HeidelbergCement

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
HeidelbergCement AG
Logo
Beurs Deutsche Börse: HEI
Oprichting 1874
Sleutelfiguren Dominik von Achten CEO
Hoofdkantoor Heidelberg, Duitsland
Werknemers 53.000 (2020)[1]
Sector Bouwmateriaal
Omzet/jaar 17,6 miljard (2020)[1]
Winst/jaar € -2,0 miljard (2020)[1]
Marktkapitalisatie € 12,1 miljard (31 dec. 2020)
Website (en) HeidelbergCement.com
idem Benelux
Portaal  Portaalicoon   Economie
Landen met HeidelbergCement-fabrieken

HeidelbergCement AG is een beursgenoteerd bouwstoffenconcern gezeteld in Heidelberg, Duitsland. Het is de op drie na grootste producent van cement ter wereld.

Activiteiten[bewerken | brontekst bewerken]

HeidelbergCement is een zeer grote producent van bouwmaterialen wereldwijd. Het produceert cement, toeslagmaterialen, twee grondstoffen voor het maken van beton, stortklaar beton en asfalt. In 2020 behaalde het bedrijf een omzet van bijna 18 miljard euro. De vijf belangrijkste afzetmarkten gemeten naar de omzet zijn de Verenigde Staten, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Australië. Het had in dat jaar 3000 locaties in meer dan 50 landen en telde zo'n 53.000 werknemers. In dit jaar leed het een verlies van 2 miljard euro, maar dit was vooral het gevolg van een flinke eenmalige afschrijving op de waarde van diverse bezittingen. Zonder deze bijzondere last, realiseerde HeidelbergerCement een winst van 1,4 miljard.[1]

Bij de productie van cement komt veel koolstofdioxide (CO2) vrij. In 1990 was dit nog zo'n 750 kilogram per ton cement,[2] maar in 2020 was dit gedaald naar 576 kg/ton. HeidelbergenCement streeft naar een uitstoot van 500 kg/ton in 2030.

Per 31 december 2020 was Spohn Cement Beteiligungen GmbH de grootste aandeelhouder met een belang van 28%. In Spohn Cement heeft Ludwig Merckle de zeggenschap. HeidelbergCement maakt sinds 21 juni 2010 deel uit van de DAX-index.[3]

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

HeidelbergCement is ontstaan in de in Heidelberg gelegen Bergheimer molen, die op 3 januari 1873 uit een faillissement van een bierbrouwerij verworven werd en in een cementfabriek werd omgebouwd. Op 5 juni 1874 werd de fabriek als Offene Handelsgesellschaft (vergelijkbaar met een vennootschap onder firma) in het handelsregister ingeschreven als Portland-Cement-Werk, Heidelberg, Schifferdecker & Söhne, in 1875 begint de cementproductie.

Op 18 maart 1889 wordt de onderneming omgevormd tot een Aktiengesellschaft (NV). Er wordt flink uitgebreid, onder andere door de bouw van nieuwe cementfabrieken. In 1901 fuseert de Heidelberger Portland-Cement-Werk met de Mannheimer Portland-Cement-Fabrik AG tot Portland-Cement-Fabrik AG Heidelberg und Mannheim AG. In 1918 werd de goederenkabelbaan Leimen–Nußloch voltooid, waarmee de fabriek van kalksteen wordt voorzien.

In 1959 stapt het bedrijf ook de transportbetonbranche in. In 1977 worden dochterondernemingen in Noord-Amerika opgericht.

In 1978 wordt de bedrijfsnaam Heidelberger Zement Aktiengesellschaft.

In 1993 verkrijgt Heidelberg een aandeel van 42,4% in het Belgische cementbedrijf CBR, in 1999 volgt een complete overname. In de jaren negentig wordt de onderneming steeds internationaler, vooral door uitbreiding naar het verre oosten. In 1999 wordt ook het Zweedse bouwstoffenconcern Scancem overgenomen. In 2001 wordt begonnen met de stapsgewijze overname van het Indonesische Indocement. De huidige naam HeidelbergCement wordt gevoerd sinds 2002.

Begin 2005 neemt Adolf Merckle de leiding van de onderneming over. Hij kiest Bernd Scheifele als bestuursvoorzitter; na een openbaar overnamebod in juli 2005 verkrijgen aan Merckle gehoorzame aandeelhouders samen 78% van de aandelen HeidelbergCement.

In mei 2007 kondigt het concern de overname aan van het Britse bouwstoffenconcern Hanson voor 8 miljard pond (11,5 miljard euro), de tot dan grootste overname in de sector.[4] Hanson was toen de grootste leverancier van zand en gravel ter wereld. Door het samengaan ontstond de grootste producent van constructiezand- en grind ter wereld, met een jaaromzet van circa 15 miljard euro en meer dan 70.000 werknemers.[4]

Medio 2015 kocht HeidelbergCement 45% van de aandelen in de Italiaanse cementproducent Italcementi.[5] Verkoper is de Italiaanse familie Pesenti. Het Duitse bedrijf betaalde 1,7 miljard euro in geld en aandelen en na de transactie heeft de familie een belang van 5% in de combinatie.[5] HeidelbergCement is van plan een bod doen op de resterende aandelen. Italcementi is actief in 22 landen en vooral in Zuid-Europa heeft het veel activiteiten. Italcementi had in 2014 een omzet van 4,1 miljard euro versus 13 miljard euro voor HeidelbergerCement.[5] Een jaar later kreeg het bedrijf van de toezichthouders het groene licht voor de hele overname. HeidelbergCement moet wel de Amerikaanse activiteiten van Italcementi in het land verkopen en de Europese Commissie eiste de verkoop van alle Italcementi activiteiten in België omdat het fusiebedrijf een marktaandeel van meer dan 50% zou krijgen.[6] HiedelbergerCement heeft ook een bod gedaan op alle andere aandelen en in oktober 2016 had het 100% van Italcementi in handen.

In mei 2021 werd de verkoop bekend van diverse activiteiten in het westen van de Verenigde Staten.[7] De koper is de Amerikaanse concurrent Martin Marietta die hiervoor 2,3 miljard dollar betaald. De transactie zal in het tweede halfjaar 2021 worden afgerond.

Controversiële steengroeve[bewerken | brontekst bewerken]

Dochteronderneming Hanson heeft en exploiteert een steengroeve op grond die toebehoort aan het Palestijnse dorp Al-Zawiya. Deze grond werd in de jaren '80 onteigend door de Israëlische regering en werd met de bouw van de illegale[8] Afscheidingsmuur van het dorp afgesneden. Gevolg: de bewoners kunnen niet meer bij hun eigendommen daar. De mensenrechtenorganisatie Al-Haq schreef samen met SOMO een rapport over de activiteiten van HeidelbergCement in de bezette Palestijnse Gebieden.[9] Hanson levert bovendien bouwmaterialen aan de daar volgens Internationaal Recht illegaal door Israëliërs gestichte nederzettingen en draagt zo bij aan de feitelijke annexatie van Palestijns gebied door Israël. Human Rights Watch is hierover met HeildelbergCement in gesprek gegaan.[10]