Hatzegopteryx

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hatzegopteryx

Hatzegopteryx thambema is een pterosauriër, behorend tot de groep van de Pterodactyloidea, die tijdens het late Krijt leefde in het gebied van het huidige Roemenië.

De soort is in 2002 benoemd door Eric Buffetaut, Dan Grigorescu en Zoltan Csiki. De geslachtsnaam is afgeleid van het Haţeg- bassin van Transylvanië en het Klassiek Griekse pteryx, "vleugel". De soortaanduiding betekent "monster" in het Grieks, een verwijzing naar de monsterlijke grootte.

Het stuk opperarmbeen

Het holotype, FGGUB R 1083 is bij Vǎlioara gevonden in een laag van de Densuș-Ciulaformatie uit het Maastrichtien. Het bestaat uit het achterdeel van een schedel inclusief achterste deel van een verhemeltebeen en het bovenstuk van een linkeropperarmbeen. Verder is er bij Tuştea nog een tweede specimen gevonden dat er mogelijk mee in verband staat, FGGUB R1625, het 385 millimeter lange middenstuk van een dijbeen. In 2011 werd het resultaat gemeld van voortgaande opgravingen na 2003: de voorkant van een stel onderkaken; een buitenste kootje van de vleugelvinger; een halve schoudergordel; stukken halswervel; een schouderblad en nog een stuk opperarmbeen. Deze fragmenten zijn gevonden in verschillende locaties en vertegenwoordigen individuen die kleiner zijn dan het holotype. Omdat ze grotendeels niet met bekende elementen van het typespecimen overlappen, kan een identiteit met Hatzegopteryx eigenlijk niet bewezen worden, temeer daar er in 2013 een tweede, kleinere, azhdarchide soort uit Roemenië is benoemd: Eurazhdarcho.

Een reconstructie van het skelet

De resten behoren duidelijk toe aan een zeer groot dier en de beschrijvers hebben een gooi gedaan naar de titel van "grootste pterosauriër". Allereerst wezen ze erop dat het fragment van het opperarmbeen 236 millimeter lang is, terwijl het overeenkomende complete bot van de recordhouder Quetzalcoatlus bij het grootste specimen, TMM 41450-3, 544 millimeter lengte heeft. Aangezien het fragment van Hatzegopteryx vermoedelijk niet eens de helft van het originele bot betreft, zou het dus kunnen dat dit oorspronkelijk groter was, iets waarop ook de bredere basis van de deltopectorale kam leek te wijzen. De beschrijvers vonden een schatting van elf à twaalf meter vleugelspanwijdte bij Quetzalcoatlus "conservatief" omdat eerdere schattingen wel van 15,5 meter spraken. Zij concludeerden dus dat een schatting van minstens twaalf meter voor de vlucht van Hatzegopteryx dus ook conservatief genoemd kan worden, "mits zijn opperarmbeen inderdaad iets groter was dan dat van Q. northropi". Verder was de achterkant van de schedel van Hatzegopteryx met vijftig centimeter wel twee maal zo breed als die van Quetzalcoatlus. Hoewel ze op dit punt niet extrapoleerden naar een "conservatieve schatting" van ruim 24 meter vleugelspanwijdte — maar zich beperkten tot de redelijker interpretatie dat Hatzegopteryx een relatief brede kop had — maakten ze wel een vergelijking met andere pterosauriërs die, hoewel niet nauw verwant, wel de combinatie van een bredere achterkant met spitse snuit hadden: Nyctosaurus en Anhanguera. Zo kwamen ze tot een geschatte schedellengte van tegen de drie meter, "een van de langste schedels in enige niet-mariene gewervelde". Dat Hatzegopteryx een lange snuit had werd afgeleid uit zijn verwantschap met Quetzalcoatlus. In 2003 temperden de auteurs hun schattingen in een nieuwe beschrijving iets tot "tegen de twaalf meter" vleugelspanwijdte en "minstens 2,5 meter" schedellengte. De laatste jaren wordt meestal aangenomen dat Quetzalcoatlus een vlucht had van 10 à 10,5 meter; Hatzegopteryx zal daar dan iets onder of boven gelegen hebben. Mark Paul Witon stelde in 2010 dat het feit dat kam op het opperarmbeen negen in plaats van als bij Quetzalcoatlus acht centimeter breed mat, het gevolg kan zijn van een samendrukking en vervorming van het fossiel en dat er dus geen reden is aan te namen dat Hatzegopteryx groter was. Specimen FGGUB R1625 is van een kleiner exemplaar van vijf à zes meter vleugelspanwijdte.

De schedel van Hatzegopteryx was zeer robuust gebouwd. Alle beenderen, indien gepneumatiseerd, vertonen geen volledige uitholling maar een opvullen, binnen één millimeter dikke buitenste beenwanden, met een sponsachtige structuur voor extra sterkte, met tot een centimeter grote "luchtbellen". De beschrijvers verwierpen hierom de mogelijkheid dat Hatzegopteryx een soort "looppterosauriër" zou zijn, die te groot was om op te stijgen.

Het kaakgewricht toonde een kenmerk dat ook van Pteranodon bekend is: bij het openen drukt het de onderkaken naar buiten zodat de keelopening vergroot wordt.

Hatzegopteryx is geplaatst in de Azhdarchidae.

Literatuur[bewerken]

  • Buffetaut, E., Grigorescu, D., and Csiki, Z., 2002, "A new giant pterosaur with a robust skull from the latest Cretaceous of Romania", Naturwissenschaften, 89(4): 180-184
  • Eric Buffetaut, Dan Grigorescu and Zoltan Csiki, 2003, "Giant azhdarchid pterosaurs from the terminal Cretaceous of Transylvania (western Romania)", Geological Society, London, Special Publications 217: 91-104
  • Mark P. Witton, David M. Martill and Robert F. Loveridge, 2010, "Clipping the Wings of Giant Pterosaurs: Comments on Wingspan Estimations and Diversity", Acta Geoscientica Sinica, 31 Supp.1: 79-81
  • Vremir, M., Dyke, G., Csiki, Z., 2011, "Late Cretaceous pterosaurian diversity in the Transylvanian and Hateg basins (Romania): new results", The 8th Romanian Symposium on Palaeontology, Bucharest. Abstract vol: 131–132