Hebreeën (Bijbel)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Met Hebreeën (Hebreeuws" עִבְרִי, ʿivri of Iwri; Aramees: hubroye) worden in de Hebreeuwse Bijbel vroege of voorlopers van de Israëlieten aangeduid en later hun nakomelingen, de Joden. De aanduiding wordt 33 keer gebruikt.

Herkomst en betekenis van de term[bewerken]

De etymologie en betekenis van de term is niet zeker. Het begrip wordt soms in verband gebracht met de in Genesis 10:21,24 genoemde Eber (עֵבֶר). De uitdrukking "nakomelingen van Eber" (בְּנֵי־עֵבֶר), zou dan een bredere betekenis hebben dan Israëlieten. Deze bredere betekenis wordt ondersteund door onder andere 1 Samuel 14:21. Mogelijk is dit onderscheid later verdwenen.

Vaak wordt een verwantschap aangenomen met het Akkadische ʿApiru, Habiru of het Egyptische ʿpr(w), een term die in sommige teksten uit de Late Bronstijd uit Amarna, Ugarit, Kanaän en Egypte een aanduiding was van verschillende groepen mensen die buiten de sociale orde stonden en door omstandigheden gedwongen waren als huursoldaten of loonarbeiders te leven of een leven leidden als bandieten.[1] Over het algemeen wordt de term beschouwd als een pejoratieve term voor een sociale status.

Het Aramese woord ʿebrāyā betekent zoiets als "de aangekomenen". Mogelijk werden de Hebreeën zo genoemd omdat ze volgens de Hebreeuwse Bijbel eerder al door God waren uitverkoren om in het Beloofde Land (nu Israël) te wonen.

Gebruik van de term[bewerken]

Vaak wordt de aanduiding Hebreeën gebruikt om te verwijzen naar de Israëlieten ter onderscheiding van andere naburige volken. Op deze manier wordt het begrip onder andere gebruikt in de verhalen rond de strijd met de Filistijnen en rond het verblijf in Egypte en de daarop volgende uittocht. Ook als de profeet Jona zichzelf een Hebreeër noemt (Jona 1:9) wordt waarschijnlijk het volk bedoeld. Bij de aanduiding in Genesis 14:13, waar Abraham een Hebreeër wordt genoemd, is niet duidelijk of het hier gaat om een nationaliteit, dan wel om een sociale klasse of maatschappelijke stand.

Exodus 21 en Jeremia 34 lijken te suggereren dat Hebreeër de maatschappelijke positie van slaaf aanduidt. De uitleg van de aanduiding van Hebreeër voor een maatschappelijke groepering heeft sommige uitleggers ertoe gebracht een verband te leggen tussen Hebreeën en de Habiru.

Nieuwe Testament[bewerken]

In het christelijke Nieuwe Testament komt de aanduiding ook voor, bijvoorbeeld in de 2 Korintiërs 11:22, Filippenzen 3:5 en in de titel van de Brief aan de Hebreeën. Deze titel is echter niet afkomstig van de auteur van het betreffende boek.

Zie ook[bewerken]

Literatuur[bewerken]