit zijn uitgevochten beschrijven, namelijk de oorlog die de Carthagers onder het bevel van Hannibal voerden tegen het Romeinse volk. Zo wisselend waren de krijgskansen, zo onzeker het resultaat van oorlog dat zij die uiteindelijk hebben overwonnen de ondergang zeer nabij zijn geweest. Daar komt bij dat de verbittering waarmee beide volkeren streden bijna nog groter was dan hun strijdmacht".

zegt Titus Livius verder in de inleiding van zijn (zeer subjectieve) twintigste boek. Nadat Saguntum was ingenomen trok Hannibal vanuit het Iberisch schiereiland over de Pyreneeën.

Toen Hannibal en zijn leger de rivier de Ebro overstaken bevond hij zich voor het eerst in de Romeinse invloedssfeer. Na hevige gevechten slaagde hij er in de volkeren tussen deze rivier en de Pyreneeën te onderwerpen. Voor hij Gallia Transalpina binnentrok, zou hij 20.000 man in Spanje hebben achtergelaten om het veroverde gebied te verdedigen. Volgens Polybios bestond het leger waarmee hij de Pyreneeën overstak uit 50.000 infanteristen en 9.000 ruiters.

Hannibal steekt de Rhodanus (Rhône) over, Henri Motte, 1878

Bij een doorwaadbare plaats van de Rhodanus (Rhône) ondervond hij de eerste weerstand van de inheemse bevolking. Dankzij een krijgslist kreeg hij zijn leger zonder verdere problemen over de rivier. Het was een geluk voor Hannibal dat hij zijn leger zo snel over de rivier kreeg, want vier dagmarsen ten zuiden van de oversteekplaats lag bij Massilia (het tegenwoordige Marseille) consul Publius Cornelius Scipio I met zijn vloot voor anker. Hij was op weg naar Iberia om de Carthagers daar te bestrijden. Toen hij tot zijn verbazing vernam dat Hannibal de Rhône al had bereikt, hield hij dit eerst voor loos alarm. Toen de ernst van de situatie duidelijk werd, haastte hij zich naar de oversteekplaats. Maar toen hij daar aankwam had Hannibal de plaats al drie dagen eerder verlaten. Scipio werd fel bekritiseerd om deze misser en omdat hij in zijn haast zijn jongere broer Gnaius Cornelius Scipio Clavus met het grootste deel van het leger naar Iberia had laten gaan terwijl hij zelf met een kleiner leger achter Hannibal aan was gegaan.

En waarom was Hannibal met zijn veel grotere leger niet een paar dagen op Scipio blijven wachten? Vermoedelijk omdat Hannibal geen tijd meer te verliezen had. Als de sneeuw in de Alpen eenmaal begon te vallen, zou hij gedwongen zijn de hele winter met zijn leger te bivakkeren in Gallië.

Tocht over de Alpen[bewerken]

Het is waarschijnlijk dat de Romeinen zich Noord-Afrika als hun volgende oorlogsterrein hadden voorgesteld, maar Hannibal voorkwam dit. Hij wilde Rome in het hart treffen, maar het troepentransport was niet gemakkelijk. Er was echter een alternatieve weg, namelijk door de Alpen, maar dit was een riskante route. Alleen de Kelten kenden de wegen en passen aldaar. Niemand had ooit geprobeerd om een leger met olifanten over dit gebergte te brengen. Zijn onderneming was geen ondoordacht waagstuk. Hij had zich immers goed laten inlichten over de passen door inheemse gidsen. Lange tijd dacht men dat Hannibal de Alpen langs de Sint-Bernhardpas overstak, maar nu denkt men eerder dat hij een zuidelijker bergpas, de Col du Mont Cenis koos. Een andere mogelijkheid, wanneer men de beschrijvingen van Livius en Polybios in acht neemt, is die langs de Col de Montgenèvre. Deze ligt zuidelijker en is bovendien ook minder hoog (1850m). De exacte doortocht door de Alpen blijft dus nog een punt van discussie.

Op de plaats waar de weg het smalst was, werd de ruiterij door de toen vijandig gezinde Galliërs, die post hadden gevat op de rotsen boven het pad, aangevallen.

"De Carthagers", zo schrijft Polybios, "leden nu grote verliezen, niet zo zeer door de aanvallen van de barbaren maar wel doordat de weg zo smal en (de afgrond) zo steil was. Bij de minste onrust waardoor bij de lastdieren schrik werd verwekt, stortten velen van hen met hun bepakking in de afgrond."

