Hati (mythologie)

Hati Hróðvitnisson is een wolf uit de Noordse mythologie die de maan, genaamd Máni, achtervolgt met het doel haar te verslinden.[1] Hij is de zoon van monsterwolf Fenrir (ook wel Hróðvitnir genoemd) en een reuzin uit het bos Járnviðr, waar de nakomelingen van Fenrir als wolven worden grootgebracht.[1] Zijn broer Sköll achtervolgt de zon, Sól. Beide wolven symboliseren het onontkoombare verloop van tijd en het naderende einde van de wereld.
Hati betekent 'Hij die haat' of 'vijand'. In de Noordse poëzie, onder andere in de 'Grímnismál' en in de 'Gylfaginning' van Snorri Sturluson, wordt Hati beschreven als een enorme wolf die onophoudelijk door de nachtelijke hemel jaagt om de maan te grijpen.[1] Bij het begin van Ragnarök slagen hij en zijn broer erin hun prooi te verslinden, wat belangrijke kosmische gevolgen zal hebben.
Soms wordt de naam 'Mánagarmr' ('maanhond' of 'maangrijper') gebruikt voor de wolf die de maan tijdens Ragnarök zal opslokken. Niet in alle teksten is duidelijk of Hati en Mánagarmr identiek zijn, of dat het verschillende wolven betreft.[2]
Beschrijving
[bewerken | brontekst bewerken]Volgens de bronnen is Hati een reusachtige wolf, vaak met een donkere of grauwe vacht. Hij wordt soms beschreven met brandende rode ogen en een honger die zijn kosmische jacht weerspiegelt.[2] Als warg wordt hij gekenmerkt door buitengewone kracht, snelheid en een ontembaar karakter.
Familie en rol
[bewerken | brontekst bewerken]Hati is een kind van Fenrir, zoon van Loki en Angrboda, en een reuzin uit het bos Járnviðr. Die reuzin baart vele wolfachtige reuzen, waaronder Sköll, Hati’s broer.[1] Samen vertegenwoordigen Hati en Sköll de vernietigende krachten die tijdens Ragnarök de orde van de wereld zullen omverwerpen.
Symboliek
[bewerken | brontekst bewerken]Hati’s voortdurende jacht op de maan weerspiegelt de angst voor het verdwijnen van het licht en het kosmische besef van vergankelijkheid. Zijn rol in Ragnarök markeert het begin van een nieuwe wereldorde, waarbij vernietiging en herstel hand in hand gaan.[2]
Stamboom
[bewerken | brontekst bewerken]| Farbauti | Laufey | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Angrboða | Loki | Sigyn | Byleist | Helblindi | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Jörmungandr | Fenrir | Hel | Narfi | Vali | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Hati | Sköll | Nótt | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Bronnen
[bewerken | brontekst bewerken]- Grímnismál, vers 39[1]
- Gylfaginning, hoofdstuk 11[1]
- Völuspá, Eddische gedicht[1]
- Lindow, John, Norse Mythology: A Guide to the Gods, Heroes, Rituals, and Beliefs, Oxford University Press, 2002[2]
- Hati: The Moon Hunter (21 juli 2024). [2]