Naar inhoud springen

Heilig-Hartbasiliek (Heilig Landstichting)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Heilig-Hartbasiliek
Heilig-Hartbasiliek
Locatie
Land Vlag van Nederland Nederland
Plaats Heilig Landstichting
Adres Profetenlaan 2, 6564 BL Heilig LandstichtingBewerken op Wikidata
Coördinaten 51° 49 NB, 5° 54 OL
Gewijd aan Heilig Hart van Jezus
Onderdeel van Heilig Landstichting (rijksmonumentcomplex)Bewerken op Wikidata
Status en tijdlijn
Gebouwd in 1932-1936, niet afgebouwd
Monumentale status rijksmonument
Monument­nummer 523634
Bouwkundige informatie
Architect(en) Jan Stuyt, Giacomo Stuyt
Kerkprovincie en -genootschap
Denominatie Rooms-Katholieke Kerk
Portaal  Portaalicoon   Christendom

De nooit voltooide Heilig-Hartbasiliek aan de Profetenlaan in het dorp Heilig Landstichting in de Nederlandse provincie Gelderland is een kerk die gewijd zou zijn geweest aan de Heilig Hart-cultus. De oorspronkelijke bedoeling was zelfs dat dit de grootste Heilig Hart-kerk in heel Europa zou worden. Er had plaats moeten zijn voor 17.000 bezoekers.

De eerste bouwontwerpen hiervoor kwamen in 1916 op tafel, enkele jaren nadat het kerkdorp zelf was gesticht. De daadwerkelijke bouw van de basiliek begon uiteindelijk in 1932, maar viel vier jaar later volledig stil, op dat moment vooral vanwege geldgebrek.[1] Van de basiliek in aanbouw zijn zodoende in de periode 1932-1936 enkel het atrium met rondbogen en een deel van het transept gerealiseerd. Na de Tweede Wereldoorlog is dit bouwproject nooit meer opgepakt. De wel gerealiseerde bouwconstructie is gaan dienen als de hoofdingang van het naastgelegen Museumpark Orientalis.[2][3]

Aanloop tot de bouw (1907-1932)

[bewerken | brontekst bewerken]

De basiliek moest het echte middelpunt worden van het katholieke kerkdorp Heilig Landstichting, tevens een devotieplek, door de stichting HLS. Dit project begon rond 1907, toen nog als een samenwerkingsverband tussen Jeanne-Cécile Vroomans-Leclerq en de kapelaan Arnold Suys. De bedoeling was dat de bezoekers, na eerst de basiliek te hebben aangedaan, vervolgens de rest van de devotieplek zouden bezoeken. Het realiseren van een Heilig-Hartbasiliek ergens in Nederland was zelfs datgene waar het Suys aanvankelijk om te doen was geweest nadat hij de eerste ideeën voor het project dat later bekend is geworden als "HLS" had gekregen. Dit zou zijn gebeurd nadat hij in 1903 zijn eerste pelgrimsreis naar Palestina had ondernomen. Hij maakte deze reis samen met onder meer de architect Jan Stuyt en de kunstenaar Piet Gerrits, de latere medeoprichters van het project[4]:209; dit blijkt uit een brief van Suys uit 1930.

In 1905 kreeg Suys van de aartsbisschop nog geen rechtstreekse toestemming voor de bouw van de basiliek. Twee jaar later leerden Suys en Vroomans elkaar kennen, waarna ze korte tijd (enkele maanden) samenwerkten met als gemeenschappelijk doel de nieuwe devotieplek op deze plek gerealiseerd te krijgen. Voor de geplande bouw van de Heilig-Hartbasiliek had paus Pius X op dat moment al zijn zegen gegeven aan Vroomans. Vroomans en Suys kregen echter al snel onenigheid. Uiteindelijk haakte Vroomans gedesillusioneerd volledig af van het project HLS, waarna ze emigreerde naar Hyères (Zuid-Frankrijk).

In 1915 kwam de Cenakelkerk gereed, het eerste nieuw gerealiseerde kerkgebouw op de toen vier jaar oude devotieplek. De Heilig Hartbasiliek stond hierna aanvankelijk op de planning als de volgende te bouwen kerk, tevens de beoogde kers op de slagroomtaart. Als locatie voor de basiliek was de Sionsberg (zoals de Bakkersberg nu heette) uitgekozen. Deze heuvel behoorde aanvankelijk aan Vroomans toe, maar is in deze tijd van haar overgekocht en kwam in handen van de stichting HLS.[5]

In januari 1916 maakte Stuyt, die veel van het architectenwerk deed, een eerste uitgewerkte ontwerp. Het betrof een vierkante plattegrond met minaret-achtige torens op alle vier de hoeken, halfronde uitbouwingen (exedrae) en aan alle vier de zijden een reeks straalkapellen. De bouwstijl in dit ontwerp was een mix van neoromaanse en oosterse kenmerken.[6]:81[2] Het schip zou voorts overdekt worden door een koepel en op de torentjes en kapellen moesten halve koepels komen. De koepel zelf moest ongeveer 50 meter hoog worden, de vier minaret-torens nog wat hoger.[4]:208-210 Onder het altaar moest een koepel met een groot Heilig Hartbeeld komen, en voor de ingang was een Mariabeeld voorzien met het Jezuskind op een maansikkel. De aldus te bouwen basiliek moest aan minstens 10.000 gelovigen ruimte kunnen bieden. Qua omvang kwam het geplande gebouw ongeveer overeen met de Hagia Sophia in Istanbul. Het ontwerp leek qua uiterlijk en omvang bovendien sterk op de Basilique du Sacré-Cœur in Parijs en de Nationale Basiliek van het Heilig Hart in Koekelberg.[7][8]:207

