Harry Potter (personage)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Harry James Potter
Personage uit Harry Potter
Wax-Harry-Potter.jpg
De Jongen Die Bleef Leven, De Uitverkorene, Schouwer
Engelse naam Harry James Potter
Geslacht Man
Geboren 31 juli 1980 Goderic's Eind[1]
Haar Zwart
Oogkleur Groen
Ouders James en Lily
Getrouwd met Ginny
Kind(eren) James
Albus
Lily
Afdeling Griffoendor
Afstamming Halfbloed
vader volbloed, moeder Dreuzeltelg
Trouw aan Orde van de Feniks
Ministerie van Toverkunst
Filmvertolker Daniel Radcliffe
Trevor Reekers (Nederlandse stem)
Stef Aerts (Vlaamse stem)
Personage vanaf Harry Potter en de Steen der Wijzen
Portaal  Portaalicoon   Harry Potter

Harry James Potter (Goderics Eind, 31 juli 1980)[2] is de hoofdpersoon uit de zevendelige gelijknamige boekenserie van Joanne Rowling. Bijnamen van Harry zijn "de Uitverkorene" en "De Jongen Die Bleef Leven".

Biografie

Als baby (1980-1981)

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Harry is de zoon van James Potter, een volbloed tovenaar, en Lily Potter, een heks met Dreuzelouders. James en Lily waren beiden getalenteerde tovenaars en tegenstanders van de duistere tovenaar Heer Voldemort. Op een koude, natte avond in 1979 voorspelde de Zieneres Sybilla Zwamdrift dat er aan het einde van de zevende maand iemand geboren zou worden die de macht heeft om de Heer van het Duister te overwinnen. Op 31 juli 1980 werd Harry Potter, de enige zoon van James en Lily, geboren. De profetie van Zwamdrift leek dus betrekking te hebben op Harry, althans dat nam Voldemort aan: de profetie had ook op Marcel Lubbermans kunnen slaan die rond dezelfde datum geboren is. Maar Voldemort koos voor Harry Potter omdat Voldemort vond dat ze veel gemeen hadden.

Terwijl Zwamdrift de voorspelling deed werd zij afgeluisterd door Severus Sneep, toen nog een Dooddoener, die de informatie doorspeelde aan zijn meester, Voldemort. Vanaf dat moment had Voldemort het op Harry gemunt. Volgens Voldemort had Lily niet per se hoeven sterven; dit komt doordat Sneep van jongs af aan verliefd was op Lily en hij aan Voldemort vroeg om haar in leven te laten. Sneep, die zich bekeerd had, gaf dit echter door aan Albus Perkamentus, die extra bescherming voor James en Lily regelde. Dat mocht niet baten, aangezien Peter Pippeling, een voormalige familievriend, hun locatie verraadde aan Heer Voldemort, die vervolgens naar het huis van James en Lily ging. Eerst vermoordde hij James, vervolgens bood hij Lily de mogelijkheid om te blijven leven. Zij koos er echter voor om haar leven op te offeren voor Harry, die daardoor tot op de dag van vandaag de bescherming van de liefde in zich draagt, een kracht die Voldemort niet kent. Vervolgens probeerde Voldemort ook de eenjarige Harry te vermoorden, maar wonderlijk genoeg ketste de vloek af op diens voorhoofd (daarbij een bliksemschichtvormig litteken achterlatend), terug naar Voldemort. Voldemort stierf niet door de vloek (zie voor de verklaring het artikel Gruzielement) maar werd gereduceerd tot "minder dan een geest". Doordat Harry als eenjarige aan Voldemorts vloek des doods is ontkomen, wordt hij als een grote held binnen de tovenaarsgemeenschap beschouwd (men noemt hem dan ook wel "De Jongen Die Bleef Leven", The Boy Who Lived). Bij de mislukte vloek heeft Voldemort overigens ongewild een aantal krachten van zichzelf (waaronder het talent om met slangen te praten, Sisselspraak) in Harry overgeplaatst. Volgens de profetie van Zwamdrift heeft Voldemort Harry als zijn gelijke aangemerkt, en zo zijn meest gevaarlijke vijand gecreëerd.