Hannibal zag dat hij het grootste deel van zijn troepen aan het verliezen was en moest snel ingrijpen. Met zijn snelle troepen haastte hij zich naar het bedreigde punt; van bovenaf stortte hij zich op de vijand, doodde sommigen en verjoeg de anderen. Hij had de Galliërs zoveel respect ingeboezemd dat de rest van de tocht ongestoord verliep. Op de negende dag bereikte hij het hoogste punt, daar sloeg hij zijn kamp op en hield twee dagen rust om mens en dier kracht op te laten doen en om op de achterblijvers te wachten. Het was al ver in september en de eerste sneeuw begon te vallen, het leger werd geteisterd door sneeuwstormen. Toen het leger een bepaalde hoogte had bereikt vanwaar ze de Po-vlakte konden zien, hield Hannibal een bemoedigende toespraak over het mooie land aan de voet van de bergen en over de heldendaden die ze daar zouden verrichten.

Met nieuwe moed begonnen de Carthagers aan de afdaling. Die kostte echter minstens evenveel manschappen als de beklimming.

"Want de weg was smal en steil", aldus Polybios ,"en de sneeuw, die er lag, maakte het onmogelijk te zien waar men veilig zou kunnen staan. Zodra iemand struikelde en viel stortte hij in de afgrond. Hoe verschrikkelijk dit schouwspel ook was, de overlevenden wenden eraan en berustten. Toen kwam men bij een plek waar de weg langs een steile afgrond liep en zo nauw was, dat olifanten noch lastdieren er konden passeren."

Een aardverschuiving had namelijk niet lang daarvoor de helft van het pad weggevaagd. De pogingen om hogerop de gevaarlijke passage te vermijden hadden weinig succes. Er zat dus niets anders op dan de weg te verbreden, na een dag had men de weg zo verbreed dat paarden en lastdieren naar grasrijke gronden konden worden gebracht. Na nog eens drie dagen konden de uitgehongerde kolossen verder, en na nog eens drie etmalen was het hele leger op de Po-vlakte. De tocht door de Alpen was het zwaarste deel van de reis. Duizenden manschappen en dieren vonden de dood door honger en kou. Volgens de Griekse historicus Polybios heeft slechts een kwart van zijn leger de tocht overleefd, iets wat moderne historici toch durven te betwijfelen.

Veldslagen[bewerken]

Toen Hannibal in Noord-Italië aankwam, waren de pas door Rome onderworpen Galliërs uit de Povlakte graag bereid met hem mee te vechten. Als briljant tacticus versloeg hij het ene Romeinse leger na het andere. In 218 v.Chr. vonden de veldslagen bij Ticinus en Trebia plaats, die beide door Hannibal werden gewonnen.

In 217 v.Chr. wist hij een hem achtervolgend Romeins leger te verslaan bij het Trasimeense meer door het in een hinderlaag te lokken door de mist rond het meer te gebruiken. Hierop ontstond paniek onder de Romeinen. Fabius Maximus werd tot dictator gekozen. Hij bepleitte een vertragingstactiek, waarmee werd gekozen om rechtstreekse confrontaties te vermijden, omdat het Romeinse leger hiervoor te verzwakt was. De bedoeling was om Hannibals leger te demoraliseren en uit te putten, gebruik makend van een klein aantal mobiele eenheden.

De tactiek had weinig steun onder de Romeinen omdat de hiervoor benodigde 'verschroeide aarde'-tactiek een hoge prijs vergde, en na het aflopen van de termijn van Fabius Maximus werd een groot leger uitgerust dat in een keer met de Carthagers af moest rekenen.

In 216 v.Chr. leverde dit leger slag met Hannibal bij Cannae, in Apulië. Hannibal wist de Romeinen in een nu als klassiek beschouwde dubbele tangbeweging te omsingelen en hen de bloedigste nederlaag in de Romeinse geschiedenis toe te brengen. Bij Cannae sneuvelden ongeveer 60.000 Romeinse soldaten. In Rome brak zo'n grote paniek uit dat men zelfs overging tot enkele mensenoffers om de goden gunstig te stemmen.

Bondgenoten in Italië[bewerken]

In de nasleep van deze veldslag liep een groot deel van Zuid-Italië en Sicilië over naar de Carthagers. Hieronder waren de grote steden Capua, Tarentum en Syracuse.

Nadeel van dit bondgenootschap was wel dat de bondgenoten ook beschermd moesten worden. Vermoedelijk kreeg Hannibal er in deze periode (216 -203) weinig of geen troepen bij. De oligarchie in Carthago, die hem niet voluit steunde, had er immers meer commercieel belang bij om soldaten naar de Spaanse kolonie te sturen dan naar Italië. In 207 v.Chr. werd een leger dat onder aanvoering van zijn broer Hasdrubal uit Iberia ter versterking was gestuurd, in Noord-Italië bij de Metaurus vernietigd. Hannibal kreeg het hoofd van zijn broer over de omheining van zijn kampement gegooid. Volgens de Romeinse historicus Titus Livius zou hij toen wenend gezegd hebben: "Eindelijk zie ik het lot van Carthago".

