Hendrik Calkoen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Mr. Hendrik Calkoen (Amsterdam, 13 augustus 1742 - aldaar, 17 juni 1818) was een Nederlands jurist en publicist.

Loopbaan[bewerken]

Publicist[bewerken]

Calkoen, zoon van Joan Calkoen en Francina Geertruyd Prins, werd op 15 mei 1761 te Leiden als student ingeschreven. Hij promoveerde op 1 september 1765 en vestigde zich vervolgens als advocaat in Amsterdam. Hij was daarnaast actief als dichter; onder het pseudoniem Christianus Batavus verscheen in 1769 De vaderlandse vrijheid. Lierzang (Leiden, 1769); dat was een van de eertijds verschenen gedichten over het concept-plakkaat tot beteugeling van de vrijheid van de drukpers. Onder hetzelfde pseudoniem verscheen een Memorie (1772); dit was een lijvig, op een scherpe toon gesteld stuk van 144 bladzijden. In 1773 verscheen Oldebarnevelds eer verdedigd, tegen de advocaat der vaderlandse kerk, door de schrijver der memorie, in twee brieven aan een heer der regering geschreven. (Amsterdam, 1780). Beide geschriften waren gericht tegen het werk van de Dordse predikant J. Barueth. In 1777 schreef het genootschap "Floreant Liberales Artes" een prijsvraag uit met de titel: Welke zijn de beste schikkingen omtrent het straffen der misdaden, in een welgestelde maatschappij met een bijzondere bepaling op deze republiek? Calkoen beantwoordde de vraag door zijn verhandeling over het voorkomen en straffen der misdaad, dat met de eerste prijs bekroond werd. Dit stuk werd in 1780 door de maatschap uitgegeven. In het stuk werd een gematigd gebruik van de pijnbank verdedigd, althans zolang er niets beters was gevonden.

Ter gelegenheid van de onderhandeling van Amsterdam met het Amerikaans Congres gaf Calkoen anoniem een vlugschrift uit dat zeer de aandacht trok en druk besproken werd. Het was getiteld: Het politiek systema van de regering van Amsterdam in een waar daglicht voorgesteld (1780); dit vlugschrift werd herhaaldelijk herdrukt, in het Frans vertaald als Systeme politique de la Regence d'Amsterdam en aan verschillende hoven gezonden. Er was ook veel rumoer rond het volgende geschrift van Calkoen, getiteld Pleidooi voor de ...burgemeesteren...der stad Amsterdam op en jegens de ...hertog van Brunswijk (1781); dit stuk heette een vertaling te zijn van Factum pour...Bourguemaitres d'Amsterdam. Calkoen schreef verder onder zijn eigen naam Amsterdamse brieven, die vooral het proces van Mr. J.C. Hespe en de boekverkoper Verlem betroffen.

Jurist[bewerken]

Omdat Calkoen met zoveel enthousiasme optrad ter verdediging van de politiek van de Amsterdamse regering lag het voor de hand dat deze hem, na de dood van zijn vader, tot het opengevallen ambt van eerste klerk der staatssecretarie benoemde (13 juni 1781). Hij behoorde weliswaar tot de staatsgezinden maar toch was hij volgens de mannen van 1795 te weinig democraat; toen de Raad van Amsterdam op 12 mei 1796 besloot tot de wegzending van enige stedelijke ambtenaren die de het vorige Oranje en aristocratische bestuur toegewijd waren behoorde Calkoen tot de eerste dertien slachtoffers daarvan. Hij nam zijn advocatenpraktijk weer op maar gaf wel weer een memorie van rechten uit onder de titel Twee gevangenen tegen de aanklacht van Mr. R.W. Tadama, procureur der gemeente Amsterdam, hen beschuldigend van het vervalsen of doen vervalsen van drie recepissen, verdedigd (1801). Tegen dit geschrift schreven zowel Mr. B.A. van Houten, lid van het comité van Justitie als de toen bekende advocaat Mr. A.J. Delman omvangrijke brochures. De beschuldigden, twee joden uit Maarssen, werden veroordeeld. Calkoen was van 1787-1796 regent van het Aalmoezeniersweeshuis. Van 1769 tot 1796 was hij lid van het genootschap Concordia et Libertate, waarvoor hij 34 lezingen hield. Het Zeeuws Genootschap benoemde hem tot directeur en bij zijn overlijden was hij secretaris van de Maatschap van Landbouw; na 1813 had hij een pensioen van de Amsterdamse regering. Calkoen was gehuwd met Sara Broekhoff, weduwe van Gerrit Piers.

Calkoen werd beschreven als iemand van recht goede gaven, met een fijn en vlug gevoel van het goede en iemand die de spot kon drijven met dwaasheden in het algemeen maar edelmoedig en trouw was in het helpen van anderen.

Bronnen, noten en/of referenties