Tot zijn elfde verjaardag (1981-1991)

Albus Perkamentus, het hoofd van de toverschool Zweinstein en tevens hoofd van de Orde van de Feniks, besloot dat Harry bij zijn oom en tante, de Duffelingen, in het dorpje Klein Zanikem kwam te wonen. Petunia Duffeling is de zus van Lily Potter, en de bescherming die Harry had gekregen doordat zijn moeder haar leven voor hem opofferde, stroomde ook door het bloed van haar bloedverwanten, door dat van haar zuster Petunia. Harry ging echter een zware tijd tegemoet bij zijn oom en tante. De Duffelingen zijn namelijk niet-magisch en ook zeer fel tegen de toverkunst gekant. Ze hebben Harry dan ook nooit verteld over het bestaan van toverkunst en hem altijd voorgelogen over de ware identiteit van zijn ouders. Ze hebben altijd een hekel aan Harry gehad en geprobeerd de magie uit hem te stampen, maar dit lukte niet. Een voorbeeld dat illustreert hoezeer de Duffelingen Harry mishandelden, is het feit dat ze hem tot aan zijn elfde verjaardag in een bezemkast onder de trap lieten slapen. Op Harry's elfde verjaardag kwam er echter een reusachtige man, Rubeus Hagrid, met de boodschap dat Harry een tovenaar is. Verder vertelde Hagrid hem de waarheid over zijn ouders en hij deelde hem mee, dat hij niet naar een reguliere middelbare school zou gaan, maar naar Zweinsteins Hogeschool voor Hekserij en Hocus-Pocus. Hagrid gaat samen met Harry naar de Wegisweg zijn nieuwe schoolspullen kopen. Hagrid geeft Harry een uil, die van Harry de naam Hedwig krijgt.

Vanaf september 1991

Deze paragraaf heeft vooral betrekking op de ontwikkeling van Harry's karakter. Voor een uitgebreidere beschrijving van de (avontuurlijke) gebeurtenissen die Harry heeft meegemaakt raadplege men de artikelen over de verschillende boeken.

Een maand nadat Harry samen met Hagrid zijn schoolspullen had gekocht op de Wegisweg, vertrok hij met de Zweinsteinexpres naar zijn nieuwe school. Aan boord maakte hij kennis met Ron Wemel en Hermelien Griffel, die zijn beste vrienden zouden worden. Op Zweinstein zat Harry in zijn eerste jaar op ongeveer hetzelfde niveau als de andere leerlingen. Op Zweinstein blijkt eens te meer hoe beroemd Harry is. Hij wordt regelmatig nagewezen en in het tweede boek herinneren medeleerling Kasper Krauwel en professor Gladianus Smalhart hem constant aan zijn beroemdheid. Harry vindt het echter niet prettig dat hij zo bekend is en zou maar wat graag van zijn litteken (de fysieke herinnering aan de gebeurtenis die hem zijn faam bezorgd heeft en waaraan men hem herkent) af willen zijn. Vanaf het derde boek begint Harry's karakter te veranderen. Dat is deels toe te schrijven aan de puberteit, deels ook aan het feit dat Harry steeds meer leert over zijn verleden en dat van zijn ouders en zo geconfronteerd wordt met het slechte in de mens. Op sommige momenten neemt woede dan ook de overhand in Harry's persoonlijkheid. Dat gebeurt bijvoorbeeld als hij geconfronteerd wordt met Sirius Zwarts, de man die hij (overigens onterecht) verantwoordelijk stelt voor het verraad en daarmee de dood van zijn ouders. In het vierde boek weigerde hij halsstarrig zijn excuses aan te bieden tijdens een ruzie met zijn beste vriend Ron en in het vijfde boek begon hij bij het minste of het geringste te schreeuwen tegen zijn vrienden als hij het gevoel had dat ze hem niet begrepen. Naarmate Harry echter meer begint te beseffen in wat voor duistere tijden de tovenaarswereld (met de terreurdaden van Heer Voldemort) en hijzelf (als aangewezen persoon om Voldemort uit te schakelen, waarbij soms offers nodig zijn) verkeren, lijkt zijn karakter zich te ontwikkelen tot dat van iemand die goed met zijn lot om kan gaan. Zelfs onder het persoonlijk verlies van een dierbare in 1996 blijft Harry, zeker na enkele weken, behoorlijk kalm. Op de momenten dat Harry, als hij iets ontdekt over daden van bepaalde zwarte magiërs, weer keihard geconfronteerd wordt met de schimmige zijde van de mens, kan dat nog wel tot onbegrip en woede leiden. Misschien ligt daarin echter juist wel zijn grote kracht. Door zijn natuurlijke neiging naar het goede zal hij nooit worden verleid door het vooruitzicht van macht (zoals hij het zelf zegt: "Ik loop nooit over naar de Duistere Zijde! Nooit!") zodat hij in staat zal zijn om de moeilijke taak, die juist hij zal moeten vervullen (namelijk het uitschakelen van Voldemort) tot een goed einde te brengen.