De Romeinen lieten het niet meer aankomen op een beslissende veldslag met Hannibal zelf, en wisten de afvallige steden een voor een te heroveren: Syracuse op Sicilië in 212 v.Chr. (waarbij Archimedes de dood vond), Capua in 211 v.Chr. en Tarentum in 209 v.Chr.. Er zat voor Hannibal niets anders op dan in Zuid-Italië de tactiek van de verschroeide aarde toe te passen. De landbouw zou zich er nooit meer helemaal van deze verwoestingen herstellen.

Scipio en het einde van de oorlog[bewerken]

De oorlog in Iberia was voor Carthago niet voorspoedig verlopen. Scipio (Publius Cornelius Scipio, een zoon van Scipio I) had er op jeugdige leeftijd het bevel over de Romeinse troepen gekregen. Nadat hij in 209 v.Chr. Carthago Nova had belegerd en ingenomen gaf de Carthaagse bevelhebber in Iberia, Hannibals broer Hasdrubal, de strijd op. Met het leger dat hem nog restte brak hij uit naar Italië waar hij, zoals hierboven vermeld, verslagen werd bij de Metaurus.

In 203 v.Chr. werd Carthago in Afrika bedreigd door een Romeins leger onder leiding van deze Scipio, zodat Hannibal moest worden teruggeroepen. Hannibal landde in Noord-Afrika en marcheerde naar Scipio. Ze ontmoetten elkaar; er was wederzijdse bewondering, maar het wantrouwen van de Romeinen was nog groter. De onderhandelingen liepen dan ook op niets uit. De slag bij Zama Regia volgde in 202 v.Chr. Zama lag zo'n 150 km ten zuiden van Carthago.

In deze veldslag werd de ruiterij van Carthago door de naar Rome overgelopen Numidiërs op de vlucht gedreven. Hierop raakte de infanterie van beide kanten slaags. De Romeinen leken een klein voordeel te hebben maar in feite bleef de slag onbeslist tot de Romeinse cavalerie terugkeerde van de achtervolging en de Carthagers in de rug aanviel. Het Carthaagse leger werd vernietigd en Carthago moest om vrede vragen.

Na de oorlog[bewerken]

Carthago kreeg vrede op vrij harde voorwaarden.

  • Alle overzeese koloniën, waaronder die op het Iberisch schiereiland, moesten afgestaan worden.
  • Gebieden ten westen van Carthago Noord-Afrika ging naar de nieuwe Numidische bondgenoot van Rome, Massinissa.
  • Carthago mocht geen leger houden en slechts een zeer kleine vloot.
  • Carthago mocht geen eigen buitenlandse politiek voeren en geen oorlog beginnen zonder toestemming van Rome.
  • Carthago kreeg een zware schatting opgelegd.

Hannibal werd suffeet (gezagsdrager) in Carthago en stimuleerde de landbouw, maar had vijanden bij de aristocratische families. Deze drongen bij de Romeinen aan om zijn uitlevering te vragen.

Hierop vluchtte Hannibal in 195 v.Chr. naar het hof van de ambitieuze koning Antiochus III van Syrië en trachtte vergeefs deze vorst te bewegen ten strijde te trekken. Vervolgens trok hij naar koning Prusias van Bithynië (Klein-Azië), waar hij na ontdekking door Romeinse spionnen zelfmoord pleegde door gif in te nemen om uitlevering aan Rome te voorkomen. In de literatuur is sprake van vergiftiging met stierenbloed.

Naam en vernoeming[bewerken]

De naam Hannibal of Chan-i-bal betekent iets als genade van Baäl in het Fenicisch en Carthaags. Tegenwoordig heeft het voor veel mensen een zeer negatieve bijklank, wellicht doordat het verhaal van de Tweede Punische Oorlog ons door een Romeinse historicus, nl. Titus Livius bekend is, of vanwege de verfilmde boeken van Thomas Harris, die draaien om de (fictieve) kannibaal met dezelfde voornaam, Dr. Hannibal Lecter ("Hannibal the Cannibal").

Een zoon van de Libische ex-leider Moammar al-Qadhafi heet Hannbil, een Arabisering van Hannibal.

Noten[bewerken]

  1. Hannibal was begin 237 v.Chr. negen jaar oud (Polybios, II 1.6, III 11.5; Titus Livius, XXI 1.4), aan het eind van 202 v.Chr. "meer dan 45 jaar oud" (Polyb., XV 19.3; vgl. Liv., XXX 37.9).
  2. Polyb., III 11; Liv., XXI 1, XXXV 19; Cornelius Nepos, Hannibal 2; Appianus, App. Hisp. 9; Valerius Maximus, IX 3, ext. § 3.
  3. Livius was een Romein die twee eeuwen later leefde. Net als vrijwel alle andere bronnen over Hannibal zijn ze afkomstig van vijanden van de Carthagers en zullen dus een negatief en vertekend beeld geven van Hannibal, waarbij opvalt dat Livius nogal positief is over Hannibal.

Referentie[bewerken]

  • W. Smith, art. Hannibal (10), in W. Smith (ed.), A dictionary of Greek and Roman biography and mythology, III, Londen, 1870, pp. 333-341