Hans Heinz Holz

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Hans Heinz Holz

Hans Heinz Holz (Frankfurt am Main, 26 februari 1927Sant'Abbondio, 11 december 2011) was een Duitse marxistische filosoof.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog maakte Holz deel uit van het Duitse verzet en op 17-jarige leeftijd werd hij door de Gestapo opgepakt. In gevangenschap raakte hij bevriend met een communistische arbeider, waardoor hij voor het eerst kennismaakte met het marxisme.

Na de oorlog studeerde hij filosofie. Als gevolg van de academische machinaties van een politieke tegenstander en filosofische rivaal (de oud-nazi Gottfried Martin, eveneens Leibniz-kenner) werd zijn dissertatie als 'onvoldoende' beoordeeld. Daarna zocht Holz het aanvankelijk in de freelance journalistiek; ook was hij redacteur bij de Hessischer Rundfunk. Ondertussen studeerde hij bij Ernst Bloch bij wie hij dan summa cum laude promoveerde.

Van 1971 tot 1978 was hij hoogleraar filosofie aan de universiteit van Marburg, en van 1978 tot 1993 aan de Rijksuniversiteit Groningen. In de jaren '90 kwam Sahra Wagenknecht speciaal naar Groningen om bij Holz filosofie te studeren.
De filosoof en bestuurder Leo Fretz was een van zijn promovendi.

Holz was altijd een onafhankelijk marxist maar na de Val van de Berlijnse Muur sloot hij zich aan bij de Deutsche Kommunistische Partei.

Hij overleed op 84-jarige leeftijd in zijn woning in Zwitserland.[1]

Bibliografie (selectie)[bewerken | brontekst bewerken]

  • Jean-Paul Sartre. Darstellung und Kritik seiner Philosophie, Meisenheim/Glan: Westkulturverlag 1951
  • Der französische Existenzialismus. Theorie und Aktualität, Speyer & München: Dobbeck 1958
  • Utopie und Anarchismus. Zur kritischen Theorie Herbert Marcuses, Köln: Pahl-Rugenstein 1968
  • Widerspruch in China. Politisch-philosophische Erläuterungen zu Mao Tse-tung, München: Hanser 1970
  • Vom Kunstwerk zur Ware. Studien zur Funktion des ästhetischen Gegenstands im Spätkapitalismus, Neuwied/ Berlin: Luchterhand 1972
  • Strömungen und Tendenzen im Neomarxismus, München: Hanser 1972
  • Dialektik und Widerspiegelung, Köln: Pahl Rugenstein 1983
  • Dialectische constructie van de totaliteit, Groningen: Uitgeverij Konstapel 1983 (samen met Jeroen Bartels, Detlev Pätzold en Jos Lensink)
  • Dialectiek als open systeem, Groningen: Uitgeverij Konstapel 1985 (samen met Jeroen Bartels, Detlev Pätzold en Jos Lensink)
  • De actualiteit van de metafysica, Kampen: Kok-Agora 1991
  • Niederlage und Zukunft des Sozialismus, Essen: Neue Impulse Verlag 1991
  • Gottfried Wilhelm Leibniz. Eine Einführung, Frankfurt/M. / New York: Campus 1992
  • Philosophische Theorie der bildenden Künste
    • Band I, Der ästhetische Gegenstand. Die Präsenz des Wirklichen, Bielefeld: Aiesthesis Verlag 1996,
    • Band II, Strukturen der Darstellung. Über Konstanten der ästhetischen Konfigurationen, Bielefeld: Aisthesis Verlag 1997
    • Band III, Der Zerfall der Bedeutungen. Zur Funktion des ästhetischen Gegenstandes im Spätkapitalismus, Bielefeld: Aiesthesis Verlag 1997
  • Einheit und Widerspruch. Problemgeschichte der Dialektik in der Neuzeit
    • Band I: Die Signatur der Neuzeit, Stuttgart/Weimar: J. B. Metzler 1997
    • Band II: Pluralität und Einheit, Stuttgart/Weimar: J. B. Metzler 1997
    • Band III: Die Ausarbeitung der Dialektik, Stuttgart/Weimar: J. B. Metzler 1997
  • Gesammelte Aufsätze aus 50 Jahren
    • Band I: Der Kampf um Demokratie und Frieden, Essen: Neue Impulse Verlag 2003
    • Band II: Deutsche Ideologie nach 1945, Essen: Neue Impulse Verlag 2003
  • Weltentwurf und Reflexion. Versuch einer Grundlegung der Dialektik, Stuttgart/Weimar: J. B. Metzler 2005