Negentien jaar later

Harry is getrouwd met Ginny, ze hebben twee zoons en een dochter: James Sirius Potter (vernoemd naar Harry's vader en zijn peetvader Sirius Zwarts), Albus Severus Potter (vernoemd naar Albus Perkamentus en Severus Sneep) en dochtertje Lily Loena Potter (vernoemd naar Harry's moeder en Loena Leeflang). Het zoontje van Tops en Lupos, Teddy is Harry's peetzoon. Harry ziet de leerlingen, die in dezelfde tijd als hij op Zweinstein hebben gezeten, weer terug als hij zijn zoons (James Sirius Potter en Albus Severus Potter) naar de Zweinsteinexpres brengt.[3]

Patronus

1rightarrow blue.svg Zie Patronus (Harry Potter) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De Patronus van Harry is een hert. Dit heeft hij voor het eerst gezien bij het leren hiervan bij zijn leraar Remus Lupos om zich te verweren tegen dementors. Dit gebruikt hij onder meer bij het meer nabij Zweinstein en in Klein Zanikem. De Patronus is zeer krachtig.

Kwaliteiten en bezittingen

  • Harry was al op 13-jarige leeftijd in staat een Patronus op te roepen in de vorm van een hert. Dit is zeer knap op deze jonge leeftijd, omdat vele volwassen tovenaars daar niet in zijn geslaagd. Dat hij de Patronus onder de knie kreeg was deels ook te danken aan professor Lupos (leraar Verweer tegen de Zwarte Kunsten in Harry's derde jaar), die Harry trainde.
  • Toen Harry samen met Hagrid op de Wegisweg zijn schoolspullen kocht, kreeg Harry een sneeuwuil cadeau van Hagrid. Harry noemde haar 'Hedwig' een naam die hij tegenkwam in het boek: 'Geschiedenis van de Toverkunst'. Tijdens het verlaten van de Duffelingen in boek 7 werd Hedwig getroffen door de Vloek Des Doods
  • Toen werd ontdekt dat Harry bijzonder goed kon vliegen, werd er voor hem een uitzondering gemaakt op de regel dat het verboden is voor eerstejaars om een bezemsteel te bezitten. Hij is een uitstekende Zoeker en speelt voor Griffoendor. In Harry Potter en de Gevangene van Azkaban won Harry als zoeker de Zwerkbalcup. In Harry Potter en de Halfbloed Prins was Harry de aanvoerder van het Zwerkbalteam van Griffoendor en won ook toen de Zwerkbalcup, hoewel hij niet kon meespelen in de finale.
  • Hij kreeg van professor Anderling een Nimbus 2000, de snelste bezem van dat moment. In zijn derde jaar op Zweinstein werd zijn Nimbus 2000 kapotgeslagen door de Beukwilg. Tijdens kerst dat jaar kreeg Harry van Sirius Zwarts een Vuurflits, de snelste bezem van dat moment maar die is hij verloren tijdens de vlucht naar het nest.
  • Harry won op 14-jarige leeftijd het Toverschool Toernooi, hoewel hij eigenlijk nog te jong was om mee te doen. Het geld dat hij had gewonnen gaf hij aan Fred en George voor hun Tovertweelings Topfopshop.
  • Hij bezit een zeldzame Onzichtbaarheidsmantel, die een van de Relieken van de Dood is. Hij kreeg die van professor Perkamentus met zijn eerste kerst op Zweinstein, nadat die hem geleend had (vlak voor de dood) van James Potter om te onderzoeken.
