Helleense talen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Helleense talen zijn een tak van de Indo-Europese talen. Volgens de meeste traditionele classificaties bestaat deze tak uit maar één taal, het Modern Grieks.[1][2] In de taalkunde komt de term "Helleens" daarmee overeen met "Grieks".

De term "Helleens" wordt door sommige taalkundigen gebruikt om Grieks te groeperen met andere, nauw verwante talen die ver genoeg van het Grieks afstaan om als aparte talen beschouwd te kunnen worden. Hieronder bevindt zich het Cypriotisch Grieks en een aantal uitgestorven talen, waaronder het Oudgrieks en Myceens. De nog bestaande Helleense talen hebben vandaag de dag rond 12 miljoen sprekers, voornamelijk in Griekenland, Cyprus, Italië en langs de Zwarte Zee.

"Helleens" wordt ook wel gebruikt om de Griekse talen - en dialectengroep te groeperen met het Oud-Macedonisch. Deze indeling volgt de hypothese dat deze uitgestorven taal niet alleen een Oudgrieks dialect was maar als aparte, nauw verwante taal van het Oudgrieks kan worden beschouwd.

Onderverdeling[bewerken]

Wanneer het Modern Grieks en verwante talen worden gegroepeerd onder de term "Helleens", kan de volgende onderverdeling worden gemaakt:

Helleens 
 Grieks 
 Ionisch-Attisch 


Modern Grieks



Jevanisch



Cypriotisch Grieks




Pontisch



Krim-Grieks (Marioepolitaans)



Cappadocisch-Grieks (mengtaal, bijna uitgestorven)



Romeins-Grieks (mengtaal, uitgestorven)



Griko




Eolisch-Grieks (uitgestorven)




Arkadisch-Cyprisch (uitgestorven)



Pamphylisch-Grieks (uitgestorven)




Myceens (uitgestorven)


 Dorisch 

Tsakonisch




Oud-Macedonisch (uitgestorven)



Referenties[bewerken]

  1. Browning (1983), Medieval and Modern Greek, Cambridge: Cambridge University Press.
  2. Joseph, Brian D. en Irene Philippaki-Warburton (1987): Modern Greek. London: Routledge, p. 1.