Met hulp van de priester Bernard Joseph Eras stelde het bestuur van HLS een brief op aan paus Benedictus XV en de kardinalen Willem Marinus van Rossum en Vincenzo Vannutelli, waarin werd gevraagd om in te stemmen met de bouw. Vanutelli overhandigde de brief aan de paus. Op 22 september 1917 werd bekend dat de paus inderdaad akkoord ging en tevens wenste dat de basiliek internationaal georiënteerd zou zijn.[8]:208

Al snel bleek dit oorspronkelijke plan voor de basiliek echter financieel zeer moeilijk haalbaar. Op 1 november 1923 werd in Tilburg de Stichting Basiliek in het leven geroepen, om meer fondsen te werven. Bisschop Arnold Diepen gaf zijn goedkeuring aan de statuten.[9]:28[6]:81 Suys zat zelf in het bestuur samen met de pater A.Kerckhoffs, terwijl Gerrits en Stuyt fungeerden als artistiek adviseur. Onder meer paus Pius XI en kardinaal Van Rossum zetten zich in om de bekendheid van de stichting te vergroten door schenkingen te doen aan de oprichter en voorzitter, notaris Maas uit Tilburg. Om meer fondsen te werven werd er in 1924 een loterij georganiseerd, waarbij 40.00 loten werden verkocht.[8]:208-209 De opbrengsten bleven ondanks dit alles te laag. De plannen voor de basiliek werden uiteindelijk tijdelijk stilgelegd, maar vooralsnog niet opgegeven. In de jaren daarna ging het minder goed met de stichting, er waren financiële problemen. Het oorspronkelijke bestuur stapte in januari 1927 op na onenigheid met Suys. Zodoende werd er van de bouw van de basiliek voorlopig ook niets gerealiseerd.[8]:211

De oprichting van een eigen Basiliekstichting was ook een soort tegenreactie op de totstandkoming van het Permanent Hof van Internationale Justitie in Den Haag drie jaar eerder.[9]:29 In een zelfgeschreven brochure uit 1930, getiteld De H.Land-Stichting en de H.Hartbasiliek, benadrukte Suys nogmaals het grote maatschappelijke belang dat de komst van de basiliek op de door hem beoogde plek wat hem betreft had. Hij verklaarde ook nog dat het zijn bedoeling was om er de geestelijke tegenhanger ("katholiek supplement") van het hof in Den Haag van te maken, ofwel in zijn eigen woorden: een "internationale Vredesbasiliek van het Goddelijk Hart", met zelfs een eigen kapel voor elk volk.[noten 1][5][8]:209

De paters montfortanen, die ook in Heilig Landstichting aanwezig waren, waren vanaf het begin nogal sceptisch richting de Basiliekstichting. Een uitnodiging om aan het bestuur van de Basiliekstichting deel te nemen werd door de montfortanen afgeslagen.[9]:29-30

Vanaf begin 1932 werd er opnieuw echt werk gemaakt van de bouwplannen voor de basiliek. Op 23 juni van dat jaar diende Suys hiervoor nieuwe, vereenvoudigde ontwerpen in voor een kruisbasiliek met centrale koepel, narthex en propyleeën, en het deels gerealiseerde atrium met zuilengangen..[8]:214 Stuyt werkte hiervoor nu samen met zijn zoon Giacomo. In deze aangepaste ontwerpen waren nog steeds vier minaret-torens voorzien. Het schip en de transept kregen nu echter dezelfde hoogte, terwijl de daken in dit nieuwe ontwerp plat waren gemaakt. De viering zou worden overdekt door een koepel met een doorsnede van 24 meter. Volgens een latere studie (van Pauline Houwink) heeft Suys voor de draagconstructie hiervan de Saint-Esprit in Parijs vermoedelijk als voorbeeld voor ogen gehad.[6]:84-85

Begin bouw (1932-1936)

[bewerken | brontekst bewerken]

[8]:209 In juli gaf Charles Ruijs de Beerenbrouck, op dat moment de minister van Binnenlandse Zaken en tot kort daarvoor zelf lid van de stichting HLS, toestemming om de voorziene locatie voor de basiliek bouwklaar te maken.

Op 22 juli werd er daadwerkelijk een begin gemaakt met de bouwwerkzaamheden, nadat op 14 juli de subsidie hiervoor was toegekend. Op 25 maart 1933 verleende bisschop Diepen toestemming om met de bouw van het atrium te beginnen. In oktober 1934 ging men over tot de tweede bouwfase, waarbij een deel van het schip werd gerealiseerd. Ook de vieringstorens werden nog gebouwd. In een van deze torens werd op 28 februari 1936 de klok (genaamd "Margaretha Maria Alacoque") gehangen en geluid, ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van de stichting HLS.[10]:92-93[5]

De basiliek zou hierna nooit verder worden afgebouwd. Aanvankelijk viel de bouw stil tijdens de oorlogsjaren. In de tweede helft van de 20e eeuw begon de ontkerkelijking steeds duidelijker in te zetten en raakte ook het devotiepark in verval. Het was toen duidelijk geworden dat er vanuit de samenleving niet voldoende belangstelling meer was voor dergelijke zeer omvangrijke gebedshuizen.

Uiteindelijk is het park zelf behouden en vanaf de jaren 80 gemoderniseerd en omgevormd tot het huidige museumpark. Het tot en met 1936 gebouwde deel van de basiliek fungeert tegenwoordig als een gaanderij die de hoofdingang vormt van het naastgelegen park.

Zie de categorie Heilig Hartbasiliek, Heilig Landstichting van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.