  • Harry kreeg van Fred en George Wemel de Sluipwegwijzer, een uiterst gedetailleerde kaart van Zweinstein, gemaakt door Maanling, Wormstaart, Sluipvoet en Gaffel (Remus Lupos, Peter Pippeling, Sirius Zwarts en James Potter), waarop constant weergegeven wordt wie zich, waar in Zweinstein begeeft.
  • Van Sirius kreeg Harry een Tweewegspiegel, terwijl hijzelf de andere hield. Sirius en James gebruikten die spiegels vaak om te communiceren als ze op verschillende plekken straf hadden. Harry kreeg na de dood van Sirius via de (gebroken) Tweewegspiegel contact met Desiderius Perkamentus.
  • Toen Harry aan het eind van het eerste schooljaar naar huis ging kreeg hij van Hagrid een fotoalbumpje met allemaal foto's van zijn ouders erin.
  • Harry was een Sisseltong, een kwaliteit die hij kreeg van Heer Voldemort toen zijn Vloek des Doods op Harry mislukte. Harry was hierdoor in staat met slangen te praten. Deze gave is Harry verloren nadat het Gruzielement uit hem verdween[4].
  • Harry kreeg Sirius Zwarts' motorfiets nadat meneer Wemel deze had gerepareerd.[5]
  • De Imperiusvloek heeft weinig grip op Harry. Dit werd ontdekt en getraind door Alastor Dolleman, die later Barto Krenck Jr. bleek te zijn. Zelfs de Imperiusvloek van Heer Voldemort kon Harry amper dwingen iets te doen.
  • Harry is goed getraind in duelleren. Harry heeft drie maal geduelleerd tegen Heer Voldemort, tweemaal tegen Dooddoeners en is ook in staat om de Dooddoeners te verslaan.
  • De Boeman van Harry is een Dementor.
  • Harry is heel goed in de ontwapeningsspreuk Expelliarmus, door het gebruik ervan wordt hij herkend als de echte Harry Potter op de avond van z'n vertrek bij de Duffelingen in boek 7.
  • Harry is ook in het bezit geweest van de andere Relieken van de Dood, de Steen van Wederkeer liet hij achter in het Verboden Bos en de Zegevlier plaatste hij terug in de marmeren tombe van Perkamentus. Later als Harry een natuurlijke dood sterft zal de Zegevlier 'kapot' gaan, want Harry was de laatste eigenaar van de Zegevlier.

Beroep

Rowling heeft tijdens een chatsessie aangegeven dat Harry na zijn overwinning op Voldemort als Schouwer voor het Schouwershoofdkwartier is gaan werken, zoals hij in het vijfde boek al had gezegd tegen Professor Anderling. In 2007 wordt hij hoofd hiervan. Ook Ron Wemel wordt Schouwer.

Familie Potter

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
?
 
?
 
Charlus Potter
 
Dorea Zwarts
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
James Potter
 
Lily Evers
 
Arthur Wemel
 
Molly Protser
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Harry Potter
 
 
 
 
 
Ginny Wemel
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
James Potter
 
Albus Potter
 
Lily Potter